Pidpa trekt de IBA-raamovereenkomst in nog vóór de Raad uitspraak doet: de UDN-vordering van De Peuter valt zonder voorwerp, maar Pidpa betaalt de kosten
Zes dagen nadat de NV De Peuter, zevende in de rangschikking, bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing had gevorderd van de gunning aan Belleaqua van een raamovereenkomst voor het leveren en plaatsen van IBA’s (2012-2015), trok het directiecomité van Pidpa de gunningsbeslissing in; de Raad van State stelde vast dat de vordering daardoor zonder voorwerp was, verwierp ze, maar legde de kosten van 175 euro bij Pidpa.
Wat gebeurde er?
Pidpa, het Antwerpse drinkwaterbedrijf, gunde op 16 januari 2012 een overheidsopdracht onder de vorm van een raamovereenkomst voor het leveren en plaatsen van IBA’s — individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater — voor de periode 2012-2015 aan de BVBA Belleaqua. De NV De Peuter uit Maarkedal, wier offerte op basis van de scoretabel als zevende was gerangschikt, stelde op 7 februari 2012 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. De zaak werd op 28 februari 2012 behandeld door de voorzitter van de XIIe kamer; enkel de raadsman van De Peuter verscheen. Intussen had het directiecomité van Pidpa op 13 februari 2012 — zes dagen na het verzoekschrift — de bestreden gunningsbeslissing ingetrokken. De Raad van State stelde vast dat de vordering daardoor zonder voorwerp was geworden, of dat De Peuter minstens haar belang erbij had verloren, en verwierp de vordering. In de gegeven omstandigheden legde hij de kosten van de UDN-vordering, begroot op 175 euro, ten laste van Pidpa. Het arrest zegt niets over de redenen van de intrekking of over de middelen die De Peuter had aangevoerd.
Waarom doet dit ertoe?
Dit korte arrest laat de spoedprocedure bij overheidsopdrachten zien zoals ze vaak in de praktijk eindigt: niet met een oordeel over de gunning, maar met een aanbesteder die zijn eigen beslissing terugtrekt zodra het verzoekschrift op tafel ligt. Voor de zevende gerangschikte inschrijver is dat op het eerste gezicht een mager resultaat — de Raad ‘verwerpt’ de vordering — maar in werkelijkheid heeft De Peuter precies bereikt wat een schorsing zou hebben opgeleverd: de gunning aan Belleaqua is van de baan en Pidpa moet de procedure herbekijken. Twee vaststellingen verdienen aandacht. Ten eerste de snelheid: een intrekking binnen zes dagen na het verzoekschrift suggereert dat Pidpa zelf een probleem zag dat ze liever niet door de Raad liet beoordelen. Ten tweede de kosten: hoewel de vordering formeel werd verworpen, droeg Pidpa de 175 euro. De Raad hanteert daarmee al in 2012 de logica die later in artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten is verankerd — wie zijn beslissing intrekt om een vernietiging of schorsing te voorkomen, geldt als de in het ongelijk gestelde partij. Dat een inschrijver die zevende stond toch een gunning kon doen kantelen, herinnert er ten slotte aan dat de rangschikking niets zegt over de sterkte van een procedureel bezwaar.
De les
Voor inschrijvers: een lage rangschikking is geen reden om een UDN-vordering bij voorbaat af te schrijven; als de gunningsbeslissing een gebrek vertoont, kan ook de zevende inschrijver de aanbesteder tot intrekking dwingen. Vraag in dat geval uitdrukkelijk de kosten — en, onder het huidige recht, de rechtsplegingsvergoeding — ten laste van de aanbesteder, want die is de feitelijk verliezende partij. Voor aanbesteders: een bestreden gunning snel intrekken kan verstandig zijn, maar het is geen kosteloze uitweg en het zet de hele raamovereenkomst terug op nul. Beter is het de gunningsbeslissing vóór de kennisgeving grondig te toetsen, zodat de intrekking niet nodig is.
Te onthouden
- Trekt de aanbesteder de gunningsbeslissing in tijdens de UDN-procedure, dan is de vordering zonder voorwerp; de Raad verwerpt ze zonder inhoudelijk oordeel.
- De kosten (175 euro) komen ten laste van de aanbesteder die introk, ook al wordt de vordering formeel verworpen.
- Ook een laag gerangschikte inschrijver (hier de zevende) kan met een UDN-vordering een gunning doen intrekken.
- Pidpa trok de beslissing in op 13 februari 2012, zes dagen na het verzoekschrift van 7 februari 2012.
Waarop letten
- Het formele dictum (‘verwerpt de vordering’) versus het praktische resultaat (de gunning is weg).
- De kostenregeling bij intrekking: de aanbesteder betaalt.
- Het arrest geeft geen inzicht in de redenen van de intrekking of in de aangevoerde middelen.
Stel jezelf de vraag
Laat u een UDN-vordering achterwege omdat u laag in de rangschikking staat, terwijl uw bezwaar de hele gunningsbeslissing raakt? Vordert u systematisch de kosten en de rechtsplegingsvergoeding wanneer de aanbesteder zijn beslissing intrekt na uw verzoekschrift? Als aanbesteder: wat leert u uit een intrekking die u zes dagen na een verzoekschrift moet doorvoeren — en had een extra controle vóór de kennisgeving dat kunnen voorkomen?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →