Vernietiging gunning concessie exploitatie Memorial 1815 wegens fouten in horecabeoordeling en ongelijke behandeling bij offertevergelijking
De Raad van State vernietigt de beslissing van de Intercommunale Bataille de Waterloo 1815 om de concessie van diensten voor de exploitatie van het Memorial van de Slag bij Waterloo te gunnen aan Kléber Rossillon, omdat de beoordeling van het horecaplan berust op feitelijk onjuiste gegevens (500 couverts per dag in plaats van de 371 die in de offerte stonden) en omdat de vergelijking van de offertes op het punt van de Nederlandstalige marktontwikkeling en het begrip 'couvert' ongelijk is verlopen.
Wat gebeurde er?
De Intercommunale Bataille de Waterloo 1815 (IBW 1815) schrijft een concessie van diensten uit voor de globale exploitatie van het Memorial van de Slag bij Waterloo — het Leeuw-van-Waterloo-complex met museum, panorama, horecazaken en evenementenruimten op het slagveld van 1815. De lopende concessie wordt uitgeoefend door SA Tempora, die het Memorial sinds de heropening in 2013-2015 uitbaat. Na een marktconsultatie lanceert IBW 1815 in 2022 een nieuwe concessieprocedure met drie gunningscriteria: pertinentie van het businessplan (50 punten), redevance (25 punten) en ervaring (25 punten). Twee kandidaten dienen een offerte in: Tempora (de zittende concessiehouder) en een consortium rond SAS Kléber Rossillon, een Frans bedrijf gespecialiseerd in de exploitatie van historische monumenten. Na beoordeling krijgt Kléber Rossillon de hoogste score en op 28 april 2023 beslist de raad van bestuur van IBW 1815 om de concessie aan Kléber Rossillon te gunnen. Tempora vecht deze gunningsbeslissing aan bij de Raad van State met een annulatieberoep. In het eerste middel, eerste onderdeel, betoogt Tempora dat de beoordeling van het horecaplan van Kléber Rossillon op feitelijk onjuiste gronden berust. Het beoordelingsverslag vermeldt dat Kléber Rossillon een capaciteit van 500 couverts per dag voorziet, terwijl de offerte van Kléber Rossillon zelf spreekt van 371 couverts per dag. Dit verschil wordt niet verklaard. Bovendien heeft de beoordelingscommissie het horecaplan van Kléber Rossillon als 'in déséquilibre' (onevenwichtig) bestempeld door de horecakosten af te trekken van de horecaomzet, maar daarbij niet alle kosten van de andere activiteiten op dezelfde manier in rekening te brengen — een inconsistente berekening. De Raad van State oordeelt dat het beoordelingsverslag op dit punt onzorgvuldig gemotiveerd is: het getal van 500 couverts komt niet uit de offerte en wordt niet onderbouwd, en de conclusie over het 'onevenwicht' berust op een onvolledige vergelijking. In het eerste middel, tweede onderdeel, stelt Tempora een schending van het gelijkheidsbeginsel vast bij de vergelijking van de offertes. Ten eerste wordt Kléber Rossillon positief beoordeeld voor het voornemen om de Nederlandstalige markt te ontwikkelen, terwijl Tempora — die hetzelfde engagement in haar offerte had opgenomen — daarvoor geen krediet krijgt. De beoordelingscommissie had beide offertes op dit punt gelijk moeten behandelen. Ten tweede hanteren de twee inschrijvers een verschillende definitie van 'couvert' (Tempora rekent met menu's inclusief dranken, Kléber Rossillon enkel met maaltijden exclusief dranken), waardoor de cijfers niet rechtstreeks vergelijkbaar zijn. De beoordelingscommissie heeft dit verschil niet onderkend en de offertes toch naast elkaar gelegd zonder correctie, wat de vergelijking onbetrouwbaar maakt. De Raad van State besluit dat de beoordelingsfouten de vergelijkbaarheid van de offertes aantasten en de gunningsbeslissing onvoldoende gemotiveerd is. De beslissing om de concessie aan Kléber Rossillon te gunnen wordt vernietigd.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest toont aan dat de Raad van State streng toeziet op de feitelijke juistheid en de interne consistentie van beoordelingsverslagen, ook bij concessies van diensten. Wanneer een beoordelingscommissie cijfers gebruikt die niet uit de offerte komen (hier: 500 couverts in plaats van 371), of offertes vergelijkt op basis van niet-vergelijkbare maatstaven (verschillende definities van 'couvert'), tast dat de betrouwbaarheid van de hele beoordeling aan. Het gelijkheidsbeginsel vereist bovendien dat dezelfde elementen in beide offertes op dezelfde manier worden gewaardeerd: als de ene inschrijver krediet krijgt voor een bepaald engagement, moet de andere inschrijver die hetzelfde engagement aanbiedt daar ook voor worden beloond.
De les
Zorg dat elk cijfer in het beoordelingsverslag traceerbaar is naar de offerte. Gebruik geen getallen die niet uit de offerte zelf komen zonder dit te motiveren. Wanneer inschrijvers verschillende definities of berekeningswijzen hanteren voor eenzelfde begrip (zoals 'couvert' of 'omzet'), moet de beoordelingscommissie dit verschil eerst identificeren en de gegevens normaliseren vóór ze de offertes vergelijkt. Beoordeel gelijkaardige engagementen in beide offertes op dezelfde manier — wie de ene inschrijver beloont voor marktontwikkeling, moet dat ook doen voor de andere die hetzelfde aanbiedt.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: zijn alle cijfers in mijn beoordelingsverslag traceerbaar naar de offertes? Heb ik bij de vergelijking van offertes rekening gehouden met eventuele verschillen in definities of berekeningsmethoden? Heb ik gelijkaardige engagementen van verschillende inschrijvers op dezelfde manier beoordeeld? Als inschrijver: kan ik aantonen dat de beoordeling van mijn offerte op feitelijk onjuiste gegevens berust, of dat mijn concurrent voor hetzelfde element anders is beoordeeld dan ik?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →