Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN-vordering INFRABEL-raamovereenkomst spoorwegkranen: beroep op draagkracht andere entiteiten moet uitdrukkelijk worden aangegeven in UEA en offerteformulier — loutere bijvoeging van certificaten van onderaannemers volstaat niet

Arrest nr. 265197 · 15 december 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van NV R. tegen haar niet-selectie voor een INFRABEL-raamovereenkomst voor hydraulische spoorwegkranen, omdat zij in haar offerte uitdrukkelijk had aangegeven geen beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten, geen verbintenisverklaring of UEA voor onderaannemers had bijgevoegd, en slechts drie van de vereiste vier kraanbestuurders eigen werknemers waren — waarbij de loutere bijvoeging van zes OTW-certificaten niet volstond als bewijs van beroep op de draagkracht van onderaannemers.

Wat gebeurde er?

INFRABEL plaatste een raamovereenkomst voor werken in de markt met als voorwerp prestaties van werktuigen met kraandrijver voor het laden en lossen van spoormaterialen, ballast, betonnen voorwerpen en allerlei werken in de hoofd- en bijsporen verspreid over verschillende sites in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de HSL L1 (Brussel-Zuid – grens met Frankrijk). De opdracht was verdeeld over drie percelen. Het geschil betrof perceel 2 (zuiden van Brussel). De selectiecriteria voor elk perceel omvatten: (1) erkenning in categorie G of H, klasse 1 of hoger, en (2) gelijktijdig beschikken over minimaal vier goedgekeurde weg-spoorkranen en minimaal vier kraanbestuurders met een licentie. Het bestek (artikel 72) bepaalde dat de inschrijver voor het voldoen aan de selectiecriteria een beroep kon doen op de draagkracht van andere entiteiten, mits hij dit uitdrukkelijk aangaf in zowel het UEA (deel II.C) als het offerteformulier (punt 6), én een verbintenisverklaring en een UEA voor die andere entiteiten bij de offerte voegde. Er werden vier offertes ingediend voor perceel 2. NV R. werd niet geselecteerd. De bestreden beslissing stelde vast dat minder dan vier van de door NV R. opgegeven kraanbestuurders eigen werknemers waren, dat NV R. in haar offerteformulier 'JA' had doorkruist bij de vraag of zij een beroep deed op de draagkracht van andere entiteiten (wat betekende: nee), dat zij in het UEA uitdrukkelijk 'Nee' had geantwoord op dezelfde vraag, en dat zij geen verbintenisverklaring noch UEA voor onderaannemers bij haar offerte had gevoegd. NV R. stelde op 17 november 2025 een UDN-vordering in met drie middelen. In het eerste middel voerde NV R. aan dat het bestek ten onrechte een UEA had gevraagd omdat het drempelbedrag voor Europese overheidsopdrachten voor werken niet was bereikt. De Raad van State oordeelde dat, zelfs indien dit middel ernstig zou zijn, het determinerende motief voor de niet-selectie — het niet voldoen aan het selectiecriterium inzake kraanbestuurders — overeind bleef. Het middel werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belangschade. In het tweede middel, eerste onderdeel, betoogde NV R. dat het bestek niet vereiste dat kraanbestuurders eigen werknemers moesten zijn en dat zij door zes OTW-certificaten bij te voegen had aangetoond over minstens vier kraanbestuurders te beschikken. De Raad van State stelde vast dat de bestreden beslissing niet enkel steunde op de vaststelling dat minder dan vier kraanbestuurders eigen werknemers waren, maar cumulatief ook op het feit dat NV R. zelf uitdrukkelijk had aangegeven geen beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten en geen enkel vereist document ter ondersteuning daarvan had bijgevoegd. De loutere bijvoeging van certificaten bood geen bewijs dat NV R. effectief over de inzet van deze kraanbestuurders beschikte. In het tweede onderdeel voerde NV R. aan dat zij inmiddels een vierde kraanbestuurder in dienst had genomen op 16 juni 2025. De Raad van State verwierp dit: de selectiecriteria worden beoordeeld op het moment van indiening van de offertes (8 april 2025), niet op de geplande startdatum van de opdracht (1 juli 2025). In het derde middel betoogde NV R. dat INFRABEL het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door haar geen mogelijkheid tot rechtzetting te geven, stellende dat zij zich had vergist bij het invullen van het UEA. De Raad van State oordeelde dat in beginsel elke offerte wordt beoordeeld zoals ze wordt ingediend en dat de zorgvuldigheidsplicht niet op zichzelf een verplichting doet ontstaan om een offerte alsnog te regulariseren. Gelet op de uitdrukkelijke vermeldingen van NV R. zelf in het UEA en het offerteformulier en de afwezigheid van alle vereiste documenten, maakte NV R. met de loutere bewering dat zij zich had vergist niet aannemelijk dat INFRABEL onzorgvuldig had gehandeld. Geen van de drie middelen werd ernstig bevonden en de vordering werd verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt op gedetailleerde wijze de formaliteiten die moeten worden vervuld wanneer een inschrijver een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten om te voldoen aan selectiecriteria. Het louter bijvoegen van certificaten van personen die geen eigen werknemers zijn, volstaat niet: de inschrijver moet het beroep op draagkracht uitdrukkelijk aangeven in het UEA en het offerteformulier, en moet de verbintenisverklaring en het UEA van de andere entiteit bij de offerte voegen. Het arrest bevestigt ook dat selectiecriteria worden beoordeeld op het moment van indiening van de offerte en niet op een latere datum. Tot slot herbevestigt het arrest dat de zorgvuldigheidsplicht van de aanbestedende overheid niet inhoudt dat zij verplicht is een offerte te laten regulariseren wanneer de inschrijver zelf uitdrukkelijk heeft verklaard geen beroep te doen op de draagkracht van derden.

De les

Als inschrijver: wanneer je voor een selectiecriterium een beroep doet op de draagkracht van een onderaannemer, moet je dit uitdrukkelijk aangeven in zowel het UEA als het offerteformulier. Je moet bovendien een ondertekende verbintenisverklaring en een UEA van de onderaannemer bij je offerte voegen. Het louter bijvoegen van certificaten van personen die geen eigen werknemers zijn, volstaat niet. Zorg dat je op het moment van indiening van de offerte aan alle selectiecriteria voldoet — een latere indienstneming telt niet mee. Als aanbestedende overheid: je hebt geen plicht om een offerte te laten regulariseren wanneer de inschrijver zelf uitdrukkelijk heeft verklaard geen beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten, zelfs wanneer uit bijgevoegde documenten een andere intentie zou kunnen worden afgeleid.

Stel jezelf de vraag

Als inschrijver: heb je in het UEA en het offerteformulier correct aangegeven of je een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten? Heb je de verbintenisverklaring en het UEA van je onderaannemers bijgevoegd? Voldoe je aan alle selectiecriteria op het moment van indiening van je offerte? Als aanbestedende overheid: heb je gecontroleerd of de inschrijver die beroep doet op de draagkracht van derden alle vereiste documenten heeft bijgevoegd?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →