Tankkaarten voor 450 voertuigen in Kortrijk: Gabriëls was de goedkoopste, maar verliest op e-laden en service — en de Raad van State herrekent de scores niet
De NV Gabriëls & Co bood de laagste totaalprijs voor de raamovereenkomst brandstoffen en e-laden van de stad Kortrijk, maar eindigde met 92,31 % tweede na G&V Servicestations (93,64 %); haar UDN-vordering, gebouwd op een andere lezing van de puntenaftrek ‘per schijf van 5.000 euro’, op de niet-neutrale keuze van een Allego-laadpaal aan de Wandelweg en op de al te ruime invulling van ‘dienst na verkoop’, werd op 22 november 2022 verworpen omdat geen enkel onderdeel ernstig bleek.
Wat gebeurde er?
De stad Kortrijk schreef een openbare procedure uit voor een ‘raamovereenkomst voor de levering van brandstoffen en laden van e-voertuigen via tank-laadkaarten voor de periode 2023-2026’. Ze trad daarbij op als aankoopcentrale voor het OCMW Kortrijk en zijn vzw’s, Hulpverleningszone Fluvia, Politiezone Vlas en Intercommunale W13; in totaal kwamen een 450-tal voertuigen in aanmerking. Het bestek voorzag vijf gunningscriteria: prijs (75 punten), afstand tot de voorkeurstankstations (10), beheer van de tank-laadkaarten (5), aanbod e-laden (5) en persoonlijke dienst na verkoop (5). Voor de prijs kreeg de goedkoopste inschrijver het maximum, en ‘per schijf van €5.000,00 verschil’ werd één punt afgetrokken. De twee kwalitatieve criteria werden beoordeeld via een beoordelingsmatrix waarbij een offerte ‘beter’, ‘even goed’ of ‘minder goed’ scoorde dan de andere (3, 2 of 1 punt). Voor het e-laden vroeg het bestek de inschrijvers om drie vragen te beantwoorden, waaronder een concrete rekenoefening: pas uw prijszetting toe op een laadpaal in de buurt van de Wandelweg te Kortrijk, voor een plug-in hybride die vijf dagen per week 9,6 kW laadt. Vier offertes kwamen binnen: G&V Servicestations, Gabriëls & Co, Kuwait Petroleum en Total Belgium. Gabriëls had de laagste totaalprijs (4.267.503,02 euro incl. btw) en kreeg 75/75; G&V lag 13.128,50 euro hoger en kreeg 73 (‘2 volledige schijven van 5.000 euro’). Op e-laden en dienst na verkoop scoorde G&V echter telkens het maximum van 5, tegenover 2,78 en 3,89 voor Gabriëls. In de rekenoefening voor de Wandelweg kwam G&V op 24,27 euro per week (0,43 euro/kWh via zijn Allego-partnerschap, plus 3 euro abonnement per kaart), Gabriëls op 25,80 euro (0,50 euro/kWh plus 0,36 euro opstartkost per laadbeurt). Bij de dienst na verkoop noteerde de stad bij G&V onder meer periodiek onderhoud van de tankstations, betrokkenheid bij de ontwikkeling van het online platform, mobiliteitsadvies en ‘sponsoring regio Kortrijk op evenementen’, waar de offerte van Gabriëls ‘geen uitdrukkelijke vermelding’ bevatte. Eindstand: G&V 93,64 %, Gabriëls 92,31 %, Total 80,53 %, Kuwait Petroleum 77,53 %. Het college gunde op 26 september 2022 aan G&V voor de periode 1 januari 2023 tot 31 december 2026. Gabriëls vorderde op 20 oktober 2022 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Eerste onderdeel: ‘per schijf’ betekent volgens haar per begonnen schijf, zodat G&V bij 13.128,50 euro verschil in de schijf ‘x+10.000 tot x+15.000’ viel en 72 in plaats van 73 punten verdiende; het gunningsverslag sprak ‘plots’ van ‘volledige schijven’, wat niet in het bestek stond. De Raad volgde de stad: uit de bewoordingen ‘per schijf van €5.000,00 verschil wordt 1 punt minder toegekend’ valt op het eerste gezicht af te leiden dat een verschil kleiner dan 5.000 euro geen aftrek oplevert, dus één punt per volledige schijf. Tweede onderdeel: de vraag ‘waar kan geladen worden’ was volgens Gabriëls beantwoord met een nietszeggende verwijzing naar ieders app; vraag 2 over de prijsopbouw was gewoon overgeschreven zonder beoordeling; en de laadpaal aan de Wandelweg was niet neutraal omdat de beheerder ervan Allego is, waarmee G&V een bevoorrecht partnerschap had — Gabriëls’ eigen laadpalen in Kortrijk laden bovendien tien keer sneller en haar prijs voor de oefening kwam op 21,60 euro. De Raad vond de verwijzing naar een app op het eerste gezicht relevant, oordeelde dat vraag 2 en 3 geen subgunningscriteria zijn en logisch in één beweging beoordeeld mochten worden, en weigerde uitdrukkelijk om aan de hand van een door Gabriëls zelf opgestelde vergelijkende tabel — en nieuwe cijfers ter zitting — de offertes op hun merites te herbeoordelen: die bevoegdheid komt de aanbesteder toe, niet de rechter. Inhoudelijk wees de Raad erop dat Gabriëls haar ‘geen opstart- of uurkost’ enkel bij eigen laadpalen hanteert en aan een Allego-paal wél kosten aanrekent; dat elke inschrijver een overeenkomst met Allego heeft; dat Allego meer dan 90 % van de laadpunten in de regio Kortrijk beheert terwijl Gabriëls bij de indiening nog geen eigen laadfaciliteit in Kortrijk had en nu één adres; en dat de volatiliteit van laadtarieven niet relevant is omdat de prijs ook uit abonnements-, opstart- en roamingkosten bestaat die precies via vraag 3 vergelijkbaar werden gemaakt. Derde onderdeel: de ‘sponsoring regio Kortrijk’ als pluspunt voor dienst na verkoop rekte het verband met de opdracht volgens Gabriëls te ver op. De Raad ging daar niet expliciet tegenin, maar stelde vast dat G&V ook zonder de bekritiseerde elementen nog ‘beter’ scoort: alleen zijn offerte vermeldt dat de aanbesteder betrokken wordt bij de ontwikkeling van het beheersplatform en dat hij mobiliteitsadvies geeft, en Gabriëls betrok die elementen niet in haar kritiek. Haar eigen troeven — twee aanspreekpunten, bereikbaarheid op zaterdagvoormiddag, permanentie tijdens verlof — bleken wel meegenomen onder de noemer ‘ondersteuning via vaste contactpersonen’. Alle onderdelen werden niet ernstig bevonden; de Raad verwierp de vordering en veroordeelde Gabriëls tot een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan de stad. G&V droeg het rolrecht van 150 euro voor haar tussenkomst.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest toont in één zaak drie dingen die inschrijvers systematisch onderschatten. Ten eerste de uitlegregel voor prijsformules: ‘per schijf van 5.000 euro verschil één punt minder’ betekent per vólledige schijf, niet per begonnen schijf. Wie een andere lezing verdedigt, moet aantonen dat de aanbesteder het bestek kennelijk verkeerd toepast — en dat lukte hier niet, ook al dook het woord ‘volledige’ pas in het gunningsverslag op. Ten tweede de grenzen van de wettigheidstoets: de Raad van State weigert uitdrukkelijk om met een door de verzoeker opgestelde vergelijkingstabel de offertes zelf te herwaarderen. Wie zijn zaak bouwt op ‘mijn prijs is eigenlijk lager’ in plaats van op een aantoonbaar gebrek in de beoordeling, staat met lege handen. Ten derde de manier waarop een concrete rekencasus in het bestek — hier de laadpaal aan de Wandelweg — de beoordeling van een moeilijk vergelijkbaar criterium als e-laden objectiveert. Dat die paal toevallig door Allego wordt beheerd, met wie de winnaar betere tarieven had bedongen, maakt de casus niet onneutraal zolang elke inschrijver aan dezelfde paal kan laden en de casus representatief is voor het werkelijke gebruik (Allego beheert meer dan 90 % van de laadpunten in de regio). Wie bovendien in zijn verzoekschrift enkel de voordelen bij zijn eigen laadpalen benadrukt en de kosten aan andermans palen verzwijgt, ondergraaft zijn eigen geloofwaardigheid. Het arrest bevat ook een discreet signaal voor aanbesteders: de Raad ging niet inhoudelijk in op de vraag of ‘sponsoring van evenementen in de regio Kortrijk’ thuishoort onder dienst na verkoop, maar redde de beoordeling enkel omdat de winnaar óók zonder dat element beter scoorde. Op zichzelf had dat pluspunt de zaak kunnen doen kantelen.
De les
Voor inschrijvers: lees prijsformules zoals een voorzichtige aanbesteder ze toepast — ‘per schijf’ is per volledige schijf — en stel vragen tijdens de plaatsing als de formule dubbelzinnig is, niet pas voor de Raad van State. Bouw een UDN-vordering op een aantoonbaar gebrek in de beoordeling (een niet-beoordeeld element, een criterium dat niet in het bestek stond, een onjuist cijfer), niet op een eigen herberekening van de scores; de Raad herwaardeert niet. Als het bestek een concrete casus voorschrijft, beantwoord die dan volledig en eerlijk, ook waar uw tarieven minder gunstig zijn: hier bleek uit de eigen berekening van Gabriëls dat zij aan een Allego-paal wél opstart- en roamingkosten aanrekent, wat haar argument onderuithaalde. En reken voor u procedeert uit of de correctie die u vraagt de rangschikking werkelijk omkeert — hier was het verschil 1,33 punten en had het eerste onderdeel op zichzelf niets veranderd. Voor aanbesteders: een rekencasus in het bestek is een sterk instrument om moeilijk vergelijkbare aanbiedingen (laadtarieven, roamingkosten, abonnementen) op één noemer te brengen; kies hem representatief en documenteer waarom. Hanteer bij de beoordelingsmatrix uitsluitend elementen die aantoonbaar met de uitvoering van de opdracht samenhangen; een pluspunt als ‘sponsoring’ overleeft de toets enkel als de winnaar ook zonder dat element vooruit blijft. En schrijf in het bestek zelf ‘per volledige schijf’ als u dat bedoelt — dat bespaart u een procedure.
Te onthouden
- ‘Per schijf van 5.000 euro verschil wordt 1 punt minder toegekend’ betekent op het eerste gezicht één punt per volledige schijf; een verschil van 13.128,50 euro geeft dus 2 punten aftrek, niet 3.
- De Raad van State beoordeelt de wettigheid van de gunningsbeslissing en herwaardeert de offertes niet aan de hand van een door de verzoeker opgestelde vergelijkende tabel of nieuwe cijfers ter zitting.
- Vragen in een bestek die samen één gunningscriterium invullen, zijn geen subgunningscriteria en mogen in één beweging worden beoordeeld.
- Een concrete rekencasus (laadpaal aan de Wandelweg, 9,6 kW, vijf dagen per week) is een geldige manier om uiteenlopende prijsstructuren voor e-laden te vergelijken; dat de beheerder van die paal een partner van de winnaar is, maakt de casus niet onneutraal wanneer elke inschrijver er kan laden en die beheerder meer dan 90 % van de regionale laadpunten heeft.
- Bij een beoordelingsmatrix (beter/even goed/minder goed) volstaat het dat de winnaar ook zonder de betwiste elementen nog beter scoort; de Raad hoefde zich dan niet uit te spreken over ‘sponsoring’ als element van dienst na verkoop.
- Kosten van de verworpen UDN: rolrecht 200 euro, bijdrage 24 euro en rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan de stad Kortrijk; de tussenkomende partij draagt 150 euro.
Waarop letten
- De formulering van prijsformules met schijven: wie ‘per begonnen schijf’ bedoelt, moet dat uitdrukkelijk schrijven.
- Een verzoekschrift dat enkel de gunstige kant van de eigen prijszetting toont, wordt door de Raad naast de eigen offerte gelegd.
- Elementen in een beoordelingsmatrix die niet uitdrukkelijk in het bestek staan, moeten logisch en voorzienbaar zijn voor een zorgvuldige inschrijver; ‘sponsoring in de regio’ zit op de rand.
- Bij een klein puntenverschil (hier 1,33 op 100) telt elk onderdeel afzonderlijk niet — de Raad kijkt of de kritiek als geheel de rangschikking omkeert.
- Volatiliteit van tarieven is geen argument tegen een vergelijking op een vast tijdstip, tenzij u aantoont dat ze in de relevante periode sterk schommelden.
Stel jezelf de vraag
Weet u dat een puntenaftrek ‘per schijf van X euro verschil’ door de Raad van State wordt gelezen als per volledige schijf, zodat een verschil kleiner dan X geen aftrek oplevert? Steunt uw kritiek op een gebrek in de beoordeling of alleen op een eigen herrekening van de scores waarmee u de Raad vraagt de offertes te herwaarderen? Hebt u in uw offerte de door het bestek voorgeschreven rekencasus volledig en consistent beantwoord, ook voor laadpalen van andere beheerders waar u wél kosten aanrekent? Levert de correctie die u vraagt, alle onderdelen samen, effectief de eerste plaats op? En als aanbesteder: kunt u voor elk element dat u in de beoordelingsmatrix als pluspunt aanrekent (zoals sponsoring) uitleggen wat het met de uitvoering van de opdracht te maken heeft, en blijft uw rangschikking overeind als u dat element wegdenkt?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →