Schorsing nietigverklaring offerte en gunning aanleg Spoelepark Lokeren — verwerping prijsverantwoording op basis van één verwaarloosbaar element (stelconplaten als winstpost 0,37% van totaalprijs) zonder de overige verantwoordingselementen te onderzoeken is onzorgvuldig en ontoereikend gemotiveerd — bestekbepaling over recuperatie materialen is geen heel duidelijk eigendomsvoorbehoud
De Raad van State schorste de beslissing van de stad Lokeren om de offerte van de NV Hertsens Infra voor de aanleg van het Spoelepark nietig te verklaren en de opdracht te gunnen aan de BV De Saegher & Zoon, oordelend dat de verwerping van de prijsverantwoording uitsluitend op grond van het beschouwen van op te breken stelconplaten als winstpost onzorgvuldig was, nu de winstpost slechts 0,37 % van de totaalprijs bedroeg en dus verwaarloosbaar was, de bestekbepaling over het eigendomsvoorbehoud niet heel duidelijk was, en de aanbestedende overheid geen enkel van de overige door de inschrijver aangereikte verantwoordingselementen had onderzocht of besproken.
Wat gebeurde er?
De stad Lokeren schreef via een openbare procedure een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp wegenis-, groen- en rioleringswerken voor de aanleg van het Spoelepark. Het enige gunningscriterium was de prijs. Het bestek vermeldde in de technische bepalingen dat alle opgebroken materialen eigendom worden van de aannemer tenzij anders vermeld, maar dat de opdrachtgever het recht voorbehield om de stelconplaten van de bestaande parking te recupereren, waarbij bij de start van de werken de te recupereren onderdelen zouden worden aangeduid. Het bestek bepaalde ook dat de aannemer in geen geval recht had op schadevergoeding. Acht ondernemingen dienden een offerte in. De NV Hertsens Infra was de laagste inschrijver met een totaalprijs van 1.160.073,36 euro (btw inbegrepen). Omdat haar offerte meer dan 15 % onder het gemiddelde lag, vroeg de stad een prijsverantwoording voor de totaalprijs (artikel 36, § 4, KB plaatsing 2017). De verzoekende partij gaf een uitgebreide verantwoording met meerdere elementen: nabijheid van de bouwplaats (20 minuten), lage mobiliteitskosten door regionaal personeel, gezamenlijke kostenverdeling met andere werven in de streek, beperkte algemene kosten als familiebedrijf, laag personeelsverloop, eigen materieel via zusterbedrijven, gunstige jaarprijzen voor materialen, vaste onderaannemers met goede prijzen, extra kortingen door snelle betaling, de waarde van de op te breken stelconplaten op de tweedehandsmarkt, en jarenlange ervaring met omgevingswerken. De door de stad aangestelde ontwerper verwierp de prijsverantwoording om één enkele reden: de inschrijver beschouwde de op te breken betonnen vloerplaten als winstpost, terwijl het bestek heel duidelijk zou stellen dat deze eigendom van de stad blijven. De offerte werd substantieel onregelmatig verklaard en nietig. De opdracht werd gegund aan de BV De Saegher & Zoon. De Raad van State oordeelde dat het eerste middel ernstig was om meerdere redenen. Ten eerste had de aanbestedende overheid de prijsverantwoording niet in haar geheel onderzocht: het gunningsverslag besprak alleen het element van de stelconplaten en ging voorbij aan alle overige elementen, die op het eerste gezicht niet irrelevant waren voor de verantwoording van de totaalprijs. Het verwerpen van een prijsverantwoording op grond van één enkel element kan slechts doorgang vinden indien dat element op zich afdoende gewichtig is om de verantwoording in haar geheel onderuit te halen, en dat bleek hier niet het geval. Ten tweede was de winstpost verwaarloosbaar: de stelconplaten hadden een tweedehandswaarde van ongeveer 10 euro per m² voor 429 m², dus maximaal 4.290 euro, ofwel 0,37 % van de totaalprijs. Ten derde was de bestekbepaling niet heel duidelijk een eigendomsvoorbehoud: het bestek voorbehield het recht om de platen te recupereren en voorzag dat de te recupereren onderdelen bij de start van de werken zouden worden aangeduid, wat eerder een mogelijkheid dan een strikt eigendomsvoorbehoud leek. Bovendien ging het niet om een essentiële of als substantieel aangemerkte bestekbepaling. Ten vierde was de motivering post factum in de nota van de verwerende partij — dat de overige elementen loutere algemeenheden waren — niet aanvaardbaar gelet op de formele motiveringsplicht. De Raad merkte ook op dat niet-cijfermatige gegevens een prijsverantwoording kunnen uitmaken, zeker wanneer een verantwoording voor de totaalprijs werd gevraagd. De schorsing werd bevolen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt fundamenteel hoe een aanbestedende overheid een prijsverantwoording moet beoordelen. De aanbestedende overheid mag zich niet beperken tot het onderzoek van één enkel element en de overige elementen negeren. De verwerping op grond van één element kan alleen wanneer dat element op zich gewichtig genoeg is om de gehele verantwoording onderuit te halen. Een verwaarloosbare winstpost (hier 0,37 % van de totaalprijs) kan dat per definitie niet. Het arrest bevestigt ook dat niet-cijfermatige elementen (zoals nabijheid, ervaring, eigen materieel) wél een geldige prijsverantwoording kunnen uitmaken, en dat de formele motiveringsplicht vereist dat alle elementen worden besproken — motivering achteraf in een nota volstaat niet.
De les
Als inschrijver: wanneer u een prijsverantwoording indient, zorg ervoor dat uw kernargumenten robuust zijn en niet afhangen van één enkel element. Combineer meerdere concrete en verifieerbare elementen. Wanneer uw verantwoording wordt verworpen op grond van slechts één element terwijl uw overige argumenten genegeerd zijn, is dat een sterk middel voor de Raad van State. Als aanbestedende overheid: onderzoek een prijsverantwoording steeds in haar geheel. Bespreek alle aangevoerde elementen in het gunningsverslag. Verwerp een verantwoording niet op grond van één verwaarloosbaar element zonder de overige elementen te hebben gewogen. Motiveer uw beoordeling formeel — aanvullingen achteraf in een nota worden niet aanvaard.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: steunt mijn prijsverantwoording op meerdere onderbouwde elementen of op slechts één fragiel argument? Is het element dat de aanbestedende overheid betwist, werkelijk doorslaggevend voor mijn totaalprijs? Als aanbestedende overheid: heb ik alle elementen van de prijsverantwoording onderzocht en besproken in het gunningsverslag? Of heb ik mij beperkt tot één element? Is het element op grond waarvan ik de verantwoording verwerp, afdoende gewichtig om de gehele verantwoording onderuit te halen?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →