Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN-vordering tegen gunning raamovereenkomst technisch beheer beursstand: ervaring via activaoverdracht uit eenmanszaak mag worden meegeteld, herbeoordeling kwaliteitscriteria afdoende gemotiveerd

Arrest nr. 264752 · 5 november 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van NV C. tegen de gunning door Erasmus Hogeschool Brussel van de raamovereenkomst voor het technisch beheer van een modulaire beursstand aan BV M.P., omdat geen van de vier middelen ernstig was: de voorzitter mocht bij hoogdringendheid beslissen in plaats van het bestuursorgaan, de gekozen inschrijver mocht haar ervaring uit een voorheen als eenmanszaak gevoerde activiteit inbrengen via activaoverdracht, de betrokkenheid van een inmiddels gepensioneerd commissielid bij de beoordeling was aangetoond, en de herbeoordeling van de kwaliteitscriteria was per subgunningscriterium afdoende gemotiveerd.

Wat gebeurde er?

Erasmus Hogeschool Brussel schreef een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking uit voor een raamovereenkomst voor het technisch beheer van een modulaire beursstand, met een looptijd van 48 maanden. De gunningscriteria waren prijs (50 punten) en kwaliteit (50 punten, onderverdeeld in vijf subgunningscriteria: opbouw en afbraak, transport, grafisch werk en artwork, projectmanagement, en duurzaamheid en kwaliteitsgarantie). Drie inschrijvers dienden een offerte in: NV C. (verzoekster), BV M.P. (tussenkomende partij) en een derde inschrijver. Het selectiecriterium vereiste minstens tien jaar aantoonbare ervaring in beursstandbouw en -management. BV M.P. was opgericht in 2017 — minder dan tien jaar voor de uiterste indieningsdatum — maar beriep zich op de overname van de activiteiten van een eenmanszaak die reeds sinds 2007 actief was in de sector, via een overeenkomst van activaoverdracht. In een eerste gunningsverslag van 1 juli 2025 behaalde NV C. een score van 80/100 (40/50 prijs en 40/50 kwaliteit) en BV M.P. eveneens 80/100 (40/50 prijs en 40/50 kwaliteit). Het bestuursorgaan besliste op 1 september 2025 tot een herbeoordeling. Een tweede gunningsverslag van 3 september 2025, opgesteld door dezelfde beoordelingscommissie, gaf NV C. 85,74/100 (42,38/50 prijs en 43,36/50 kwaliteit) en BV M.P. 94,50/100 (50/50 prijs en 44,50/50 kwaliteit). De voorzitter van de hogeschool nam op 9 september 2025 de gunningsbeslissing in plaats van het bestuursorgaan, met verwijzing naar de hoogdringendheid van het aanstaande beursseizoen. Het bestuursorgaan nam hiervan akte op 30 september 2025. In het eerste middel betwistte NV C. de bevoegdheid van de voorzitter om de gunningsbeslissing te nemen in plaats van het bestuursorgaan. De Raad van State oordeelde dat de voorzitter op grond van artikel 14, eerste lid, van het bijzonder decreet van 13 juli 2012 bevoegd is voor de dagdagelijkse aangelegenheden en in spoedeisende gevallen. De spoedeisendheid was gemotiveerd door het nakende beursseizoen en het bestuursorgaan had achteraf akte genomen van de beslissing. Het middel was niet ernstig. In het tweede middel betwistte NV C. dat BV M.P. voldeed aan het selectiecriterium van tien jaar ervaring, nu zij pas in 2017 was opgericht. De Raad oordeelde dat de aanbestedende overheid niet onredelijk handelde door de ervaring opgebouwd binnen de eenmanszaak — waarvan de activiteiten via een overeenkomst van activaoverdracht aan BV M.P. waren overgedragen — mee te tellen, aangezien de band tussen de voorheen als eenmanszaak uitgeoefende activiteit en de inschrijver afdoende was aangetoond. Het middel was niet ernstig. In het derde middel voerde NV C. aan dat een lid van de beoordelingscommissie (K.F.) op 1 september 2025 met pensioen was gegaan, terwijl het tweede gunningsverslag dateert van 3 september 2025. De Raad stelde vast dat uit de agenda van de vergadering van 1 juli 2025 bleek dat K.F. bij de beoordeling was betrokken vóór zijn pensionering. De aanbestedende overheid verklaarde dat het verslag van 3 september 2025 de formalisering was van een eerder gevoerde beoordeling. Het middel was niet ernstig. In het vierde middel betwistte NV C. de kwaliteitsscores in het tweede gunningsverslag, gezien het grote verschil met het eerste verslag. De Raad stelde vast dat de verwerende partij per subgunningscriterium een gedetailleerde repliek had gegeven die door NV C. ter terechtzitting niet was tegengesproken en steun vond in de vertrouwelijke offerte van BV M.P. De verzoekende partij maakte niet aannemelijk dat de puntenverschillen het gevolg waren van een kennelijke beoordelingsfout. De specifieke kritiek op het subgunningscriterium 'transport' (dat BV M.P. niet expliciet vermeldde een bestelwagen te voorzien) betrof slechts één element waaruit geen onregelmatigheid maar hooguit een onduidelijkheid bleek, en was hoe dan ook onvoldoende om de puntenkloof te overbruggen. De vordering werd verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt drie belangrijke punten voor de overheidsopdrachtenrechtspraktijk. Ten eerste bevestigt het dat een aanbestedende overheid bij de selectie rekening mag houden met ervaring die een inschrijver heeft verworven via activaoverdracht uit een eenmanszaak, mits de band tussen de voorheen uitgeoefende activiteit en de inschrijver afdoende is aangetoond. Dit is relevant voor ondernemingen die hun activiteit herstructureren van eenmanszaak naar vennootschap. Ten tweede illustreert het arrest dat een herbeoordeling van offertes met significant afwijkende scores ten opzichte van een eerste beoordeling niet per se onwettig is, op voorwaarde dat de aanbestedende overheid per subgunningscriterium kan motiveren waarom de herziene scores gerechtvaardigd zijn. Ten derde bevestigt het dat de bevoegdheidsdelegatie aan een voorzitter van een hogeschool bij hoogdringendheid aanvaardbaar is wanneer het bestuursorgaan achteraf akte neemt.

De les

Als inschrijver die zijn activiteit heeft geherstructureerd van eenmanszaak naar vennootschap: documenteer de activaoverdracht zorgvuldig en maak de continuïteit van ervaring en knowhow expliciet in je offerte. Een loutere verwijzing naar de oprichtingsdatum van de vennootschap volstaat niet om een concurrent uit te sluiten als de feitelijke ervaring langer teruggaat. Als aanbestedende overheid: wanneer je beslist tot een herbeoordeling van offertes, motiveer per subgunningscriterium waarom de herziene scores afwijken van de eerste beoordeling. Zorg ervoor dat alle leden van de beoordelingscommissie effectief betrokken waren bij de beoordeling en documenteer het tijdstip van hun betrokkenheid, ook als de formalisering van het verslag later plaatsvindt.

Stel jezelf de vraag

Als inschrijver: heb je bij een herstructurering van eenmanszaak naar vennootschap de continuïteit van ervaring afdoende gedocumenteerd in je offerte? Als aanbestedende overheid: is elke herbeoordeling per subgunningscriterium gemotiveerd? Zijn alle beoordelingscommissieleden effectief betrokken geweest op het moment van de beoordeling, en is dit gedocumenteerd?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →