Intrekking van de gunningsbeslissing maakt de vordering tot schorsing zonder voorwerp
De Raad van State verwerpt de vordering tegen de gunning van een raamovereenkomst voor signalisatie- en beursmateriaal, omdat de VDAB de bestreden gunningsbeslissing had ingetrokken vóór de terechtzitting, waardoor de vordering — ook wat de impliciete beslissing tot niet-gunning betreft — zonder voorwerp was geworden.
Que s'est-il passé ?
De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) schreef een raamovereenkomst uit voor het leveren van signalisatie- en beursmateriaal. Bij beslissing van 28 maart 2025 werd de opdracht gegund aan een derde tegen de eenheidsprijzen vermeld in diens offerte. De NV V. stelde op 11 april 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in, gericht tegen zowel de gunningsbeslissing als de impliciete beslissing tot niet-gunning aan haar. Bij beschikkingen van 15 en 18 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en de terechtzitting een eerste maal bepaald op 30 april 2025. Op 16 april 2025 trok de VDAB de bestreden gunningsbeslissing in. De terechtzitting vond uiteindelijk plaats op 4 juni 2025. Kamervoorzitter Geert Debersaques bracht verslag uit en eerste auditeur Frederic Eggermont gaf een met het arrest eensluidend advies. De Raad stelde vast dat de vordering ingevolge de intrekking in haar geheel zonder voorwerp was geworden, ook wat de gevorderde schorsing betreft van de impliciete beslissing om de opdracht niet aan de verzoekende partij te gunnen. De vordering werd verworpen. De VDAB werd als in het ongelijk gestelde partij verwezen in de kosten: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro verschuldigd aan de verzoekende partij.
Pourquoi c'est important ?
Dit arrest bevestigt dat wanneer de aanbestedende overheid de bestreden gunningsbeslissing intrekt vóór de terechtzitting, de vordering tot schorsing in haar geheel zonder voorwerp wordt — inclusief het onderdeel dat gericht is tegen de impliciete beslissing tot niet-gunning. De aanbestedende overheid die de beslissing intrekt na het instellen van het beroep, draagt de proceskosten als de partij die geacht wordt in het ongelijk te zijn gesteld.
La leçon
Als de aanbestedende overheid de bestreden beslissing intrekt vóór de uitspraak, verlies je als verzoeker je vordering — maar niet de kosten. Houd er als aanbestedende overheid rekening mee dat een intrekking na het instellen van het beroep ertoe leidt dat je de proceskosten draagt.
Posez-vous la question
Als ik als aanbestedende overheid overweeg de gunningsbeslissing in te trekken na een beroep bij de Raad van State: heb ik rekening gehouden met het feit dat ik dan de proceskosten draag, en heb ik een plan voor de verdere procedure?
À propos de cette base de données
Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →