Suspension Dutch-speaking chamber

Verwijzing naar kortingspercentages uit eerdere opdrachten zonder controle op hun normaliteit is geen deugdelijk prijsonderzoek

Ruling nr. 263234 · 8 May 2025 · XIVe kamer

De Raad van State schorst de gunning van een F.A.S.T.-opdracht voor het takelen en afvoeren van voertuigen op de E313 Oost omdat de aanbestedende overheid haar conclusie dat een kortingspercentage van 15 procent op de vaste tarieven niet abnormaal was, enkel steunde op het gegeven dat in eerdere F.A.S.T.-opdrachten in Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen kortingen van 25 en 35 procent waren aangeboden — zonder na te gaan of die hogere kortingen zelf op hun normaliteit waren gecontroleerd — en op de dermate algemene vaststelling dat de offerte 'goed was voorbereid', wat evident geen deugdelijk motief kan vormen.

What happened?

Het Vlaamse Gewest, agentschap Wegen en Verkeer (AWV), schreef via openbare procedure een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp 'Project F.A.S.T., Incidentafhandeling op de autosnelwegen in Provincie Antwerpen — Takelen en afvoeren van voertuigen met Maximaal Toegelaten Massa (MTM) kleiner dan 3,5 ton'. De opdracht was opgesplitst in zes percelen. Enkel perceel 5 'E313 Oost' was in het geding. De opdracht werd nationaal en Europees bekendgemaakt. De economisch meest voordelige offerte werd vastgesteld op basis van de prijs, meer bepaald het hoogste kortingspercentage op alle posten van de inventaris behalve posten 8, 9, 10 en 11. Het bestek bevatte vaste tarieven. De verzoekende partij (BV S.) en de tussenkomende partij (BV G., in werkelijkheid bv Goos Takeldienst) dienden een offerte in tegen een kortingspercentage van respectievelijk 0 procent en 15 procent. In het gunningsverslag van 3 maart 2025 werden beide inschrijvers geselecteerd en beide offertes regelmatig bevonden. Onder het punt 'Prijs- of kostenonderzoek' stelde het verslag dat de eenheidsprijzen in het bestek waren gebaseerd op zorgvuldig onderzoek — de prijzendatabank Mediaan van het Vlaams Gewest, bevraging van de takelsector en de eigen ervaring van AWV — en dat er geen abnormale totaalprijzen of eenheidsprijzen waren vastgesteld. De administrateur-generaal van AWV gunde de opdracht op 15 maart 2025 aan BV G. De BV S. stelde op 3 april 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. Bij beschikking van 4 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De BV Goos Takeldienst vroeg bij verzoekschrift van 17 april 2025 om in het geding te mogen tussenkomen. De terechtzitting vond plaats op 28 april 2025 om 11u. Staatsraad Patricia De Somere bracht als waarnemend voorzitter verslag uit en eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch gaf een met het arrest eensluidend advies. De verzoekende partij voerde aan dat AWV geen zorgvuldig prijsonderzoek had verricht. De vaste tarieven in het bestek 2024 hadden slechts een beperkte indexering gekregen ten opzichte van het bestek 2020, dat zelf steunde op dezelfde vaste tarieven uit 2013. Een korting van 15 procent op de vaste tarieven van het bestek 2024 kwam de facto neer op prijzen die 12,52 procent lager lagen dan de geïndexeerde prijzen van het bestek 2020. De verzoekende partij verwees naar twee eerdere arresten (nr. 260.322 van 28 juni 2024 en nr. 262.019 van 17 januari 2025) waarin de Raad had geoordeeld dat AWV niet aantoonde dat de vaste tarieven van het F.A.S.T.-bestek 2020 effectief realistische prijzen waren. Uit de door AWV zelf gepubliceerde tabellen bleek dat die vaste tarieven op 30 juni 2024 met 26,74 procent waren gestegen door indexatie. Uit een vertrouwelijk stuk (stuk II.7), met daarin intern mailverkeer, bleek dat het kortingspercentage van 15 procent intern vragen had doen rijzen bij AWV. AWV steunde in haar nota op twee motieven om te concluderen dat de prijs niet schijnbaar abnormaal was. Ten eerste: in eerdere F.A.S.T.-opdrachten in Vlaams-Brabant (2024) en West-Vlaanderen (2023) waren kortingen van respectievelijk 35 en 25 procent aangeboden, zodat een korting van 15 procent niet als volledig uitzonderlijk moest worden aangemerkt. Ten tweede: een grondige analyse toonde aan dat de offerte goed was voorbereid en grondig onderbouwd, wat wees op een realistische prijszetting. De Raad oordeelde als volgt. Er kon op het eerste gezicht worden aangenomen dat er een algemeen prijsonderzoek had plaatsgevonden — de stelling dat er helemaal geen onderzoek was geweest, miste feitelijke grondslag. De motieven waren echter niet deugdelijk. Het eerste motief bleef beperkt tot een louter mathematische vergelijking met kortingspercentages uit andere opdrachten: uit de bijgevoegde offerteformulieren kon niet worden nagegaan of die hogere kortingen in concreto op hun normaliteit waren gecontroleerd. Het tweede motief was dermate algemeen dat het evident geen deugdelijk motief kon vormen. De argumentatie van de tussenkomende partij in de procedure zelf — vergelijkingen met tarieven in andere provincies en bij andere opdrachtgevers — kon de lacunes in het administratief dossier niet rechtzetten. Er waren elementen die AWV als zorgvuldige aanbestedende overheid ertoe hadden moeten brengen om een nader onderzoek te doen naar het al dan niet abnormale karakter van de prijs. Van een dergelijk zorgvuldig onderzoek gaf noch het gunningsverslag, noch het administratief dossier blijk. De schorsing werd bevolen.

Why does this matter?

Dit arrest is het derde in een reeks over de F.A.S.T.-bestekken en bevestigt drie principes. Ten eerste: een vergelijking met kortingspercentages uit eerdere opdrachten is alleen een deugdelijk motief als vaststaat dat die eerdere kortingen zelf op hun normaliteit zijn getoetst — een louter mathematische vergelijking volstaat niet. Ten tweede: een algemeen motief als 'de offerte is goed voorbereid' kan niet dienen om te concluderen dat prijzen niet abnormaal zijn. Ten derde: post-hoc argumenten van de gekozen inschrijver in de gerechtelijke procedure kunnen de gebreken in het administratief dossier van de aanbestedende overheid niet goedmaken.

The lesson

Als een aangeboden kortingspercentage intern vragen doet rijzen, is dat een signaal voor nader onderzoek. Een vergelijking met kortingspercentages uit andere opdrachten is alleen deugdelijk als je ook aantoont dat die eerdere kortingen op hun normaliteit zijn gecontroleerd. En 'de offerte ziet er goed uit' is nooit een deugdelijk motief om te besluiten dat prijzen niet abnormaal zijn.

Ask yourself

Als ik concludeer dat een aangeboden prijs niet abnormaal is, steun ik dan op concrete, verifieerbare motieven — of alleen op een vergelijking met andere percentages waarvan ik niet weet of ze zelf als normaal zijn beoordeeld?

About this database

The Council of State (Raad van State / Conseil d'État) is Belgium's supreme administrative court. In disputes over public procurement — from contract awards to tenderer exclusions — the Council of State is the final arbiter. The rulings in this database are summarised by TenderWolf in plain language, with practical lessons for tenderers and contracting authorities. View all rulings →