Verwerping Nederlandstalig college

Raad van State verwerpt annulatieberoep tegen toewijzing concessie tennis- en padelterreinen Lembeke wegens gebrek aan belang na beëindiging concessie en opstart nieuwe procedure

Arrest nr. 259896 · 29 mei 2024 · XIIe kamer

De Raad van State verwierp het annulatieberoep tegen de toewijzing van de concessie voor de uitbating en investering van de tennis- en padelzone in het sportcentrum te Lembeke aan BV Padelworld, omdat de concessieovereenkomst inmiddels eenzijdig was opgezegd door de concessienemer, een dadingsovereenkomst was gesloten, een nieuwe concessieprocedure met hetzelfde voorwerp was opgestart, en de verzoekende partijen zich voor die nieuwe procedure hadden kandidaat gesteld — waardoor zij geen belang meer hadden bij de nietigverklaring van de oorspronkelijke toewijzingsbeslissing.

Wat gebeurde er?

Op 25 maart 2021 keurde de gemeenteraad van Kaprijke de concessievoorwaarden goed voor de uitbating en investering van tennis- en padelterreinen op het sportcentrum van Lembeke. De concessie betrof de grond van het sportcentrum (3.382,27 m²) met vier zones (kantine, opslag, en twee tennisterreinen waarop maximaal vier padelterreinen konden worden geplaatst). De concessie was voorzien voor twintig jaar met mogelijkheid tot verlenging. Acht kandidaten dienden een eerste offerte in, waaronder het team van de eerste verzoekende partij en BV Padelworld. Na een tweede fase met een voorstel van concessieovereenkomst en een uitnodiging voor een 'best and final offer' (BAFO), werden drie BAFO's ingediend. Op 15 november 2021 wees het college van burgemeester en schepenen de concessie toe aan BV Padelworld. De offerte van de verzoekende partijen werd als derde gerangschikt. Op 23 februari 2022 werd de concessieovereenkomst gesloten. De verzoekende partijen stelden op 23 december 2021 een annulatieberoep in. In juni 2023 zegde Padelworld de concessieovereenkomst eenzijdig op. Op 28 september 2023 keurde de gemeenteraad een dadingsovereenkomst met Padelworld goed. Op 16 november 2023 keurde de gemeenteraad een nieuw bestek en een ontwerpovereenkomst goed voor een nieuwe concessie met hetzelfde voorwerp. De verzoekende partijen stelden zich kandidaat voor de nieuwe procedure. De Raad van State oordeelde dat het belang van een verzoekende partij bij de bestrijding van een toewijzingsbeslissing erin bestaat opnieuw een kans te maken om de concessie toegewezen te krijgen. Hoewel het moreel belang bij een nietigverklaring in beginsel volstaat — ook na sluiting en beëindiging van de concessieovereenkomst — was hier het nadeel van de verzoekende partijen feitelijk verdwenen. Door de opstart van een nieuwe concessieprocedure met hetzelfde voorwerp, waaraan de verzoekende partijen deelnamen, kregen zij opnieuw een kans op toewijzing. Bij een eventueel ongunstige toewijzing konden zij opnieuw beroep instellen. De verzoekende partijen verduidelijkten ter terechtzitting niet welk belang zij nog bij hun beroep hadden. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. De kosten (1.200 euro rolrecht + 22 euro bijdrage) werden ten laste van de verzoekende partijen gelegd. De verwerende partij werd echter niet als in het gelijk gestelde partij beschouwd — gelet op de beëindiging van de concessie en het uitschrijven van een nieuwe — en haar gevorderde rechtsplegingsvergoeding werd niet toegekend.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt de belangvereiste bij annulatieberoepen tegen toewijzingsbeslissingen voor concessies wanneer de concessieovereenkomst inmiddels is beëindigd en een nieuwe procedure is opgestart. In beginsel behoudt een verzoekende partij een moreel belang bij de nietigverklaring, zelfs na sluiting en beëindiging van de concessieovereenkomst. Maar wanneer een nieuwe procedure met hetzelfde voorwerp is opgestart en de verzoekende partij daaraan deelneemt, verdwijnt het nadeel: de verzoekende partij krijgt opnieuw een kans om de concessie toegewezen te krijgen en kan bij een ongunstige toewijzing opnieuw beroep instellen. Het arrest toont ook een genuanceerde kostenverdeling: de verzoekende partijen dragen de kosten, maar de verwerende partij wordt niet als in het gelijk gesteld beschouwd omdat zij zelf de concessie heeft beëindigd en een nieuwe procedure heeft uitgeschreven.

De les

Wanneer een concessieovereenkomst wordt beëindigd en de aanbestedende overheid een nieuwe procedure met hetzelfde voorwerp opstart, verliest de verzoekende partij die aan de nieuwe procedure deelneemt haar belang bij het annulatieberoep tegen de oorspronkelijke toewijzing. De nieuwe procedure biedt immers opnieuw de kans om de concessie toegewezen te krijgen. Het moreel belang alleen volstaat niet wanneer het concrete nadeel feitelijk is verdwenen.

Stel jezelf de vraag

Als verzoekende partij: heb ik er rekening mee gehouden dat mijn deelname aan een nieuwe procedure met hetzelfde voorwerp mijn belang bij het lopende annulatieberoep kan ondermijnen? En kan ik ter terechtzitting concreet verduidelijken welk belang ik nog heb? Als aanbestedende overheid: kan het opstarten van een nieuwe procedure een lopend annulatieberoep niet-ontvankelijk maken wegens verlies van belang?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →