Verwerping Nederlandstalig college

Indaver dwingt EcoWerf tot inkeer: gunning van drie huisvuilpercelen aan Bionerga ingetrokken, en de aanbesteder betaalt de rekening

Arrest nr. 255227 · 8 december 2022 · XIIe kamer (waarnemend voorzitter)

Nadat de NV Indaver bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing vorderde van de beslissing van EcoWerf om de percelen 1, 2 en 3 van de opdracht ‘Verwerking en logistiek van huisvuil en grofvuil’ aan de NV Bionerga te gunnen en de percelen 5 tot en met 7 niet te gunnen, trok het intergemeentelijk milieubedrijf die beslissing op 1 december 2022 in, waarop de Raad van State de zonder voorwerp geworden vordering verwierp maar EcoWerf wel veroordeelde tot het rolrecht, de bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.

Wat gebeurde er?

De raad van bestuur van het intergemeentelijk milieubedrijf EcoWerf besliste op 19 oktober 2022 over de opdracht nr. 2022-EW-02-77 voor de ‘Verwerking en logistiek van huisvuil en grofvuil’: de percelen 1, 2 en 3 werden gegund aan de NV Bionerga, de percelen 5 tot en met 7 werden niet gegund. De NV Indaver, die naast de opdracht greep, stelde op 18 november 2022 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen beide onderdelen van die beslissing. Lang heeft de procedure niet geduurd: op 1 december 2022 trok EcoWerf de bestreden gunningsbeslissing zelf in. Op de virtuele terechtzitting via Teams van 8 december 2022, voor staatsraad en waarnemend kamervoorzitter Patricia De Somere en met een eensluidend advies van eerste auditeur Frederic Eggermont, restte enkel de vaststelling dat de vordering zonder voorwerp was geworden, minstens dat Indaver haar belang erbij had verloren. De Raad verwierp de vordering, maar de kostenregeling viel in het voordeel van Indaver uit: ‘in de gegeven omstandigheden’ werd EcoWerf verwezen in de kosten van de UDN-vordering — een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, verschuldigd aan Indaver.

Waarom doet dit ertoe?

Twintig dagen na het verzoekschrift was de zaak beklonken zonder dat één middel inhoudelijk werd onderzocht: de intrekking door EcoWerf maakte het geschil zonder voorwerp, en toch hield Indaver er een kostenveroordeling van de aanbesteder aan over. Dat laatste is het vermelden waard, want het dictum luidt formeel ‘verwerping’ — wie enkel het beschikkend gedeelte leest, zou denken dat Indaver verloor. Het arrest toont ook hoe de Raad de kosten regelt wanneer de zaak uitsluitend een UDN-vordering betreft: anders dan in het arrest nr. 255.231 van een dag later, waar de kosten in beraad werden gehouden omdat het annulatieberoep nog liep, kon hier meteen worden afgerekend. De zaak illustreert ten slotte dat ook beslissingen om percelen níét te gunnen mee in het vizier van een UDN-vordering kunnen komen: Indaver viseerde zowel de gunning van de percelen 1 tot en met 3 aan Bionerga als de niet-gunning van de percelen 5 tot en met 7.

De les

Voor inschrijvers: een UDN-vordering die snel na de gunning wordt ingesteld, zet de aanbesteder onder reële druk — hier volgde de intrekking binnen de twee weken. Vergeet bij een intrekking niet dat u de kosten kunt recupereren: de Raad legde het rolrecht, de bijdrage en de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro bij EcoWerf. En bedenk dat ook de beslissing om bepaalde percelen niet te gunnen aanvechtbaar is, niet alleen de toewijzing zelf. Voor aanbesteders: een gunningsbeslissing intrekken nadat een UDN-vordering is ingesteld kan een verstandige koerscorrectie zijn, maar reken erop dat u als in het ongelijk gestelde partij de kosten draagt — de intrekking is geen kosteloze nooduitgang.

Te onthouden

  • EcoWerf trok de gunningsbeslissing van 19 oktober 2022 op 1 december 2022 zelf in, twintig dagen na het UDN-verzoekschrift van Indaver — de vordering werd daardoor zonder voorwerp.
  • Ondanks de formele ‘verwerping’ werd de aanbesteder verwezen in de kosten: rolrecht van 200 euro, bijdrage van 24 euro en rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan Indaver.
  • Omdat enkel een UDN-vordering voorlag, kon de Raad de kosten meteen afrekenen — in tegenstelling tot zaken waar het annulatieberoep nog loopt.
  • Indaver vocht niet alleen de gunning van de percelen 1, 2 en 3 aan Bionerga aan, maar ook de beslissing om de percelen 5 tot en met 7 niet te gunnen.
  • De hele procedure, van verzoekschrift tot arrest, nam amper drie weken in beslag.

Waarop letten

  • Het dictum ‘verwerping’ zegt hier niets over de gegrondheid van Indavers bezwaren; het is de formele afhandeling van een vordering zonder voorwerp.
  • De kostenveroordeling van de aanbesteder bij intrekking is geen automatisme in elke formulering — de Raad motiveerde ze hier met ‘in de gegeven omstandigheden’.
  • Ook niet-gunningsbeslissingen over afzonderlijke percelen kunnen het voorwerp van een UDN-vordering zijn.
  • De korte UDN-termijnen vergen dat een afgewezen inschrijver zijn dossier bij de betekening van de gunning al op orde heeft.

Stel jezelf de vraag

Viseert u bij een betwiste opdracht in percelen alle relevante onderdelen van de beslissing — ook de percelen die niet werden gegund? Weet u dat u bij een intrekking van de bestreden beslissing recht kunt hebben op de rechtsplegingsvergoeding en de rolrechten, ook al wordt uw vordering formeel ‘verworpen’? Beseft u dat de kosten meteen worden afgerekend wanneer enkel een UDN-vordering voorligt, maar in beraad worden gehouden zolang een annulatieberoep hangende is? En als aanbesteder: calculeert u de kostenveroordeling in wanneer u een aangevochten gunningsbeslissing intrekt?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →