Een algemeen voorbehoud van het studiebureau verplicht de aanbestedende overheid niet tot bijkomende prijsgaranties
De Raad van State verwerpt het beroep tegen de gunning van de bouw van een brandtoren omdat het advies van het studiebureau om een schriftelijke prijsgarantie te vragen een algemeen voorbehoud was — geen verplichte stap — en omdat de vermeende discrepantie tussen de verantwoording van eenheidsprijzen en de totaalprijs niet werd aangetoond.
Que s'est-il passé ?
De gemeente Kalmthout gunde via een onderhandelingsprocedure de opdracht voor de bouw van een nieuwe brandtoren. Bij het prijsonderzoek bleken twee eenheidsprijzen van de gekozen inschrijver — voor walsprofielen en warmgewalste kokerprofielen in S355-staal (posten 03.06.11.C en 03.06.12.C) — schijnbaar abnormaal laag. De inschrijver verstrekte een gedetailleerde prijsverantwoording met een opsplitsing van de kostencomponenten (materialen, galvanisatie, engineering, bevestigingen, prefabricatie, montage) en een offerte van de staalleverancier. De ingenieur stabiliteit oordeelde dat de hoeveelheden en eenheidsprijzen conform het ontwerpdossier en marktconform waren. Het studiebureau adviseerde desondanks om de materiaalprijzen schriftelijk te laten bevestigen en zich juridisch te laten adviseren. In een afzonderlijk voorbehoud vermeldde het studiebureau bovendien dat het advies enkel betrekking had op de technische conformiteit en dat het al dan niet opvolgen ervan onder de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever viel. De opdracht werd gegund aan de goedkoopste inschrijver; de gemeente volgde het advies om bijkomende garanties te vragen niet. NV S., de op één na laagste inschrijver, vocht de gunning aan met twee onderdelen. Het eerste onderdeel stelde dat er een discrepantie bestond tussen de verantwoording van de totaalprijs — waarin verwezen werd naar beperkte overheadkosten dankzij de kleine bedrijfsomvang — en de verantwoording van de eenheidsprijzen, waarin die overheadkosten niet terugkwamen. Het tweede onderdeel bekritiseerde het niet opvragen van de door het studiebureau geadviseerde prijsgarantie. Bij tussenarrest nr. 260.276 van 26 juni 2024 verwierp de Raad het eerste middel en heropende het debat voor het tweede middel. Het aanvullend auditoraatsverslag concludeerde tot ongegrondheid van beide onderdelen. Over het tweede onderdeel: het advies om de materiaalprijzen schriftelijk te laten bevestigen volgde op de eigen vaststelling van het studiebureau dat de prijzen marktconform waren. Het was een algemeen voorbehoud, geen verplichte stap. De gekozen inschrijver had zich door de indiening van haar offerte voorbehoudloos verbonden; de aanbestedende overheid was niet gehouden om elke verbintenis bijkomend te laten garanderen. Over het eerste onderdeel: de verwijzing naar beperkte overheadkosten was slechts één element van een niet-cijfermatige bijkomende toelichting bij de totaalprijs. Dat in een cijfermatige verantwoording van twee eenheidsprijzen niet afzonderlijk naar overheadkosten werd verwezen, toonde geen discrepantie aan — de overheadkosten konden impliciet in andere posten verrekend zijn. De totaalprijs week bovendien slechts beperkt af van de raming. Het argument dat de uiteindelijk betaalde prijs meer dan 10% hoger lag dan het gunningsbedrag werd verklaard door prijsherzieningen ten gevolge van de sterke indexstijging tijdens de coronapandemie. De Raad verwierp het beroep en ook het bijkomend verzoek tot schadevergoeding tot herstel.
Pourquoi c'est important ?
Dit arrest verduidelijkt de status van voorbehouden en aanbevelingen van het studiebureau in het gunningsverslag. Een algemeen voorbehoud — zoals het advies om prijzen schriftelijk te laten bevestigen — is geen verplichte stap die de aanbestedende overheid moet volgen alvorens de prijsverantwoording te aanvaarden. De motivering moet in haar geheel worden gelezen, niet selectief. Het arrest bevestigt ook dat de aanbestedende overheid bij een onderhandelingsprocedure een ruime beoordelingsmarge heeft bij het prijsonderzoek, en dat het ontbreken van een afzonderlijke vermelding van overheadkosten bij twee specifieke eenheidsprijzen niet volstaat om een discrepantie met de totaalprijs aan te tonen.
La leçon
Als je het prijsonderzoek aanvecht, volstaat het niet om één geïsoleerd element uit de verantwoording te bekritiseren of te wijzen op een algemeen voorbehoud van het studiebureau. Je moet aantonen dat de beoordeling in haar geheel onzorgvuldig of kennelijk onredelijk was. Een advies van het studiebureau om bijkomende garanties te vragen is niet automatisch een verplichting — zeker niet als dat advies volgt op de eigen vaststelling dat de prijzen marktconform zijn.
Posez-vous la question
Vecht ik het prijsonderzoek aan op basis van een concrete onzorgvuldigheid in de beoordeling als geheel — of pluk ik slechts één geïsoleerd element uit de verantwoording zonder aan te tonen dat het totaalplaatje niet klopt?
À propos de cette base de données
Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →