Je moederbedrijf is groot genoeg? Bewijs dan dat het zich ook engageert
Een scheepsbouwer die de financiële draagkracht van zijn moederbedrijf inriep zonder een formeel engagement voor te leggen dat die capaciteit ook daadwerkelijk ter beschikking zou staan, werd terecht niet geselecteerd — ook al behoort de dochter tot dezelfde groep.
Wat gebeurde er?
De Federale Politie schreef onder de wetgeving voor defensie en veiligheid een opdracht uit voor de bouw van gepantserde rivierpolitieboten, als raamovereenkomst voor meer dan vier jaar. De Franse scheepsbouwer Chantiers Allais, onderdeel van de EFINOR-groep, diende een kandidatuur in. Om aan de financiële selectie-eis te voldoen (minimaal 2,2 miljoen euro jaaromzet in het domein van de opdracht), legde Allais een omzetverklaring van moederbedrijf EFINOR voor — maar niet het formele engagement dat EFINOR haar middelen ook daadwerkelijk ter beschikking zou stellen voor de uitvoering van de opdracht. Allais werd aanvankelijk toch geselecteerd en kreeg de opdracht zelfs toegewezen (december 2018), maar de opdrachtgever trok die gunning terug (februari 2019) nadat hij vaststelde dat aan de selectie-eisen niet was voldaan. Uiteindelijk werd Allais niet meer geselecteerd en ging de opdracht naar SOCARENAM. Allais vocht de beslissing aan met vijf middelen. Het eerste middel betoogde dat de verkeerde wetgeving was toegepast — het ging om rivierpatrouilleschepen met slechts FB4-blindering, geen militair materieel, dus de gewone overheidsopdrachtenregelgeving had moeten gelden. De Raad verwierp dit wegens gebrek aan belang: zelfs onder de gewone regelgeving waren de selectiecriteria identiek, dus de wetgevingskeuze had Allais niet geschaad. Het tweede middel betwistte de laattijdige intrekking van de selectiebeslissing (meer dan 60 dagen). De Raad oordeelde dat de beslissing van 8 februari 2019 enkel de gunningsbeslissing introk, niet de selectiebeslissing — het middel berustte op een verkeerde lezing. Het vierde middel, de kern van de zaak, betoogde dat Allais wél aan de financiële selectie-eis voldeed via haar moederbedrijf EFINOR. De Raad was duidelijk: artikel 79 van het KB van 23 januari 2012 vereist een geformaliseerd, vast en expliciet engagement van de derde entiteit. Dat engagement mag niet worden verondersteld op basis van groepsbanden. Een loutere omzetverklaring — zelfs ondertekend door het moederbedrijf specifiek voor deze opdracht — is geen engagement om middelen ter beschikking te stellen. Het vijfde middel (ongelijke behandeling bij de onderhandelingen) was onontvankelijk omdat Allais terecht niet was geselecteerd.
Waarom doet dit ertoe?
Het beroep op de draagkracht van een moederbedrijf of zustervennootschap is schering en inslag bij overheidsopdrachten. Dit arrest bevestigt — in lijn met eerdere rechtspraak — dat de lat hoog ligt: een omzetverklaring of impliciete groepsband volstaat niet. Je moet een uitdrukkelijk, geformaliseerd en onvoorwaardelijk engagement voorleggen, ongeacht de juridische band. Bovendien illustreert het arrest dat het Hof van Justitie weliswaar vrije bewijsvoering toelaat (arrest van 14 januari 2016), maar dat de kandidaat hoe dan ook moet aantonen dat de middelen daadwerkelijk beschikbaar zullen zijn.
De les
Controleer bij elke kandidatuur of offerte waarin je een beroep doet op de draagkracht van een andere entiteit — moederbedrijf, zustervennootschap of partner — of je een formeel, ondertekend engagement bijvoegt dat expliciet zegt: 'wij stellen onze middelen ter beschikking voor deze specifieke opdracht'. Voeg dat engagement bij in de voorgeschreven vorm als het bestek een model voorschrijft. Een loutere omzetverklaring, hoe gedetailleerd ook, is geen terbeschikkingstelling.
Stel jezelf de vraag
Bevat mijn kandidatuur een expliciet, ondertekend engagement van elke derde entiteit waarop ik een beroep doe — en niet enkel een verklaring over hun omzet of capaciteit?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →