Schorsing Nederlandstalig college

UDN-schorsing gunning raamovereenkomst archeologisch vooronderzoek Infrabel — neutralisering kwaliteitscriterium door identieke score alle inschrijvers zonder concrete afweging plus- en minpunten — post factum motivering niet aanvaard

Arrest nr. 265470 · 19 januari 2026 · XIVe kamer

De Raad van State schorste de gunning door Infrabel van een raamovereenkomst voor archeologisch vooronderzoek en opgravingen in Vlaanderen (speciale sectoren, onderhandelingsprocedure) omdat de aanbestedende overheid het gunningscriterium kwaliteit (50 punten) de facto had geneutraliseerd door aan alle vijf inschrijvers op alle subgunningscriteria en beoordelingselementen een identieke score van 0,5 punten toe te kennen met als enige motivering dat het antwoord voldoet aan de eisen van het bestek, zonder enige toelichting van de sterke en zwakke punten, waardoor niet bleek van een concrete afweging en de kwaliteitsbeoordeling onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig was.

Wat gebeurde er?

Infrabel (naamloze vennootschap van publiek recht) schreef in de speciale sectoren een overheidsopdracht voor diensten uit via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging voor een raamovereenkomst betreffende het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem en archeologische opgravingen voor opdrachten in Vlaanderen (opdracht TR 895316). De opdracht betrof werkzaamheden ten behoeve van spoorwegprojecten van Infrabel die door TUC RAIL worden gerealiseerd: lijntracés voor nieuwe spoorlijnen, tunnels, bruggen, spoorbundels, hydraulica, bufferbekkens en gebouwen. Acht kandidaten dienden een aanvraag tot deelneming in en werden allen geselecteerd op 9 juli 2025. Vijf inschrijvers dienden een initiële offerte in. De gunningscriteria waren financieel criterium (50 punten) en kwaliteit (50 punten). Het kwaliteitscriterium werd beoordeeld aan de hand van een plan van aanpak (maximaal 15 pagina's) opgebouwd volgens een bijlage 'inhoud plan van aanpak', met drie subgunningscriteria (gewichten 20, 15 en 15 punten). Het bestek voorzag in een vierpuntenschaal: 0 punten (voldoet niet), 0,25 punten (voldoet niet volledig), 0,5 punten (voldoet aan eisen) en 1 punt (verbetering t.o.v. eisen). Een voorbehoud bepaalde dat offertes met minder dan de helft van de punten op kwaliteit onregelmatig worden verklaard. Na de initiële beoordeling werden de twee best gerangschikte inschrijvers (nv M. met 75 punten en de verzoekende partij met 70,91 punten) uitgenodigd voor onderhandelingen, gevolgd door een nieuwe offerte en een BAFO. Op 11 december 2025 gunde Infrabel de opdracht aan de nv M. met 75 punten (financieel 50 + kwaliteit 25) tegen 71,66 punten voor de verzoekende partij (financieel 46,66 + kwaliteit 25). Het opvallende was dat ALLE vijf inschrijvers — zowel in de initiële beoordeling als in de BAFO — een identieke score van 25 op 50 punten kregen voor kwaliteit. De bijlage bij de gunningsbeslissing (de evaluatiematrix) vermeldde voor elk van de vijf inschrijvers, voor alle drie subgunningscriteria en alle beoordelingselementen, telkens uitsluitend dat 'het antwoord voldoet aan de eisen van het bestek' (score 0,5). Er was geen enkele vermelding van plus- of minpunten, geen toelichting bij de beoordeling, en geen vergelijking van de offertes. De verzoekende partij vorderde op 29 december 2025 de schorsing bij UDN. Zij voerde drie middelen aan; enkel het derde middel werd onderzocht. Dit middel betrof de schending van de formele- en materiëlemotiveringsplicht en de zorgvuldigheidsplicht. De verzoekende partij betoogde dat zij niet kon controleren of de beoordelingen juist waren en of alle inschrijvers gelijk behandeld waren, en voerde concrete elementen aan waaruit bleek dat haar plan van aanpak verbeteringen bevatte ten opzichte van de eisen van het bestek en de Code van Goede Praktijk (organisatie, aanpak, gedetailleerde uitvoeringsplanning, opdrachtcoördinator). De verwerende partij verweerde zich in de nota met opmerkingen door te stellen dat de beoordelingsmethodiek en de vaststelling dat alle inschrijvers louter voldeden geen verdere motivering mogelijk maakten, en weerlegde punctueel de concrete kritiek. De Raad van State aanvaardde dit verweer niet. De Raad oordeelde dat de grieven niet alleen de formelemotiveringsplicht betroffen maar ook de draagkrachtigheid en zorgvuldigheid van de motivering. Een toetsing aan gunningscriteria veronderstelt een afdoende vergelijking met vermelding en vergelijking van sterke en zwakke punten. Door zonder meer voor alle inschrijvers en alle subgunningscriteria te oordelen dat het antwoord voldoet, bleek niet van een concrete afweging. Het kwam de Raad onwaarschijnlijk voor dat vijf verschillende offertes op alle subgunningscriteria en beoordelingselementen een volledig identiek kwaliteitsniveau zouden aanbieden. Het verweer in de nota met opmerkingen, voor zover het een inhoudelijke beoordeling en vergelijking maakte, betrof post factum motivering die niet kon worden aanvaard. De Raad concludeerde dat het kwaliteitscriterium de facto was geneutraliseerd en willigde de UDN-vordering in. De vordering tegen de impliciete weigeringsbeslissing werd niet-ontvankelijk verklaard bij gebrek aan bewijs van uitzonderlijke omstandigheden die wijzen op een rechtsplicht tot gunning aan de verzoekende partij.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest is principieel belangwekkend om meerdere redenen. Ten eerste illustreert het op treffende wijze wat er gebeurt wanneer een aanbestedende overheid een kwaliteitscriterium opneemt in het bestek maar vervolgens alle inschrijvers een identieke score toekent zonder enige concrete afweging: het criterium wordt de facto geneutraliseerd en de gunning wordt herleid tot een louter prijsvergelijking. Ten tweede bevestigt het dat de formele- en materiëlemotiveringsplicht bij kwalitatieve gunningscriteria vereist dat de aanbestedende overheid de sterke en zwakke punten van elke offerte identificeert en vergelijkt — louter vermelden dat een offerte 'voldoet aan de eisen van het bestek' volstaat niet, zeker niet wanneer het bestek zelf voorziet in een differentiërende beoordelingsschaal met hogere scores voor verbeteringen. Ten derde past het arrest het verbod op post factum motivering streng toe: inhoudelijke beoordelingen en vergelijkingen die pas voor het eerst in de nota met opmerkingen worden aangebracht, kunnen een gebrekkige motivering in de gunningsbeslissing zelf niet herstellen. Ten vierde is het opmerkelijk dat de Raad uitdrukkelijk oordeelt dat het onwaarschijnlijk is dat vijf verschillende offertes op alle subgunningscriteria volledig identiek zouden scoren — een feitelijke vaststelling die de beweerde gelijke kwaliteit in twijfel trekt.

De les

Als aanbestedende overheid: wanneer je een gunningscriterium kwaliteit opneemt met een differentiërende beoordelingsschaal (voldoet niet / voldoet niet volledig / voldoet / verbetering), moet je die schaal ook daadwerkelijk differentiërend toepassen. Louter vaststellen dat alle offertes 'voldoen' zonder concrete plus- en minpunten te benoemen neutraliseert het criterium en is onvoldoende gemotiveerd. Documenteer voor elke offerte en elk subgunningscriterium welke specifieke elementen als sterk of zwak worden beoordeeld en waarom. Post factum motivering in de nota met opmerkingen kan dit niet herstellen. Als inschrijver: wanneer je vaststelt dat alle inschrijvers een identieke score krijgen op een kwalitatief gunningscriterium, is dat een sterke aanwijzing dat het criterium niet correct is toegepast. Benoem in je verzoekschrift concreet welke elementen van je offerte een verbetering inhielden ten opzichte van de bestekseisen.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: bevat je evaluatiematrix voor elk subgunningscriterium een concrete toelichting van de sterke en zwakke punten per offerte? Heb je de differentiërende beoordelingsschaal uit je bestek ook effectief differentiërend toegepast? Scoren alle inschrijvers identiek — en zo ja, kun je concreet motiveren waarom? Komt de inhoudelijke beoordeling voor het eerst voor in de gunningsbeslissing zelf en niet pas in je nota met opmerkingen? Als inschrijver: bevat de gunningsbeslissing een toelichting bij de kwaliteitsbeoordeling of enkel een score? Krijgen alle inschrijvers dezelfde score op kwaliteit? Heb je in je offerte concrete verbeteringen aangeboden ten opzichte van de bestekseisen die een hogere score dan 'voldoet' rechtvaardigen?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →