Een minimumeis als 'te ontwikkelen' aanbieden is geen onregelmatigheid als het bestek die antwoordmogelijkheid voorziet
De Raad van State verwerpt de vordering tegen de gunning van een SaaS-opdracht omdat het bestek uitdrukkelijk toeliet dat inschrijvers minimumeisen als 'te ontwikkelen' aanboden — mits concrete beschrijving van de manier en het tijdsbestek — en omdat de aanbestedende overheid die aanpak ook bij de beoordeling op haar inhoudelijke merites mocht waarderen.
What happened?
De Stad Leuven schreef als aankoopcentrale via mededingingsprocedure met onderhandeling (artikel 38, § 1, 1°, c) wet overheidsopdrachten) een dienstenopdracht uit voor een SaaS-softwaresysteem ter ondersteuning van vakantieaanbod, activiteiten en buitenschoolse kinderopvang. Het bestek bevatte zes gunningscriteria met gewichten — prijs (25), functionele bepalingen front office (15), back office (10), mobiele applicatie (10), demo en use cases (15), algemene technische bepalingen (10), dienst na verkoop (10) en visie en aanpak (5) — en een beoordelingsmethode op basis van plus- en minpunten met een globale woordelijke score van 'perfect' (100%) tot 'onvoldoende' (0%, substantieel onregelmatig). Cruciaal: voor elke behoefte — ook minimumeisen — konden inschrijvers antwoorden met 'Ja' (J), 'Neen' (N) of 'Te ontwikkelen' (O), waarbij de inschrijver moest omschrijven op welke manier en binnen welke tijdsspanne de ontwikkeling zou gebeuren, en de meerkost inbegrepen moest zijn in de prijs. De implementatie kon gefaseerd verlopen in drie deelopdrachten met deadlines op 1 januari 2026, 1 september 2026 en 31 december 2026. Op 19 juli 2024 werden zes ondernemingen geselecteerd. Vier dienden een offerte in. Na een regularisatieronde op 23 oktober 2024 — waarin alle inschrijvers gevraagd werd om verduidelijkingen te geven over hun aanbod en te-ontwikkelen-punten — trok één onderneming zich terug. De drie overige ondernemingen gaven een demo en dienden een BAFO in. Het gunningsverslag van 6 februari 2025 bevond alle drie de offertes regelmatig. BV T. eindigde eerste met 79,18%, BV I. tweede met 75%. Op 21 februari 2025 gunde het college van burgemeester en schepenen aan BV T. BV I. voerde twee middelen aan. Het eerste middel, eerste onderdeel, stelde dat de offerte van BV T. substantieel onregelmatig was omdat verschillende minimumeisen als 'te ontwikkelen' waren aangeboden — specifiek de eisen KT1-2 en BBKO1-4 (back office, subgunningscriterium 2.2, score 'perfect'), MA2 (mobiele applicatie, subgunningscriterium 2.3) en BR1 (CSS en branding, gunningscriterium 4 'Algemene technische bepalingen', score 'uitstekend' versus 'goed' voor BV I.). Het eerste middel, tweede onderdeel, bekritiseerde het ontbreken van motivering over hoe de 'te ontwikkelen'-aspecten zich verhielden tot offertes die wél meteen voldeden. De Raad verwierp beide onderdelen. Het bestek voorzag uitdrukkelijk in de mogelijkheid om minimumeisen als 'te ontwikkelen' aan te bieden, mits concrete omschrijving van manier en tijdsspanne. BV T. had die concrete beschrijving geleverd — zowel in bijlage D bij haar eerste offerte als in het regularisatiedocument — inclusief bevestiging dat de meerkost inbegrepen was. De tijdspaden sloten aan bij de gefaseerde uitvoeringstermijnen in punt II.6 van het bestek. Het toekennen van hoge tot maximale scores was daarom niet onredelijk. Over de bewering dat er met twee maten en gewichten werd beoordeeld: waar BV I. voor het onderdeel 'Gebruiksvriendelijkheid' (GV1-6) een minpunt kreeg, bleek dat zij louter vermeldde 'te willen evolueren' zonder concreet plan, prijsraming of tijdsbestek — terwijl BV T. voor haar te-ontwikkelen-punten wél concrete garanties had geboden. Het tweede middel, eerste onderdeel, betwistte de motivering bij het gunningscriterium 'Algemene technische bepalingen'. De Raad oordeelde dat de beoordelingsmethode — woordelijke plus- en minpunten die leiden tot een globale kwalitatieve score — geen wiskundige doorrekening vereist. Het gunningsverslag beoordeelde per criterium enkel de verschilpunten en kende aan elke offerte een globale score toe. Het tweede middel, tweede onderdeel, bekritiseerde het minpunt voor een meerkost voor support buiten kantooruren onder 'Dienst na verkoop'. De Raad oordeelde dat een meerkost die niet in de inventarisprijs zit, een relevant element is bij de beoordeling van dat gunningscriterium — het is geen dubbeltelling met het prijscriterium. De vordering werd verworpen.
Why does this matter?
Dit arrest verduidelijkt dat een bestek dat de antwoordmogelijkheid 'te ontwikkelen' voorziet voor minimumeisen, inschrijvers toelaat die eisen nog niet volledig te hebben op het moment van indiening — op voorwaarde dat de offerte concreet omschrijft hoe en wanneer de ontwikkeling zal plaatsvinden en dat de kosten inbegrepen zijn. Dat maakt de offerte niet onregelmatig en de aanbestedende overheid mag aan die onderdelen ook hoge tot maximale scores toekennen. De concreetheid van het ontwikkelingsplan is doorslaggevend: een vaag voornemen om 'te evolueren' zonder plan, tijdspad of prijsraming levert een minpunt op waar een concurrent met een concreet ontwikkelingsplan de maximumscore kan krijgen. Het arrest bevestigt ook dat een beoordelingsmethode op basis van woordelijke plus- en minpunten die tot een globale kwalitatieve score leiden, geen wiskundige doorrekening vereist.
The lesson
Als het bestek de antwoordmogelijkheid 'te ontwikkelen' voorziet voor minimumeisen, dan is een offerte die daarvan gebruikmaakt niet automatisch onregelmatig — zolang de inschrijver concreet omschrijft hoe en wanneer. Maar als je zelf ook nog te ontwikkelen punten hebt, zorg dan voor dezelfde concreetheid: een vaag voornemen om 'te evolueren' zonder plan, tijdspad of prijsraming levert een minpunt op waar een concurrent met een concreet ontwikkelingsplan punten scoort.
Ask yourself
Heb ik voor elke minimumeis die ik als 'te ontwikkelen' aanbied, concreet omschreven op welke manier en binnen welke tijdsspanne de ontwikkeling zal gebeuren — en is de meerkost inbegrepen in mijn prijs?
About this database
The Council of State (Raad van State / Conseil d'État) is Belgium's supreme administrative court. In disputes over public procurement — from contract awards to tenderer exclusions — the Council of State is the final arbiter. The rulings in this database are summarised by TenderWolf in plain language, with practical lessons for tenderers and contracting authorities. View all rulings →