zonder_voorwerp Franstalig college

34 verzoekschriften, 34 rolrechten, 34 rechtsplegingsvergoedingen: de OTW betaalt 12.784 euro nadat zij haar eigen schoolvervoerprocedures introk

Arrest nr. 255473 · 12 januari 2023 · VIe kamer

Coach Partners Brabant vocht met 34 afzonderlijke verzoekschriften de opstart aan van evenveel schoolvervoercircuits van de OTW, die enkel de op de exploitatieperimeter ingeschreven vervoerders uitnodigde zonder bekendmaking; toen de OTW twee weken later afzag van de gunning, verloren alle beroepen hun voorwerp, maar de Raad van State legde haar wel de volledige kosten van de 34 procedures op — 6.800 euro rolrechten, 748 euro bijdragen en 5.236 euro rechtsplegingsvergoedingen.

Wat gebeurde er?

Op 14 april 2022 stelde de NV Coach Partners Brabant 34 verzoekschriften in tegen evenveel beslissingen van de Opérateur de Transport de Wallonie om de opdrachtdocumenten goed te keuren voor 34 schoolvervoercircuits — de circuits 7007, 7010, 7028, 7035, 7060, 7061, 7093, 7106, 7108, 7112, 7114, 7128, 7130, 7138, 7332, 7521, 7533, 7534, 7537, 7716, 7730, 7736, 7826, 7832, 7835, 7839, 7844, 7847, 7856, 7857, 7861, 7875, 7876 en 7877. In elk van die beslissingen zat volgens de verzoekende partij de impliciete beslissing besloten om, met toepassing van het besluit van de Waalse Regering van 1 april 1999, enkel de op de lijst van de exploitatieperimeter ingeschreven vervoerders uit te nodigen, zonder een aankondiging van opdracht of een aankondiging over het bestaan van een kwalificatiesysteem bekend te maken. Zij vorderde telkens de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid én de nietigverklaring. Een beschikking van 22 april 2022 voegde de 34 zaken samen en bepaalde ze op de zitting van 12 mei 2022; brieven van 6 mei 2022 verdaagden ze sine die, waarna een beschikking van 24 oktober 2022 ze vaststelde op de zitting van 23 november 2022. Ondertussen had de OTW op 28 april 2022 beslist af te zien van de gunning van de betrokken schoolvervoercircuits en die beslissing dezelfde dag per aangetekende brief aan alle betrokken inschrijvers betekend. Omdat niemand binnen de voorgeschreven termijn de nietigverklaring van die verzakingsbeslissing vorderde, kon de intrekking van de bestreden beslissingen als definitief worden beschouwd. Met toepassing van artikel 30, § 5 van de gecoördineerde wetten stelde de Raad van State in één arrest vast dat zowel de beroepen tot nietigverklaring als de vorderingen tot schorsing zonder voorwerp waren geworden. Wat overbleef, was de kostenvraag, en daar liep het debat hoog op. De OTW vroeg dat haar slechts de kosten van één beroep zouden worden aangerekend: de 34 verzoekschriften waren identiek op het circuitnummer na, ingediend door dezelfde advocaten, kennelijk samenhangend en dus voorspelbaar samen te voegen, en door de intrekking hoefde er zelfs geen memorie te worden geschreven. Zij sprak van een procedureel misbruik of minstens een verkeerde keuze waarvan zij de financiële gevolgen niet hoefde te dragen. Coach Partners Brabant antwoordde dat het rolrecht en de bijdrage per verzoekschrift verschuldigd zijn, dat samenvoeging daar niets aan verandert, en dat het net de OTW was die 135 plaatsingsprocedures tegelijk had opgestart voor circuits die tot één vervoersnet behoren; zij aanvaardde wel dat de rechtsplegingsvergoedingen tot het minimumbedrag zouden worden herleid. De Raad van State volgde de verzoekende partij. De intrekking van de bestreden akten is een vorm van verkapte vernietiging, zodat de OTW als de ten gronde in het ongelijk gestelde partij geldt en Coach Partners Brabant als de in het gelijk gestelde partij. Rolrecht en bijdrage zijn per verzoekschrift verschuldigd op het ogenblik van de indiening en geen enkele bepaling voorziet in een uitzondering bij samenvoeging: de griffie had terecht 7.548 euro gevorderd. Bovendien kan een verzoeker niet worden verweten dat hij 34 afzonderlijke beroepen instelde in plaats van één; in de regel kan een verzoekschrift slechts één akte beogen en is een gezamenlijk verzoekschrift maar bij uitzondering ontvankelijk voor alle beoogde akten, zodat het risico bestond dat het enkel voor het eerste voorwerp zou worden aangenomen. Dat de verzoekende partij dat risico niet nam, is begrijpelijk in het licht van de keuze van de OTW om afzonderlijke, parallelle procedures op te starten in plaats van één opdracht in percelen te verdelen. Over de rechtsplegingsvergoeding oordeelde de Raad dat geen enkele bepaling voorschrijft dat samenvoeging tot één vergoeding leidt; de beperkte juridische arbeid rechtvaardigt wel een verlaging van het bedrag, niet een herleiding tot één vergoeding. Sinds het ministerieel besluit van 22 juni 2022, in werking op 9 juli 2022, bedraagt het minimum 154 euro, en omdat de akten waren ingetrokken was geen enkele verhoging verschuldigd. De OTW draagt dus de rolrechten van 6.800 euro, de bijdragen van 748 euro en 34 rechtsplegingsvergoedingen van 154 euro, samen 5.236 euro — in totaal 12.784 euro.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest gaat maar op het eerste gezicht over kosten. In werkelijkheid gaat het over de vraag wie de prijs betaalt van een procedurele architectuur die de aanbesteder zelf heeft gekozen. De OTW splitste één schoolvervoernet op in 135 afzonderlijke plaatsingsprocedures in plaats van één opdracht met percelen. Die keuze heeft gevolgen: wie ze aanvecht, moet in beginsel per beslissing een verzoekschrift indienen, want een gezamenlijk verzoekschrift riskeert enkel voor zijn eerste voorwerp ontvankelijk te zijn. De Raad weigert dat risico bij de verzoeker te leggen. Voor inschrijvers die tegen een reeks parallelle beslissingen willen opkomen, is dat een belangrijke geruststelling: het veelvoud aan beroepen is geen misbruik wanneer het de spiegel is van het veelvoud aan beslissingen. Het arrest verfijnt daarnaast de leer over de intrekking. Zoals in andere zaken geldt de intrekking als een verkapte vernietiging waardoor de aanbesteder de in het ongelijk gestelde partij wordt — maar hier wordt dat principe uitvergroot tot 34 dossiers, met een factuur van bijna dertienduizend euro voor een procedure waarin geen enkele memorie is geschreven. Merk ten slotte de nuance in de behandeling van de twee kostensoorten op. Rolrecht en bijdrage zijn wettelijk verschuldigd per verzoekschrift en laten de Raad geen speelruimte. De rechtsplegingsvergoeding wél: de beperkte juridische arbeid rechtvaardigt een verlaging tot het geïndexeerde minimum van 154 euro, maar niet de sprong naar één enkele vergoeding voor alles.

De les

Ziet u een aanbesteder één opdracht opsplitsen in tientallen parallelle procedures en wilt u die aanvechten, dien dan per beslissing een verzoekschrift in. U kunt niet worden verweten dat u zo de kosten opdrijft: één gezamenlijk verzoekschrift is in de regel maar ontvankelijk voor zijn eerste voorwerp, en dat risico hoeft u niet te nemen. Vraag in elk verzoekschrift uitdrukkelijk het rolrecht, de bijdrage én een rechtsplegingsvergoeding, en wees bereid — zoals Coach Partners hier — het bedrag van die vergoeding tot het minimum te laten herleiden wanneer de verzoekschriften nagenoeg identiek zijn; die soepelheid kostte de verzoekende partij niets en versterkte haar geloofwaardigheid. Trekt de aanbesteder de bestreden beslissingen in of ziet hij af van de gunning, dan verliest uw beroep zijn voorwerp maar wint u de kostenslag, want de intrekking geldt als een verkapte vernietiging. Bent u aanbesteder, dan is de rekening dubbel: de keuze om een net in tientallen afzonderlijke opdrachten te knippen in plaats van in percelen vermenigvuldigt niet alleen uw administratie, maar ook uw procesrisico. En afzien van de gunning maakt het geschil niet gratis.

Te onthouden

  • De intrekking van de bestreden akten — hier de beslissing van 28 april 2022 om af te zien van de gunning — is een verkapte vernietiging: de aanbesteder is de ten gronde in het ongelijk gestelde partij, de verzoeker de in het gelijk gestelde partij.
  • De intrekking werd definitief doordat niemand binnen de voorgeschreven termijn de nietigverklaring van de verzakingsbeslissing vorderde; zij was op dezelfde dag per aangetekende brief aan alle betrokken inschrijvers betekend.
  • Rolrecht (200 euro) en bijdrage (22 euro) zijn per verzoekschrift verschuldigd op het ogenblik van de indiening; samenvoeging van de zaken verandert daar niets aan. Hier: 6.800 euro plus 748 euro.
  • Een verzoeker mag niet worden verweten dat hij afzonderlijke beroepen instelt: in de regel kan een verzoekschrift slechts één akte beogen, en een gezamenlijk verzoekschrift is maar uitzonderlijk voor al zijn voorwerpen ontvankelijk.
  • Samenvoeging leidt niet automatisch tot één rechtsplegingsvergoeding; de beperkte juridische arbeid rechtvaardigt wel een verlaging tot het minimumbedrag van 154 euro sinds het ministerieel besluit van 22 juni 2022.
  • Omdat de bestreden akten waren ingetrokken, was geen enkele verhoging van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd (art. 67, § 2, derde lid Regentsbesluit).
  • Artikel 30, § 5 van de gecoördineerde wetten laat toe dat de Raad zich bij intrekking in één arrest uitspreekt over schorsing én nietigverklaring, zonder verzoek tot voortzetting en zonder de daaraan verbonden taks.

Waarop letten

  • De keuze van de aanbesteder tussen percelen binnen één opdracht en afzonderlijke parallelle opdrachten — die keuze bepaalt hoeveel verzoekschriften een betwisting vergt.
  • Het onderscheid tussen kosten die van rechtswege per verzoekschrift verschuldigd zijn en de rechtsplegingsvergoeding, waarover de Raad wél appreciatieruimte heeft.
  • De bereidheid van de verzoekende partij om zelf de verlaging tot het minimumbedrag voor te stellen — een houding die de Raad uitdrukkelijk noteert.
  • De betekening van de verzakingsbeslissing aan alle betrokken inschrijvers: zij bepaalt wanneer de intrekking definitief wordt.

Stel jezelf de vraag

Wanneer u een reeks samenhangende beslissingen wil aanvechten, weet u dan dat één gezamenlijk verzoekschrift in de regel maar voor zijn eerste voorwerp ontvankelijk is, en hebt u die afweging gedocumenteerd? Vordert u in elk verzoekschrift zowel het rolrecht en de bijdrage als een rechtsplegingsvergoeding? Beseft u dat het intrekken of het verzaken aan de gunning uw beroep zonder voorwerp maakt maar u de kosten oplevert? Als aanbesteder: hebt u ingecalculeerd dat het opsplitsen van één net in tientallen afzonderlijke plaatsingsprocedures uw blootstelling aan rolrechten en rechtsplegingsvergoedingen evenredig vermenigvuldigt — hier tot 12.784 euro zonder dat er één memorie werd geschreven?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →