Een nulprijs voor een post die een afzonderlijk subgunningscriterium vormt, is substantieel onregelmatig wanneer de kosten in werkelijkheid naar een andere post zijn verschoven
De Raad van State vernietigt de gunning van een opdracht voor videobelsoftware voor de 112-noodcentrale en brandweerdispatching, omdat de gekozen inschrijver een nulprijs opgaf voor de post implementatie — een afzonderlijk subgunningscriterium — terwijl uit zijn eigen offerte bleek dat hij daar wel degelijk prestaties voor moest leveren, waardoor de kosten ten onrechte naar het andere subgunningscriterium waren verschoven en de vergelijkbaarheid van de offertes was verhinderd.
What happened?
De Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (DBDMH) schreef via een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking een overheidsopdracht voor diensten uit: het gebruik van software voor het beheer van videogesprekken bij de 112-noodcentrale en de brandweerdispatching, om real-time locatiebepaling en visuele ondersteuning bij incidenten te verkrijgen. De opdracht bestond uit twee posten: post 1 — implementatie en bedrijfsklaar maken van de software in de interne IT-systemen van de DBDMH, en post 2 — gebruik, onderhoud en ondersteuning gedurende vier jaar, inclusief vorming. Het gunningscriterium prijs (30 punten) was opgesplitst in twee subgunningscriteria met elk een eigen mathematische beoordelingsformule: 25 punten voor post 2 en 5 punten voor post 1. Die formule deelde telkens de laagste prijs door de te beoordelen prijs, vermenigvuldigd met de weging. Verder waren er gunningscriteria voor kwaliteit van de oplossing (50 punten, met must have-vereisten, nice to have-vereisten en een GDPR-nota), inhoudelijke kwaliteit van de SLA (15 punten) en uitvoeringstermijn (5 punten). Vier offertes werden ingediend. Er werden geen onderhandelingen met de inschrijvers gevoerd. Drie offertes werden regelmatig bevonden. De verzoekende partij, GmbH & Co KG C., gaf voor post 1 een eenheidsprijs van 15.000 euro op en voor post 2 een eenheidsprijs van 35.000 euro — totaalprijs 155.000 euro exclusief btw. De gekozen inschrijver, onderneming B., gaf voor post 1 een nulprijs op en voor post 2 een eenheidsprijs van 39.300 euro — totaalprijs 157.200 euro exclusief btw. Door de nulprijs in de teller van de beoordelingsformule kregen de verzoekende partij en de derde inschrijver automatisch nul punten op subgunningscriterium 2.2, terwijl de gekozen inschrijver het maximum van 5 punten behaalde. De gekozen inschrijver werd als eerste gerangschikt met een totaalscore van 74,70 procent, tegenover 71,66 procent voor de verzoekende partij. Op 22 december 2023 gunde de DBDMH de opdracht aan onderneming B. Bij arrest nr. 259.362 van 29 maart 2024 schorste de Raad van State de gunningsbeslissing in haar tenuitvoerlegging. Het vernietigingsberoep werd ingesteld op 5 april 2024. De terechtzitting vond plaats op 22 januari 2025. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch gaf een met het arrest eensluidend advies. De verzoekende partij betoogde dat de nulprijs voor post 1 substantieel onregelmatig was: de gekozen inschrijver moest wel degelijk prestaties leveren voor de implementatie, en door die kosten te verschuiven naar post 2 had hij zich een discriminerend voordeel toegekend en de vergelijkbaarheid van de offertes verhinderd. De verwerende partij voerde aan dat de SaaS-technologie van de gekozen inschrijver geen implementatie vergde: de software was bedrijfsklaar en voldeed aan alle must have-vereisten, er hoefden slechts netwerkpoorten te worden geopend, en het instellen van parameters kon de opdrachtgever zelf doen na een opleiding die onder post 2 viel. Zij verwees naar het arrest van het Hof van Justitie van 10 september 2020 (C-367/19, Tax-Fin-Lex) en naar arrest nr. 254.054 van de Raad van State van 21 juni 2022, waaruit zou blijken dat een nulprijs niet automatisch de onregelmatigheid van een offerte tot gevolg heeft. De Raad volgde de verwerende partij niet. Hij stelde eerst het principe vast: wanneer de prijzen van bepaalde onderdelen van de opdracht worden vergeleken in aparte subgunningscriteria met afzonderlijke gewichten, moeten alle prestaties die onder een post vallen ook in de prijs voor die post worden opgenomen. Er anders over oordelen zou manipulatie van de beoordeling van de gunningscriteria mogelijk maken. Vervolgens stelde de Raad vast dat uit de offerte van de gekozen inschrijver zelf bleek dat de software nog moest worden aangepast aan de individuele noden van de gebruiker: er moesten super-users worden opgeleid tijdens de implementatiefase (geschat op één dag), er waren basisgebruikerstrainingen per dienst nodig (geschat op één week) voordat het platform operationeel kon worden ingezet bij noodoproepen, en de gekozen inschrijver had zelf een leveringstermijn van twintig kalenderdagen en een installatieduur van drie werkdagen opgegeven. Minstens de opleidingskosten tijdens de implementatiefase vielen onder post 1. Het gunningsverslag vermeldde niets over de nulprijs. De Raad preciseerde dat het probleem niet de nulprijs op zich was — de ingeroepen rechtspraak bevestigt inderdaad dat een nulprijs niet automatisch tot onregelmatigheid leidt — maar wel het feit dat kosten ten onrechte onder een andere post waren ondergebracht, waardoor de onderlinge weging van de subgunningscriteria was miskend en de vergelijkbaarheid van de offertes in het gedrang was gekomen. Het belang van de verzoekende partij stond niet ter discussie: als tweede gerangschikte mocht zij de regelmatigheid van de offerte van de gekozen inschrijver betwisten. De gunningsbeslissing werd vernietigd. De kosten — een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro — werden ten laste gelegd van de verwerende partij.
Why does this matter?
Dit arrest trekt een heldere lijn. Een nulprijs is op zich niet automatisch onregelmatig — dat bevestigen zowel het Hof van Justitie als de Raad van State. Maar wanneer een post een afzonderlijk subgunningscriterium met een eigen weging vormt, moeten alle prestaties die onder die post vallen ook in de prijs voor die post worden opgenomen. Wie kosten verschuift naar een andere post, manipuleert de onderlinge weging van de subgunningscriteria en verhindert de vergelijkbaarheid van de offertes. Dat maakt de offerte substantieel onregelmatig in de zin van artikel 76, §1 van het KB Plaatsing. Het arrest is ook een waarschuwing voor aanbestedende overheden: het gunningsverslag vermeldde niets over de nulprijs, hoewel die de beoordelingsformule volledig verstoorde en de andere inschrijvers automatisch nul punten opleverde.
The lesson
Als het bestek het prijscriterium opsplitst in meerdere subgunningscriteria met elk een eigen weging, zorg er dan als inschrijver voor dat alle kosten die bij een post horen ook in de prijs voor die post worden opgenomen. Een nulprijs is alleen verdedigbaar als er werkelijk geen prestaties tegenover staan — niet als je de kosten naar een andere post verschuift. En als aanbestedende overheid: wanneer een inschrijver een nulprijs opgeeft voor een post die een afzonderlijk subgunningscriterium vormt, onderzoek dan concreet of daar geen prestaties tegenover staan, en documenteer je conclusie in het gunningsverslag.
Ask yourself
Als een inschrijver een nulprijs opgeeft voor een post die een afzonderlijk (sub)gunningscriterium vormt: heb ik concreet onderzocht of daar werkelijk geen prestaties tegenover staan, en heb ik mijn conclusie gedocumenteerd in het gunningsverslag?
About this database
The Council of State (Raad van State / Conseil d'État) is Belgium's supreme administrative court. In disputes over public procurement — from contract awards to tenderer exclusions — the Council of State is the final arbiter. The rulings in this database are summarised by TenderWolf in plain language, with practical lessons for tenderers and contracting authorities. View all rulings →