UDN-vordering bodemanalyse-diensten Bastogne verworpen – eis van attestaties van goede uitvoering bij referenties voor technische bekwaamheid is niet kennelijk onredelijk, ook niet bij diensten; RECOSOL niet geselecteerd wegens ontbreken attestaties ondanks erkenning als préleveur door SPW
De Raad van State verwierp de UDN-vordering van SRL RECOSOL tegen de beslissing van de Ville de Bastogne om haar niet te selecteren voor een overheidsopdracht voor diensten van bodemanalyse (prélèvements et analyses de sols et de terres), omdat het eerste middel niet ernstig was: het bestek eiste als selectiecriterium inzake technische bekwaamheid minstens drie referenties van gelijkaardige diensten, gestaafd door attestaties van goede uitvoering, en de omstandigheid dat artikel 68, §4, 1°, b) van het KB van 18 april 2017 voor diensten niet uitdrukkelijk attestaties van goede uitvoering voorschrijft, belet de aanbestedende overheid niet om dergelijke attestaties te eisen teneinde de realiteit van de ingeroepen referenties te verifiëren — en het tweede middel (onduidelijke afkortingen in de referentietabel) niet-ontvankelijk was bij gebrek aan belang, nu de niet-selectie uitsluitend op het ontbreken van attestaties was gebaseerd.
Wat gebeurde er?
De Ville de Bastogne schreef via een openbare procedure een overheidsopdracht voor diensten uit betreffende bodemstaalnames en -analyses (prélèvements et analyses de sols et de terres) met het oog op de opstelling van kwaliteitsrapporten in het kader van de certificering van de kwaliteitscontrole en het beheer van gronden, overeenkomstig het Waals Bodemdecreet van 1 maart 2018. Het geraamde bedrag bedroeg 70.100 EUR exclusief btw per jaar, voor een duur van twaalf maanden, tweemaal verlengbaar (maximaal drie jaar, dus 210.300 EUR). Het enig gunningscriterium was de prijs. Het bestek stelde drie selectiecriteria inzake technische en professionele bekwaamheid: (1) erkenning als préleveur, expert of laboratorium overeenkomstig het Bodemdecreet van 1 maart 2018, (2) minstens drie referenties van gelijkaardige diensten uitgevoerd in de drie laatste jaren (minimumbedrag 2.000 EUR exclusief btw elk), gestaafd door attestaties van goede uitvoering (Formulaire 4 BIS van de FOD Economie) met vermelding van bedragen, data en opdrachtgevers, en (3) Belac-accreditatie voor compressibiliteitsproeven (ISO 17025). Vijf inschrijvers dienden een offerte in: SBS Environmental Services, ARIES Environment, RECOSOL, UNIVERSOIL en INISMa (Institut interuniversitaire des silicates, sols et matériaux). Vier van de vijf inschrijvers (SBS, ARIES, RECOSOL en UNIVERSOIL) werden niet geselecteerd wegens het niet voldoen aan het selectiecriterium inzake technische bekwaamheid. INISMa was de enige geselecteerde inschrijver en de opdracht werd op 18 juli 2025 door het Collège communal aan haar gegund. RECOSOL was erkend door het SPW (Service public de Wallonie) als préleveur, foreur en expert overeenkomstig het Bodemdecreet. Zij had drie referenties opgegeven (dossiers aangeduid als 'ECO', 'PA' en 'ECO'), maar zonder attestaties van goede uitvoering. Zij rechtvaardigde dit met een beroep op privacyredenen: zij kon geen documenten verschaffen die persoonsgegevens van klanten bevatten — factures, bankgegevens en terreingadressen zouden bijgevolg niet worden verstrekt. Op 21 augustus 2025 werd RECOSOL per brief in kennis gesteld van haar niet-selectie. De brief vermeldde twee motieven: (1) de afkortingen in de referenties (ECO, PA, ECO) waren onvoldoende duidelijk om te oordelen of de vermelde studies overeenkwamen met de opdracht, en (2) RECOSOL had geen attestaties van goede uitvoering geleverd en kon geen documenten verschaffen wegens privacyredenen. RECOSOL diende een UDN-vordering in. In het eerste middel betoogde zij dat de eis van attestaties van goede uitvoering in strijd was met artikel 68, §4 van het KB van 18 april 2017, dat voor diensten (in tegenstelling tot werken) niet uitdrukkelijk attestaties van goede uitvoering voorschrijft bij de lijst van referenties. Zij voerde aan dat dit bewijsmiddel onwettig was en de procedure aantastte. De Ville de Bastogne antwoordde dat het voorschrijven van attestaties van goede uitvoering bij referenties niet verboden was — artikel 68, §4 verbiedt dit niet — en dat het niet disproportioneel of discriminerend was om alle inschrijvers dezelfde attestaties te vragen. Het betrof een gangbare eis, ook voor diensten. De Raad van State oordeelde dat het tweede selectiecriterium bestond in de verstrekking van een lijst van gelijkaardige diensten, gestaafd door attestaties van goede uitvoering. Hoewel artikel 68, §4, 1°, b) voor diensten niet uitdrukkelijk attestaties van goede uitvoering voorschrijft (in tegenstelling tot §4, 1°, a) voor werken), belet dit de aanbestedende overheid niet om dergelijke attestaties te eisen. De aanbestedende overheid moet de realiteit van de door de inschrijvers ingeroepen referenties kunnen verifiëren met passende middelen. Het was niet kennelijk onredelijk om attestaties van goede uitvoering te verlangen bij de referenties. RECOSOL toonde bovendien niet aan dat zij de attestaties niet had kunnen verkrijgen, ondanks haar bewering over privacyredenen. Het eerste middel was niet ernstig. In het tweede middel betoogde RECOSOL dat het motief over onduidelijke afkortingen (ECO, PA) in de referentietabel disproportioneel was en op een kennelijke beoordelingsfout berustte — deze afkortingen waren gangbaar in de sector. De Raad stelde vast dat de bestreden beslissing (het extrait des délibérations du collège communal van 18 juli 2025) uitsluitend steunde op het ontbreken van attestaties van goede uitvoering, niet op de onduidelijkheid van afkortingen. Het motief over afkortingen stond enkel in de brief van 21 augustus 2025, maar had de bestreden beslissing niet bepaald. De beweerde onwettigheid had RECOSOL bijgevolg niet geschaad noch dreigde haar te schaden. RECOSOL had geen belang bij dit middel. De vordering werd verworpen. De kosten (rolrecht 200 EUR, bijdrage 26 EUR, rechtsplegingsvergoeding 770 EUR) werden ten laste van RECOSOL gelegd. De vertrouwelijkheid van de offerte van RECOSOL, de stukken 12 tot 19 en C01 tot C53 van het administratief dossier, het rapport d'analyse des offres en het extrait des délibérations van 18 juli 2025 werd gehandhaafd.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt de reikwijdte van de bewijsmiddelen die de aanbestedende overheid kan eisen voor de technische en professionele bekwaamheid bij dienstenovereenkomsten. Drie kernpunten. Ten eerste: hoewel artikel 68, §4, 1°, b) van het KB van 18 april 2017 voor diensten (in tegenstelling tot werken) niet uitdrukkelijk attestaties van goede uitvoering voorschrijft bij de lijst van referenties, is het de aanbestedende overheid niet verboden om dergelijke attestaties te eisen. De aanbestedende overheid moet de realiteit van de ingeroepen referenties kunnen verifiëren met passende middelen. De eis van attestaties van goede uitvoering is niet kennelijk onredelijk en vormt een gangbare praktijk, ook bij diensten. Ten tweede: een inschrijver die zich beroept op privacyredenen om geen attestaties te verstrekken, moet aantonen dat zij de attestaties effectief niet kon verkrijgen — een louter abstract beroep op privacy volstaat niet. Ten derde: een motief dat enkel in de kennisgevingsbrief voorkomt maar niet in de bestreden beslissing zelf, heeft die beslissing niet bepaald en kan de verzoekende partij niet hebben geschaad, waardoor zij geen belang heeft bij een middel dat uitsluitend dat motief bestrijdt.
De les
De aanbestedende overheid mag bij de kwalitatieve selectie voor diensten attestaties van goede uitvoering eisen bij de referenties, ook al schrijft artikel 68, §4, 1°, b) KB 2017 dit niet uitdrukkelijk voor. Wie als inschrijver referenties opgeeft, moet de gevraagde attestaties effectief leveren — een beroep op privacyredenen zonder aan te tonen dat de attestaties onverkrijgbaar zijn, volstaat niet. Als verzoekende partij: richt je middelen tegen het werkelijke motief van de bestreden beslissing, niet tegen motieven die enkel in de kennisgevingsbrief staan maar de beslissing niet hebben bepaald.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: heb je duidelijk aangegeven welke bewijsmiddelen je verwacht voor de technische bekwaamheid, inclusief eventuele attestaties van goede uitvoering? Zijn je eisen redelijk en evenredig aan het voorwerp van de opdracht? Als inschrijver: heb je alle gevraagde attestaties en bewijsstukken bijgevoegd? Kun je — indien nodig — aantonen dat bepaalde attestaties objectief onverkrijgbaar zijn? Richt je eventueel beroep zich tegen het werkelijke motief van de bestreden beslissing?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →