Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN-vordering tegen gunning werken inrichting uitkijkpunt in kerktoren te Ettelgem: rekenkundig nazicht (opties niet meegerekend in totaalprijs) afdoende gemotiveerd via VTG-formulieren, en erkenning in ondercategorie F2 redelijkerwijze aanvaardbaar voor overwegend staalwerk

Arrest nr. 264723 · 31 oktober 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van een tijdelijke maatschap tegen de gunning door de Stad Oudenburg van fase I van het inrichten van een uitkijkpunt in de toren van de Sint-Eligiuskerk te Ettelgem aan de bv S.M., omdat geen van beide middelen ernstig was: het rekenkundig nazicht dat de rangschikking wijzigde (de verzoekende partijen hadden de opties niet meegerekend in hun totaalprijs) was afdoende gemotiveerd via de na de gunning overgemaakte VTG-formulieren, en de keuze voor erkenning in ondercategorie F2 (bouw van metalen draagstructuren) in plaats van categorie D of F was redelijkerwijze aanvaardbaar gelet op het overwegend staalwerk.

Wat gebeurde er?

De Stad Oudenburg schreef een openbare procedure uit voor fase I van het inrichten van een uitkijkpunt in de toren van de Sint-Eligiuskerk te Ettelgem, met de prijs als enig gunningscriterium. Het bestek voorzag in 'vereiste opties' die verplicht moesten worden aangeboden. Wat de erkenning betreft, wijzigde de aanbestedende overheid de vereisten via twee errata: aanvankelijk categorieën D, F, P1 en T2, vervolgens categorie F klasse 3, en uiteindelijk ondercategorie F2 klasse 3. De verwerende partij motiveerde deze keuze doordat het vereisen van categorie F te streng zou zijn gezien het werkelijk voorwerp van de opdracht — het (pre)fabriceren en monteren van metalen draagstructuren in en aan de kerktoren. Vijf offertes werden ontvangen op 4 juli 2025. Bij de voorlopige rangschikking stonden de verzoekende partijen (tijdelijke maatschap NV A.V. & NV V.L.) op de eerste plaats met 511.449,10 euro (btw niet inbegrepen). Het gunningsadvies van 10 september 2025, opgesteld door de aangestelde architect, bracht echter aan het licht dat de verzoekende partijen de opties niet hadden meegerekend in het totaalbedrag van hun offerte — hun prijs lag daardoor bijna 15% onder het gewogen gemiddelde. Na het rekenkundig nazicht, dat ook verbeteringen van hoeveelheden en leemten omvatte, werden de verzoekende partijen als tweede gerangschikt (586.305,91 euro) achter de bv S.M. (552.983,39 euro). Het college van burgemeester en schepenen gunde de opdracht op 16 september 2025 aan de bv S.M. De verzoekende partijen kregen op 19 september 2025 mededeling van de niet-gunning en ontvingen op 24 september 2025, na verzoek, drie VTG-formulieren uit het gunningsadvies: hun herberekende offerte, een overzicht van de aanvaarde hoeveelheidswijzigingen en leemten, en een overzichtstabel met de rangschikkingsbedragen voor alle inschrijvers. In hun UDN-vordering voerden de verzoekende partijen twee middelen aan. Het eerste middel, in drie onderdelen, betrof (1) het ontbreken van een proces-verbaal van opening, (2) onvoldoende motivering van de gewijzigde rangschikking na rekenkundig nazicht, en (3) het niet-verantwoorden van de door hen voorgestelde hoeveelheidsverbeteringen. De Raad van State verwierp alle drie de onderdelen. Over het proces-verbaal: dit was wél opgemaakt — het betrof een automatisch door het BOSA-platform gegenereerd document dat in het administratief dossier was opgenomen. De aanbestedende overheid was niet verplicht het actief te verspreiden; de passieve openbaarheid via de wetgeving inzake bestuursdocumenten volstond. Over de motivering: hoewel de gunningsbeslissing zelf enkel de gewijzigde prijzen en rangschikking vermeldde, hadden de verzoekende partijen via het e-mailbericht van 24 september 2025 en de bijgevoegde VTG-formulieren met kennis van zaken kunnen uitmaken waarom hun prijs was verhoogd (opties niet meegerekend) en de rangschikking was gewijzigd — het normdoel van de formelemotiveringsplicht was bereikt. Over de hoeveelheidsverbeteringen: uit de formulieren bleek dat de verwerende partij deze had aanvaard, wat de verzoekende partijen zelf erkenden. Het tweede middel betrof de erkenningsvereisten: de verzoekende partijen betoogden dat ondercategorie F2 (bouw van metalen draagstructuren) ontoereikend was en dat categorie D (algemene bouwwerken) of minstens F (metaalconstructies) had moeten worden vereist, gelet op het complexe karakter van de opdracht en het aandeel niet-staalwerk. De Raad van State volgde de verzoekende partijen niet. De opdracht betrof in essentie het verbinden van de bestaande wenteltrap met stalen trappen en ladders om een stalen uitkijkplatform te bereiken. De verwerende partij maakte aan de hand van grafieken aannemelijk dat het staalwerk percentagegewijs het grootste aandeel in de aannemingssom vertegenwoordigde. Dat de opdracht ook afbraakwerken, technieken en schilderwerken omvatte, deed geen afbreuk: krachtens artikel 5, §6 van het KB van 26 september 1991 brengt de erkenning in een categorie of ondercategorie de toelating mee tot het uitvoeren van aanvullende werken. Het loutere bestaan van een post 'werfcoördinatie' in de meetstaat volstond niet om een complexe opdracht aan te nemen. Ook de uitvoering in een kerktoren noopte niet noodzakelijk tot een kwalificatie als complexe opdracht. Beide middelen werden als niet-ernstig beoordeeld en de vordering werd verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt twee belangrijke kwesties. Ten eerste het bereik van de formelemotiveringsplicht bij een wijziging van de rangschikking na rekenkundig nazicht: wanneer de gunningsbeslissing zelf beknopt motiveert maar de aanbestedende overheid na de gunning, op verzoek, gedetailleerde rekenkundige formulieren overmaakt waarmee de inschrijver met kennis van zaken kan oordelen, is het normdoel van de motiveringsplicht bereikt. Dit is relevant voor openbare procedures met prijs als enig criterium, waar rekenkundige correcties de rangschikking kunnen wijzigen. Ten tweede biedt het arrest richtsnoeren voor de keuze tussen een erkenningscategorie en een ondercategorie: niet het enkele feit dat een opdracht meerdere soorten werken omvat maakt haar tot een 'complexe opdracht' in de zin van het ministerieel besluit — bepalend is of het staalwerk (of het relevante specialisme) percentagegewijs het grootste aandeel vertegenwoordigt. Het bestaan van een post werfcoördinatie volstaat niet, en de uitvoering op een moeilijke locatie (kerktoren) evenmin. Een te ruime interpretatie van het begrip complexe opdracht kan bovendien mededingingsbeperkend werken.

De les

Als aanbestedende overheid: wanneer het rekenkundig nazicht de rangschikking wijzigt, zorg dat de inschrijvers — desnoods na verzoek — inzicht krijgen in de correcties via gedetailleerde formulieren. Het normdoel van de motiveringsplicht kan ook worden bereikt via documenten die na de gunningsbeslissing worden meegedeeld. Kies de erkenningscategorie op basis van het werkelijke voorwerp en de werkelijke omvang van de opdracht: wanneer het specialistisch werk (zoals staalwerk) het grootste aandeel vertegenwoordigt, volstaat de bijbehorende ondercategorie. Voorkom een mededingingsbeperkend effect door niet automatisch een hoofdcategorie te eisen wanneer een ondercategorie volstaat. Als inschrijver: reken altijd de verplichte opties mee in de totaalprijs — het niet-meenemen kan leiden tot een forse prijscorrectie en verlies van de eerste plaats. Controleer bij erkenningskwesties of het specialistisch werk werkelijk het grootste percentage van de aannemingssom vertegenwoordigt alvorens te betwisten.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: heb je gecontroleerd of alle inschrijvers de verplichte opties in hun totaalprijs hebben meegerekend? Heb je de erkenningsvereisten bepaald op basis van het werkelijk voorwerp en de werkelijke omvang? Kun je aantonen dat het specialistisch werk het grootste percentage vertegenwoordigt? Als inschrijver: heb je de verplichte opties meegerekend in je totaalprijs? Heb je bij een erkenningsbetwisting onderbouwd dat het specialistisch werk niet het grootste aandeel vormt?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →