Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN: tweede plaatsbezoek wegens bouwverlof maakt gunning havenwerken niet onwettig — datum plaatsbezoek is organisatorisch aspect, geen informatie-asymmetrie aangetoond

Arrest nr. 260847 · 30 september 2024 · XIVe kamer

De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunning van de herinrichting Noordkasteeldok aan de nv D.B. wordt verworpen — het organiseren van een tweede plaatsbezoek op 8 april 2024 voor drie geselecteerde kandidaten die wegens bouwverlof verhinderd waren op de in het bestek voorziene datum van 3 april 2024 is niet onzorgvuldig, de datum van het plaatsbezoek is een organisatorisch aspect dat niet op straffe van wering is voorgeschreven, alle kandidaten hebben effectief een plaatsbezoek uitgevoerd, en de beweerde informatie-asymmetrie wordt niet met concrete gegevens aannemelijk gemaakt.

Wat gebeurde er?

De Haven van Antwerpen-Brugge schrijft via onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging (speciale sectoren, artikel 120 wet overheidsopdrachten) een opdracht voor werken uit voor de herinrichting van het Noordkasteeldok. Alle zeven geselecteerde kandidaten worden uitgenodigd om een offerte in te dienen. Het bestek schrijft een verplicht plaatsbezoek voor: 'De offertes van inschrijvers die geen plaatsbezoek hebben uitgevoerd, worden geweerd.' Het plaatsbezoek zal uitsluitend doorgaan op woensdag 3 april 2024 om 9 uur. Drie van de zeven geselecteerde kandidaten — waaronder de latere winnaar nv D.B. — melden dat zij verhinderd zijn op 3 april, onder meer wegens bouwverlof of collectieve sluiting gedurende de eerste week van de paasvakantie. Op 3 april 2024 vindt een eerste plaatsbezoek plaats waaraan vier kandidaten, waaronder de tijdelijke maatschap Lareco-Biggelaar, deelnemen. Op 8 april 2024 organiseert de verwerende partij een tweede plaatsbezoek waaraan de drie overige kandidaten deelnemen. Er wordt geen rectificatiebericht gepubliceerd en de vier deelnemers aan het eerste plaatsbezoek worden niet geïnformeerd over het tweede plaatsbezoek. De vragen en antwoorden naar aanleiding van de plaatsbezoeken worden aan alle geselecteerde kandidaten meegedeeld via addendum 2 bij het bestek. Alle zeven inschrijvers dienen een offerte in. Na onderhandelingen worden aangepaste offertes ingediend. De finale rangschikking plaatst de nv D.B. op de eerste plaats (97%, € 7.285.859,85), gevolgd door de nv H. (95,95%), de bv V. (93,45%) en de tm Lareco-Biggelaar (92,89%, € 7.997.000). De drie eerst gerangschikte inschrijvers hadden aan het tweede plaatsbezoek deelgenomen. De tm Lareco-Biggelaar vordert schorsing bij UDN met twee onderdelen. Het eerste onderdeel stelt dat de offertes van de drie eerst gerangschikte inschrijvers als substantieel onregelmatig hadden moeten worden geweerd omdat zij niet aanwezig waren op het verplichte plaatsbezoek van 3 april. De Raad van State oordeelt dat dit onderdeel niet ernstig is: het bestek schrijft het plaatsbezoek verplicht voor op straffe van wering, maar de datum van het plaatsbezoek is een louter organisatorisch aspect dat niet op straffe van wering is voorgeschreven. Alle inschrijvers hebben een plaatsbezoek uitgevoerd en het gevraagde attest bijgevoegd. Het tweede onderdeel stelt dat het tweede plaatsbezoek heeft geleid tot oneerlijke mededinging en informatie-asymmetrie. De Raad oordeelt ook dit onderdeel niet ernstig: het organiseren van een tweede plaatsbezoek vanuit het oogmerk van voldoende ruime mededinging is niet onzorgvuldig of onredelijk — de verwijzing naar bouwverlof volstaat als verantwoording. De verzoekende partijen hadden reeds aan het eerste plaatsbezoek deelgenomen en hadden geen recht op een tweede deelname, zodat het niet-informeren niet onzorgvuldig is. De beweerde informatie-asymmetrie vindt geen steun in het dossier: bij de eerste offertes hadden de verzoekende partijen de derde laagste prijs; pas na onderhandelingen zijn zij naar de vierde plaats gezakt. Het doel van een plaatsbezoek is terreinverkenning, niet het identificeren van concurrenten. De vordering wordt verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt de juridische status van een verplicht plaatsbezoek in een bestekcontext. Het onderscheidt twee elementen: de verplichting tot plaatsbezoek zelf (op straffe van wering) en de datum van dat plaatsbezoek (een organisatorisch aspect). Het niet-naleven van de datum is geen substantiële onregelmatigheid wanneer het plaatsbezoek effectief is uitgevoerd. Een aanbestedende overheid mag een tweede plaatsbezoek organiseren voor verhinderde kandidaten — met name wanneer de verhindering te wijten is aan bouwverlof of collectieve sluiting — zonder dat hiervoor een rectificatiebericht nodig is en zonder de andere kandidaten hierover te informeren, op voorwaarde dat alle geselecteerde kandidaten in gelijke mogelijkheid worden gesteld om een plaatsbezoek uit te voeren en dat vragen en antwoorden aan allen worden meegedeeld. Het arrest benadrukt ook dat het doel van een plaatsbezoek de terreinverkenning is, niet de identificatie van concurrenten, en dat een informatie-asymmetrie niet kan worden afgeleid uit de loutere rangschikking van offertebedragen.

De les

Als aanbesteder: als geselecteerde kandidaten verhinderd zijn op de datum van een verplicht plaatsbezoek (bijvoorbeeld wegens bouwverlof), mag je een tweede plaatsbezoek organiseren zonder rectificatiebericht, mits alle kandidaten in de mogelijkheid worden gesteld om een plaatsbezoek uit te voeren en vragen en antwoorden aan allen worden meegedeeld. Zorg ervoor dat het plaatsbezoek zelf op straffe van wering is voorgeschreven, maar wees je ervan bewust dat de datum een organisatorisch aspect is. Als inschrijver: de loutere rangschikking van offertebedragen volstaat niet om een informatie-asymmetrie aannemelijk te maken — je moet met concrete gegevens aantonen dat andere inschrijvers daadwerkelijk bijkomende informatie hebben verkregen die hen een voordeel gaf. Besef dat het doel van een plaatsbezoek terreinverkenning is, niet het identificeren van je concurrenten. Als je niet op de hoogte was van een tweede plaatsbezoek maar zelf al een plaatsbezoek hebt uitgevoerd, heb je in beginsel geen recht op informatie over dat tweede bezoek.

Stel jezelf de vraag

Als aanbesteder: zijn alle geselecteerde kandidaten in de mogelijkheid gesteld om een plaatsbezoek uit te voeren? Zijn vragen en antwoorden aan alle kandidaten meegedeeld? Als inschrijver: heb ik het verplichte plaatsbezoek uitgevoerd en het attest bijgevoegd? Kan ik met concrete gegevens (niet louter de rangschikking) aantonen dat er sprake is van informatie-asymmetrie? Berust mijn grief op het werkelijke doel van het plaatsbezoek (terreinverkenning) of op een verkeerde lezing van het bestek?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →