Auderghem sluit een aannemer uit om een belastingschuld en gunt de schooluitbreiding aan een concurrent — de Raad van State schorst: zo’n schuld weegt niet automatisch
De gemeente Auderghem sloot de aannemer Moureau uit de open aanbesteding voor de uitbreiding van het schoolcentrum ‘Les Marronniers’ — gegund aan M&M Sitty voor 1.872.909,79 euro excl. btw — louter omdat een attest van de FOD Financiën een belastingschuld van meer dan 3.000 euro toonde; de Raad van State schorste die gunning bij uiterst dringende noodzakelijkheid, omdat zo’n schuld pas tot uitsluiting leidt nadat de aanbesteder heeft nagegaan of de inschrijver geen strikt nageleefd afbetalingsplan en geen voldoende zekere schuldvorderingen heeft.
Wat gebeurde er?
De gemeente Auderghem keurde op 30 januari 2014 de wijze van gunning goed voor de uitbreiding en renovatie van het schoolcentrum ‘Les Marronniers’ aan de chaussée de Wavre: een overheidsopdracht voor werken bij open aanbesteding. De aankondiging verscheen op 14 februari 2014 in het Bulletin der Aanbestedingen, de opening van de offertes vond plaats op 31 maart 2014. Vier aannemers schreven in: Moureau voor 1.890.387,60 euro excl. btw, M&M Sitty voor 1.869.578,26 euro, De Graeve voor 1.842.213,79 euro en In Advance voor 1.823.058,58 euro. Op 22 mei 2014 raadpleegde de gemeente langs elektronische weg het attest van de FOD Financiën, dat voor Moureau een belastingschuld van meer dan 3.000 euro vermeldde. Bij beslissing van 16 juni 2014 selecteerde het college van burgemeester en schepenen Moureau niet en gunde het de opdracht aan M&M Sitty voor 1.872.909,79 euro excl. btw (2.266.220,84 euro incl. btw); de offertes van De Graeve en In Advance werden onregelmatig verklaard. Bij brief van 30 juli 2014 lichtte de gemeente Moureau in dat zij was uitgesloten omdat zij geen attest van fiscale regelmatigheid had voorgelegd en, na een uitdrukkelijk verzoek, dat attest niet had bezorgd, terwijl een opzoeking bij de FOD Financiën een fiscale schuld van meer dan 3.000 euro aantoonde — boven de drempel van artikel 63, §2 van het KB van 15 juli 2011. Moureau vorderde op 14 augustus 2014 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; M&M Sitty, de begunstigde, kwam tussen. De gemeente en de tussenkomende partij wierpen op dat Moureau geen belang had, omdat haar offerte hoe dan ook onregelmatig zou zijn wegens een incoherentie over een korting van 5% tussen het offerteformulier en de prijsborderel. De Raad verwierp die exceptie: omdat Moureau niet was geselecteerd, had de gemeente haar offerte nooit ten gronde beoordeeld, zodat niet kon worden aangenomen dat die offerte noodzakelijk onregelmatig zou zijn verklaard; het komt de Raad bovendien niet toe zijn beoordeling in de plaats te stellen van die van de aanbesteder. Ten gronde oordeelde de Raad dat het loutere bestaan van een belastingschuld van meer dan 3.000 euro niet volstaat om een inschrijver van de toegang tot de opdracht te weren: die schuld is pas een uitsluitingsgrond als de inschrijver geen strikt nageleefd afbetalingsplan heeft én geen zekere, opeisbare en onbezwaarde schuldvorderingen bezit zoals bedoeld in artikel 63, derde lid. De gemeente had die verificaties niet verricht — zij sloot Moureau uit op de enkele basis van het attest van 22 mei 2014 — en beging daardoor, na een toetsing in uiterst dringende noodzakelijkheid, een kennelijke beoordelingsfout en miskende het zorgvuldigheidsbeginsel. Het middel werd in zijn tweede onderdeel ernstig bevonden. Bij de belangenafweging verwierp de Raad het argument van de gemeente dat een schorsing een lening van 639.092 euro van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën (FRBRTC) in het gedrang zou brengen en de scholenbouw zou blokkeren: dat bedrag vertegenwoordigde minder dan een kwart van het op de buitengewone begroting 2014 ingeschreven bedrag, andere financieringswijzen waren mogelijk en de continuïteit van de schoolwerking was niet aannemelijk bedreigd. De Raad willigde de tussenkomst van M&M Sitty in en schorste de tenuitvoerlegging van de gunningsbeslissing van 16 juni 2014; de uitspraak over de kosten werd aangehouden.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest legt een grens aan een reflex die aanbesteders vaak hebben: een attest van de FOD Financiën toont een belastingschuld boven 3.000 euro, dus de inschrijver vliegt eruit. Zo eenvoudig ligt het niet. De regelgeving maakt van die schuld geen automatische uitsluitingsgrond, maar een voorwaardelijke: ze telt pas als de inschrijver er géén strikt nageleefd afbetalingsplan voor heeft én niet over voldoende zekere, opeisbare en onbezwaarde schuldvorderingen op de overheid beschikt om ze te compenseren. Wie uitsluit zonder die twee dingen na te gaan, beslist op onvolledige gronden en begaat een kennelijke beoordelingsfout. Voor inschrijvers met een tijdelijke fiscale achterstand is dat een reëel verweer: de uitsluiting kan worden geschorst als de overheid de wettelijke nuance heeft overgeslagen. Het arrest illustreert ook twee terugkerende mechanismen in het aanbestedingscontentieux. Ten eerste het belang van een niet-geselecteerde inschrijver: omdat de overheid zijn offerte nooit beoordeelde, kan zij in de schorsingsprocedure niet alsnog beweren dat die offerte toch onregelmatig was — de Raad zet zich niet in de plaats van de aanbesteder. Ten tweede de strengheid van de belangenafweging: wie als overheid een schorsing wil afwenden met een financieel of continuïteitsargument, moet dat met een elementaire waarschijnlijkheid hardmaken, en niet met een losse verwijzing naar een lening die maar een fractie van de begroting dekt.
De les
Wordt u als inschrijver uitgesloten omdat een attest een belastingschuld van meer dan 3.000 euro vermeldt, geef u dan niet meteen gewonnen. Ga na of de aanbesteder écht heeft onderzocht of u een strikt nageleefd afbetalingsplan of voldoende zekere schuldvorderingen op een overheid had: zonder die verificatie is de uitsluiting kwetsbaar. Bent u aanbesteder, dan luidt de les omgekeerd: stel niet automatisch gelijk ‘schuld boven 3.000 euro’ met ‘uitsluiting’. Verifieer eerst de afbetalingsregeling en de tegenvorderingen van artikel 63, derde lid, en documenteer dat in uw gunningsverslag, anders riskeert u een schorsing wegens kennelijke beoordelingsfout en miskenning van het zorgvuldigheidsbeginsel. Houd er bovendien rekening mee dat u de offerte van een niet-geselecteerde inschrijver niet achteraf onregelmatig kunt verklaren om diens belang te ontkennen, en dat een financieel of continuïteitsargument bij de belangenafweging pas weegt als u het met concrete, waarschijnlijke gegevens onderbouwt.
Te onthouden
- Een belastingschuld van meer dan 3.000 euro is geen automatische uitsluitingsgrond: ze telt pas als er geen strikt nageleefd afbetalingsplan en geen voldoende zekere, opeisbare en onbezwaarde schuldvorderingen tegenover staan (art. 63 KB 15 juli 2011).
- De aanbesteder moet die twee elementen verifiëren vóór hij uitsluit; doet hij dat niet, dan begaat hij een kennelijke beoordelingsfout en miskent hij het zorgvuldigheidsbeginsel.
- De offerte van een niet-geselecteerde inschrijver werd nooit ten gronde beoordeeld; de overheid kan in de schorsingsprocedure niet alsnog beweren dat die offerte onregelmatig was om het belang van de inschrijver te ontkennen.
- Bij de belangenafweging moet de overheid haar financieel of continuïteitsargument met elementaire waarschijnlijkheid aantonen; een lening die minder dan een kwart van de begroting dekt, weegt niet op tegen de wettigheid van de procedure.
- De Raad schorste de gunning aan M&M Sitty (1.872.909,79 euro excl. btw) bij uiterst dringende noodzakelijkheid en hield de kosten aan.
Waarop letten
- Het onderscheid tussen het loutere bestaan van een fiscale schuld en de wettelijke voorwaarden waaronder die schuld pas tot uitsluiting leidt.
- De verplichting om de afbetalingsregeling en de tegenvorderingen van artikel 63, derde lid, te onderzoeken en dat te documenteren in het gunningsverslag.
- De onmogelijkheid om de offerte van een niet-geselecteerde inschrijver achteraf onregelmatig te verklaren om diens belang te ontkennen.
- De bewijslast en de strengheid van de belangenafweging wanneer de overheid een schorsing wil afwenden met een financieel of continuïteitsargument.
Stel jezelf de vraag
Beseft u dat een belastingschuld van meer dan 3.000 euro op zich niet volstaat om een inschrijver uit te sluiten, en dat de aanbesteder eerst moet nagaan of er geen strikt nageleefd afbetalingsplan of voldoende zekere schuldvorderingen zijn? Hebt u die verificatie verricht en gedocumenteerd vóór u tot uitsluiting besloot? Weet u dat u de offerte van een inschrijver die u niet hebt geselecteerd, niet achteraf onregelmatig kunt verklaren om zijn belang bij een beroep te ontkennen? En als u een schorsing wil afwenden met een financieel of continuïteitsargument: kunt u dat met een elementaire waarschijnlijkheid bewijzen, of blijft het bij een vermoeden?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →