Schorsing Franstalig college

Schorsing gunning raamovereenkomst woningherstel – aanbestedende overheid valoriseerde eerdere referenties en attestaties van gekozen inschrijver bij kwaliteitscriterium terwijl bestek enkel 'middelen voor optimale uitvoering' als gunningscriterium voorzag, in strijd met artikel 81 wet 2016 en transparantiebeginsel

Arrest nr. 264595 · 21 oktober 2025 · VIe kamer

De Raad van State schorste bij uiterst dringende noodzakelijkheid de gunning door SRL Sambre & Biesme van een raamovereenkomst voor werken (herstel van bewoonde en onbewoonde woningen) aan SA SOTRELCO, omdat de aanbestedende overheid bij de beoordeling van het tweede gunningscriterium (kwaliteit, 30%) de eerdere referenties en attestaties van goede uitvoering van SOTRELCO had gevaloriseerd, terwijl deze informatie niet overeenkwam met de 'middelen die zullen worden ingezet voor een optimale uitvoering' zoals omschreven in het bestek — de inschrijvers konden uit het bestek niet begrijpen dat hun eerdere realisaties, die doorgaans tot de kwalitatieve selectie behoren, bij dit gunningscriterium in aanmerking zouden worden genomen.

Wat gebeurde er?

SRL Sambre & Biesme (een sociale huisvestingsmaatschappij) schreef via een openbare procedure een raamovereenkomst voor werken uit met als voorwerp het herstel van bewoonde en onbewoonde woningen ('remise en état de logements occupés et inoccupés'). De opdracht werd geraamd op 970.000 EUR exclusief btw per jaar, met een looptijd van één jaar en drie mogelijke verlengingen, tot een maximum van 4.280.000 EUR exclusief btw. Als selectiecriterium werd de erkenning D (algemene aannemingen), beperkt tot klasse 1, opgelegd. De gunningscriteria waren prijs (70%) en kwaliteit (30%). Het kwaliteitscriterium werd in het bestek omschreven als 'middelen die zullen worden ingezet om een optimale uitvoering van de interventies te garanderen'. De inschrijver diende een methodologische nota van maximaal 10 A4-pagina's in te dienen, waarin hij beschreef hoe de opvolging van de werven zou verlopen van de bestelling tot de aanvaarde schuldvordering, door wie de werken zouden worden uitgevoerd (eigen regie of onderaanneming), welke maatregelen zouden worden genomen om de uitvoeringstermijnen te respecteren, welke omkadering zou worden voorzien voor een optimale coördinatie tussen de verschillende beroepen, hoe meerdere gelijktijdige werven zouden worden beheerd, en 'elk ander pertinent element dat toelaat de goede uitvoering van de toekomstige opdracht te beoordelen'. De beoordelingsmethode was een globale evaluatie. Acht inschrijvers dienden een offerte in. Zeven werden geselecteerd; één werd niet geselecteerd wegens het niet voldoen aan de erkenningsvereisten. Vier offertes werden regelmatig verklaard (COMABAT, ID BAT, SORWA CONSTRUCT en SOTRELCO); drie werden nietig verklaard. Het beoordelingsverslag bevatte een bijlage van negen pagina's met de kwalitatieve beoordeling. SOTRELCO behaalde het maximum van 30 punten op kwaliteit. De motivering voor de hoogste score verwees uitdrukkelijk naar de 'bewezen ervaring en overtuigende referenties' van SOTRELCO: ondertekende attestaties voor identieke opdrachten bij meerdere Waalse sociale huisvestingsmaatschappijen, referenties van herstelwerken met attestaties voor omvangrijke dossiers, en concrete voorbeelden van uitgevoerde werken aan bewoonde en onbewoonde woningen met attestaties. De drie andere inschrijvers scoorden lager, onder meer omdat zij 'niet evenveel formele engagementen' hadden genomen op het vlak van 'attestaties van gelijkaardige werken en/of werken met toezicht op onderaannemers'. De opdracht werd op 28 augustus 2025 gegund aan SOTRELCO voor een indicatief bedrag van 1.196.867,75 EUR per jaar exclusief btw. SA COMABAT stelde op 26 september 2025 een UDN-vordering in. SOTRELCO intervenieerde. COMABAT voerde een enig middel aan in twee onderdelen. Het eerste onderdeel betrof de formele motiveringsplicht: de motivering liet niet toe het puntensysteem voor het kwaliteitscriterium te begrijpen. Het tweede onderdeel betrof materiële onwettigheid: de aanbestedende overheid had bij de beoordeling van het kwaliteitscriterium informatie gevaloriseerd — met name eerdere referenties en attestaties van goede uitvoering — die niet overeenkwam met de 'middelen die zullen worden ingezet voor een optimale uitvoering' zoals omschreven in het bestek. De Raad onderzocht het tweede onderdeel. Artikel 81, §3, derde lid van de wet van 17 juni 2016 vereist dat gunningscriteria worden vermeld in de aankondiging of een ander opdrachtdocument. Dit is een toepassing van het transparantiebeginsel, dat beoogt favoritisme en willekeur te voorkomen. De Raad stelde vast dat de referenties en attestaties van SOTRELCO — ondertekende attestaties voor identieke opdrachten, referenties met attestaties voor omvangrijke dossiers, concrete voorbeelden van eerdere realisaties — niet in verband stonden met de 'middelen die zullen worden ingezet om een optimale uitvoering te garanderen'. De inschrijvers konden uit het bestek niet begrijpen dat de beschrijving van hun eerdere realisaties — die overigens doorgaans bij de kwalitatieve selectie wordt gebruikt — bij dit gunningscriterium in aanmerking zou worden genomen. De vermelding in het bestek van 'elk ander pertinent element' stond niet toe informatie te valoriseren die geen betrekking had op middelen die de inschrijver zich ertoe verbond in te zetten voor de toekomstige opdracht. Het argument van de aanbestedende overheid dat dit verband hield met 'de organisatie, kwalificaties en ervaring van het personeel dat aan de uitvoering wordt toegewezen' (artikel 81, §2, 3°, b) werd evenmin gevolgd: het ging niet om de identificatie of kwalificaties van het toekomstige personeel, maar om de eerdere realisaties van de onderneming als zodanig. Het middel was ernstig in zijn tweede onderdeel. De belangenafweging viel in het voordeel van de schorsing uit: de aanbestedende overheid identificeerde geen negatieve gevolgen. De schorsing werd bevolen. De kosten werden gereserveerd.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest scherpt de grens aan tussen selectiecriteria en gunningscriteria bij overheidsopdrachten. Drie kernpunten. Ten eerste: referenties en attestaties van goede uitvoering van eerdere opdrachten behoren in beginsel tot de kwalitatieve selectie, niet tot de gunning. Wanneer het bestek als gunningscriterium 'middelen voor optimale uitvoering' voorschrijft, mag de aanbestedende overheid daar niet stilzwijgend eerdere realisaties onder brengen. Ten tweede: de open formulering 'elk ander pertinent element' in de beschrijving van een gunningscriterium staat de aanbestedende overheid niet toe om informatie te valoriseren die niet beantwoordt aan het wezen van dat criterium — het moet gaan om middelen die de inschrijver zich ertoe verbindt in te zetten voor de toekomstige opdracht, niet om een terugblik op het verleden. Ten derde: het feit dat artikel 81, §2, 3°, b) van de wet toelaat om de kwalificaties en ervaring van het aan de uitvoering toegewezen personeel als gunningscriterium te hanteren, rechtvaardigt niet de valorisering van de eerdere realisaties van de onderneming als zodanig.

De les

Vermeng selectiecriteria niet met gunningscriteria. Als je bestek bij de kwaliteitsbeoordeling peilt naar 'middelen voor optimale uitvoering', beoordeel dan ook effectief de voorgestelde middelen, organisatie en methoden — niet de eerdere referenties of attestaties van de inschrijver. Open formuleringen als 'elk ander pertinent element' mogen niet worden gebruikt om informatie te valoriseren die niet onder het criterium valt. Als inschrijver: als je merkt dat de aanbestedende overheid bij de gunning elementen heeft beoordeeld die tot de selectie behoren, is dit een serieus middel voor een UDN-vordering.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: heb je bij de beoordeling van het kwaliteitscriterium uitsluitend elementen beoordeeld die onder dat criterium vallen zoals omschreven in het bestek? Heb je eerdere referenties of attestaties gevaloriseerd die eigenlijk tot de kwalitatieve selectie behoren? Als inschrijver: komt de motivering van de kwaliteitsbeoordeling overeen met wat het bestek als gunningscriterium voorschreef, of zijn er elementen beoordeeld die niet uit het bestek konden worden afgeleid?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →