Verwerping Nederlandstalig college

Het torenuurwerk van Anzegem: een zaakvoerder die zelf de klokken restaureert is ‘eigen gekwalificeerd personeel’, en een prijsverantwoording zonder aankoopfacturen mag volstaan

Arrest nr. 219144 · 3 mei 2012 · XIIe kamer

Clock-O-Matic vocht bij uiterst dringende noodzakelijkheid de gunning aan van de restauratie van klokken en torenuurwerk van de Sint-Janskerk in Anzegem aan de eenmans-BVBA Michiels, die met 65.340 euro ruim 30.000 euro onder haar zat; de Raad van State verklaarde de vordering tegen de selectiebeslissing van juli 2011 laattijdig, aanvaardde dat de zaakvoerder van Michiels zelf als ‘eigen gekwalificeerd personeel’ kon gelden, en oordeelde dat de gemeente de prijsverantwoording — materiaal, 862,5 werkuren aan 40 euro en een globaal bedrag voor marges en verplaatsingen — mocht aanvaarden zonder aankoopfacturen te eisen.

Wat gebeurde er?

De gemeenteraad van Anzegem besliste op 5 mei 2009 een overheidsopdracht uit te schrijven voor de restauratie van de gevels en daken van de Sint-Jan de Doper en Sint-Eligiuskerk. Perceel 1 betrof de bouwkundige restauratie, perceel 2 de restauratie van de klokken en het torenuurwerk, geraamd op 117.007 euro incl. btw en te gunnen bij beperkte aanbesteding. Bij ministerieel besluit van 22 maart 2011 kende het Vlaamse Gewest een restauratiepremie toe en gaf het toelating om aan te besteden. Na de bekendmaking van 7 mei 2011 dienden vijf kandidaten een aanvraag tot deelneming in. Het selectieverslag van 29 juni 2011 stelde voor om de NV Meridiaan, de BVBA Beiaarden en Torenuurwerken Michiels en de NV Clock-O-Matic te selecteren; het college volgde dat op 6 juli 2011 en de geselecteerden werden bij brief van 28 juli 2011 uitgenodigd om een offerte in te dienen. De aankondiging vroeg voor de technische bekwaamheid een referentielijst met getuigschriften, een verklaring over de technici of technische diensten waarover de aannemer beschikt, en schreef voor dat de werken aan klokken en torenuurwerk ‘volledig met eigen gekwalificeerd personeel van de inschrijver’ moesten gebeuren. Geen van de drie kandidaten voegde een afzonderlijke lijst van technici bij; het selectieverslag leidde uit hun referenties ‘impliciet’ af dat zij over de nodige technische diensten beschikten. Bij de opening van de offertes lagen de prijzen ver uit elkaar: Michiels 65.340 euro, Clock-O-Matic 96.003 euro, Meridiaan 104.619 euro (excl. btw). Gelet op dat verschil vroeg de gemeente op 12 september 2011 aan Michiels een prijsverantwoording voor drie posten, met een ‘volledige ontleding’ naar materialen, lonen en winst. Michiels antwoordde op 19 september 2011. Voor de tijdelijke afdichting van gebouwopeningen (post 01.03.22) had zij 0 euro ingeschreven, omdat de oude wijzerplaten pas bij de montage van de nieuwe zouden worden gedemonteerd en er dus geen openingen ontstonden. Voor het vervangen van de wijzerplaten (post 04.29.31) gaf zij 9.100 euro materiaal en 242,5 uur aan 40 euro op, samen 18.800 euro, ‘inbegrepen marges en verplaatsingen van 6.237,50 euro’. Voor de restauratie en automatisatie van het torenuurwerk (post 04.29.32) gaf zij 8.200 euro materiaal en 620 uur aan 40 euro op, samen 33.000 euro, met 11.643 euro marges en verplaatsingen inbegrepen. Het aanbestedingsverslag van 29 september 2011 aanvaardde die verantwoording: hoewel ‘niet onmiddellijk duidelijk’ was hoeveel de winstmarge op de materialen bedroeg en hoeveel uren verplaatsing waren gerekend, leken zowel de materiaalkosten als het aantal werkuren realistisch. Clock-O-Matic protesteerde bij brief van 14 oktober 2011 en vroeg de selectiebeslissing op; de gemeente bezorgde die op 10 november 2011. Op 18 november 2011 gunde het college aan Michiels. Op 27 februari 2012 keurde het afdelingshoofd Beheer Onroerend Erfgoed de inschrijving goed en kende het de definitieve restauratiepremie toe. Pas op 14 maart 2012 kreeg Clock-O-Matic de kennisgeving dat haar offerte niet was gekozen; op 29 maart 2012 vorderde zij de UDN-schorsing van de selectiebeslissing, de gunningsbeslissing en het goedkeuringsbesluit van het Gewest. De Raad van State ging eerst na of de vordering tijdig was. Tegen de selectiebeslissing van 6 juli 2011 was ze dat niet: Clock-O-Matic wist sinds 28 juli 2011 dat zij (en dus ook de anderen) geselecteerd was en had de integrale selectiebeslissing op 10 november 2011 ontvangen, ruim buiten de termijn van vijftien dagen van artikel 65/23 van de wet van 24 december 1993. De Raad voegde er evenwel meteen aan toe dat onrechtmatigheden in de selectie nog altijd ontvankelijk kunnen worden ingeroepen tegen de latere gunningsbeslissing. De onduidelijke aanduiding van het goedkeuringsbesluit van het Gewest (‘van ongekende datum’) was geen probleem: iedereen begreep dat het om het besluit van 27 februari 2012 ging, en beide verwerende partijen hadden het in hun dossier gevoegd. Inhoudelijk verwierp de Raad beide middelen. Wat de selectie betreft, was de ‘impliciete’ motivering in het selectieverslag afdoende — Clock-O-Matic had ze in haar verzoekschrift immers uitvoerig inhoudelijk kunnen bestrijden — en mocht de gemeente uit de referenties van Michiels, die specifiek naar de beroepservaring van zaakvoerder Luc Michiels verwezen, afleiden dat de vennootschap de werken tot een goed einde kon brengen. Het argument dat Michiels niet bij de RSZ was ingeschreven en dus geen eigen personeel had, overtuigde niet: gelet op de aard van de opdracht mag ook de uitvoering door de zaakvoerder zelf gelden als uitvoering ‘met eigen gekwalificeerd personeel’. Of de referenties eigen opdrachten dan wel onderaanneming betroffen, deed er niet toe. Wat de prijsverantwoording betreft, herhaalde de Raad dat de aanbesteder een ruime beoordelingsvrijheid heeft om al dan niet een prijsonderzoek te voeren, en dat een bevraging niet verplicht is als de offerte niet wordt afgewezen. Hier had de gemeente uit eigen beweging een facultatief onderzoek gevoerd; de verantwoording van Michiels beantwoordde aan de gevraagde ontleding; en Clock-O-Matic toonde niet aan waarom de materiaalkosten en werkuren niet realistisch mochten worden geacht. Het uurtarief van 40 euro lag zelfs boven de 30 à 35 euro die Clock-O-Matic zelf als reële loonkost van een geschoolde arbeider opgaf, en de vergelijking met een arbeidersloon ging hoe dan ook niet zomaar op nu de zaakvoerder de werken zelf zou uitvoeren. Dat de verantwoording ook aankoopfacturen had moeten bevatten, zoals Clock-O-Matic betoogde, bleek nergens uit. De vordering werd verworpen; Clock-O-Matic droeg de kosten van 175 euro en Michiels de 125 euro van haar tussenkomst.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest is een nuttig tegenwicht voor de idee dat een fors lagere prijs op zich verdacht is. De gemeente Anzegem deed wat een zorgvuldige aanbesteder hoort te doen: ze zag een prijsverschil van meer dan 30.000 euro op een opdracht van amper 100.000 euro, vroeg een verantwoording voor de drie doorslaggevende posten, en motiveerde in het aanbestedingsverslag waarom ze die aanvaardde — inclusief de eerlijke vermelding van wat in de verantwoording niet volledig duidelijk was. Precies die transparantie maakte de beslissing bestand tegen de kritiek. De Raad bevestigt drie dingen. Ten eerste dat een prijsverantwoording niet perfect hoeft te zijn: een opsplitsing naar materiaal, uren en een globaal bedrag voor marges en verplaatsingen volstaat als ze beantwoordt aan wat de aanbesteder heeft gevraagd en als de cijfers realistisch voorkomen; aankoopfacturen zijn geen wettelijke vereiste. Ten tweede dat de context van de inschrijver meetelt: een eenmansvennootschap waarvan de zaakvoerder zelf het ambachtelijke werk doet, heeft een andere kostenstructuur dan een onderneming met werknemers, en de eis van ‘eigen gekwalificeerd personeel’ mag in het licht van de aard van de opdracht — de restauratie van een historisch torenuurwerk is ambachtswerk — ook op de zaakvoerder zelf slaan. Ten derde herinnert het arrest aan de harde termijnregel voor selectiebeslissingen: wie de selectie van een concurrent wil aanvechten, heeft vijftien dagen vanaf het moment waarop hij er kennis van kreeg, en wachten tot de gunning is te laat voor een rechtstreekse aanval — al blijven de selectiegebreken wel inroepbaar tegen de gunning. Ten slotte illustreert het dossier de vertraging die een gesubsidieerde opdracht met zich brengt: gunning in november 2011, goedkeuring door het Gewest eind februari 2012, kennisgeving aan de verliezer pas half maart 2012.

De les

Voor aanbesteders: als u een prijsonderzoek voert, vraag dan concreet wat u wil zien (materiaal, uren, winst, verplaatsingen), toets het antwoord aan de realiteit van de sector en schrijf uw beoordeling neer in het gunningsverslag, ook de punten die u minder overtuigend vond. Een gemotiveerde aanvaarding van een lage prijs houdt stand; een stilzwijgende niet. Voor inschrijvers die een lage prijs willen aanvechten: het volstaat niet om te zeggen dat de prijs onder de marktprijs ligt of dat de concurrent geen personeel op de loonlijst heeft. U moet aantonen dat de aanbesteder de verantwoording niet redelijkerwijs kon aanvaarden — en let op: een uurtarief dat boven uw eigen loonkostraming ligt, helpt u niet. Voor kleine ambachtelijke bedrijven: een zaakvoerder die zelf de werken uitvoert, kan volstaan als ‘eigen gekwalificeerd personeel’, mits u dat in uw kandidatuur duidelijk maakt met uw persoonlijke referenties en ervaring. Voor iedereen: reken de termijn van vijftien dagen vanaf het moment waarop u van een beslissing kennis kreeg, niet vanaf de kennisgeving van de volgende stap.

Te onthouden

  • De UDN-vordering tegen een selectiebeslissing moet op straffe van onontvankelijkheid binnen vijftien dagen na kennisneming worden ingesteld; wie de selectie op 10 november 2011 ontving en pas op 29 maart 2012 dagvaardt, is te laat.
  • Gebreken in de selectie blijven wel ontvankelijk inroepbaar als middel tegen de latere gunningsbeslissing.
  • Een ‘impliciete’ motivering in het selectieverslag (referenties volstaan als bewijs van technische diensten) is afdoende als ze de verzoeker in staat stelt inhoudelijke kritiek te formuleren.
  • De eis dat de werken ‘volledig met eigen gekwalificeerd personeel’ gebeuren, kan bij een ambachtelijke restauratieopdracht ook worden vervuld door de zaakvoerder van de BVBA zelf; het ontbreken van een RSZ-inschrijving is dan niet doorslaggevend.
  • De aanbesteder beslist vrij of hij een prijsonderzoek voert; zonder afwijzing is een bevraging niet verplicht, maar zorgvuldigheid vereist wel dat de regelmatigheid van de prijzen wordt nagegaan.
  • Een prijsverantwoording met materiaalkosten, werkuren (242,5 en 620 uur aan 40 euro) en een globaal bedrag voor marges en verplaatsingen mag worden aanvaard, ook al is de uitsplitsing van winst en verplaatsingsuren niet volledig; aankoopfacturen zijn geen vereiste.
  • Een uurtarief van 40 euro dat boven de door de verzoeker zelf opgegeven loonkost van 30 à 35 euro ligt, is geen indicatie van een abnormale prijs.
  • Een verkeerd omschreven bestreden beslissing (‘ministerieel besluit van ongekende datum’) is geen grond voor onontvankelijkheid als uit het dossier duidelijk is welk besluit wordt bedoeld en de verwerende partijen het zelf hebben neergelegd.

Waarop letten

  • Het tijdstip van kennisneming van de selectiebeslissing (brief van 28 juli 2011 en integrale mededeling van 10 november 2011) als startpunt van de termijn.
  • Het verschil tussen een facultatief prijsonderzoek (hier) en de verplichte bevraging vóór afwijzing wegens abnormale prijzen (art. 110, § 3 KB 1996).
  • De 0 euro voor post 01.03.22, aanvaard omdat de werkwijze van de inschrijver de kost overbodig maakte — een verantwoording hoeft niet altijd cijfers te bevatten.
  • De rol van de subsidiërende overheid (Vlaams Gewest) als tweede verwerende partij en de lange doorlooptijd tussen gunning en kennisgeving.
  • Dat een eenmansvennootschap een andere kostenstructuur heeft en dat de vergelijking met arbeiderslonen daarom niet zonder meer opgaat.

Stel jezelf de vraag

Hebt u bij een opvallend prijsverschil een prijsverantwoording gevraagd, en staat in uw verslag waarom u ze aanvaardt? Bevat uw verzoek tot verantwoording een duidelijke opgave van wat de inschrijver moet ontleden? Als u een lage prijs aanvecht: kunt u concreet aantonen dat materiaalkosten of uren onrealistisch zijn, of vertrouwt u op algemene beweringen over marktprijzen? Als kleine onderneming: maakt uw kandidatuur duidelijk dat de zaakvoerder zelf de gekwalificeerde uitvoerder is? En hebt u de termijn van vijftien dagen tegen de selectiebeslissing in het oog gehouden, of wacht u tot de gunning?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →