Schorsing Nederlandstalig college

Schorsing audiovisuele raamovereenkomst: referenties van de onderneming zijn selectiecriterium, geen gunningscriterium

Arrest nr. 261295 · 5 november 2024 · XIVe kamer

De Raad van State schorst de gunning van een raamovereenkomst voor audiovisuele diensten omdat het subgunningscriterium 'Referenties' peilt naar de ervaring van de inschrijver als onderneming en niet naar de kwaliteit van het voor de uitvoering ingezette personeel, waardoor het in wezen een selectiecriterium is dat niet als gunningscriterium mag worden gebruikt.

Wat gebeurde er?

De Universiteit Hasselt schreef een overheidsopdracht voor diensten uit voor een raamovereenkomst voor audiovisuele en decoratieve ondersteuning bij events, via een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking (artikel 41, §1, 1° wet 17 juni 2016). De totale looptijd bedroeg 48 maanden of tot het maximale bestelbedrag van 209.000 EUR excl. btw was bereikt. Het bestek bevatte twee gunningscriteria: Prijs (40 punten) en Dienstverlening (60 punten). Het criterium Dienstverlening werd onderverdeeld in drie subcriteria: Dienstverlening (20 punten — creatieve invulling bij voorbereiding en uitvoering van evenementen), Back-office organisatie (20 punten — organigram en structurele werking) en Referenties (20 punten — lijst met minstens drie concrete realisaties en/of contacten). Opvallend: het bestek vermeldde bij de selectiecriteria voor technische en beroepsbekwaamheid 'Niet van toepassing'. Twee inschrijvers dienden een offerte in: de bv M. en NV N. Na beoordeling scoorde de bv M. 90 % en NV N. 78,55 %. Voor het subcriterium Referenties kreeg de bv M. 20/20 (uitstekend) omdat zij bij elke referentie een uitgebreide toelichting gaf over de aard van het event, doelstellingen, werkwijze en timing. NV N. kreeg 15/20 (goed) omdat haar toelichting summier was. Bij beslissing van 23 september 2024 gunde de Universiteit de opdracht aan de bv M. NV N. vorderde de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Over de ontvankelijkheid betoogde de Universiteit dat NV N. het bezwaar vooraf had moeten melden op grond van besteksartikel I.15, dat bepaalt dat een inschrijver met een bezwaar dit schriftelijk en per aangetekend schrijven binnen zeven kalenderdagen na ontvangst moet melden. De Raad verwierp deze exceptie met toepassing van de Labonorm (AV arrest nr. 152.173 van 2 december 2005): een inschrijver is niet verplicht de wettigheid van een bestekbepaling vooraf aan te vechten en mag die onwettigheid inroepen tegen latere beslissingen in de plaatsingsprocedure. De bestekbepaling bevatte geen verplichting om rechtmatigheidsbezwaren te melden op straffe van verval van het recht om de onwettigheid later in te roepen. Ten gronde oordeelde de Raad dat het subgunningscriterium 'Referenties' peilde naar de ervaring van de inschrijvers zonder meer: er werd een lijst met relevante referenties gevraagd, zonder dat enige specificatie werd gevraagd over het personeel of het team dat voor de uitvoering zou worden ingezet. Het criterium betrof niet de intrinsieke waarde van de offerte maar de geschiktheid van de onderneming. De Universiteit betoogde dat zij met dit criterium de ervaring wilde onderzoeken die de inschrijver heeft bij het beantwoorden van haar behoefte, maar de Raad stelde vast dat dit juist bevestigde dat het om de geschiktheid van de inschrijver ging. De Raad verwees naar het Ambisig-arrest (HvJ C-601/13): de bekwaamheden en ervaring van teamleden kunnen een gunningscriterium zijn wanneer de kwaliteit van dat team een intrinsiek kenmerk van de inschrijving is, maar dan moet de aanbestedende overheid dit duidelijk maken in de omschrijving van het criterium. Het feit dat de gekozen inschrijver het criterium op die manier had geïnterpreteerd en daarvoor werd beloond met een hogere score, deed hieraan geen afbreuk. De Raad concludeerde dat het subgunningscriterium 'Referenties' in wezen een selectiecriterium was en beval de schorsing.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest trekt een scherpe lijn tussen selectie- en gunningscriteria op het vlak van ervaring en referenties. Referenties die peilen naar de ervaring van de inschrijver als onderneming — eerder uitgevoerde opdrachten, zonder specificatie over het uitvoerend personeel — zijn selectiecriteria. Enkel de bekwaamheid en ervaring van het personeel dat daadwerkelijk bij de uitvoering wordt ingezet kan een gunningscriterium zijn (artikel 81, §2, 3°, b)), en dan moet het bestek dit criterium duidelijk als zodanig omschrijven. Een aanbestedende overheid die zich op deze uitzondering wil beroepen, moet in het gunningscriterium expliciet verwijzen naar het team en niet naar het bedrijf. Verder wordt de Labonorm opnieuw bevestigd: een contractuele bestekclausule die inschrijvers verplicht bezwaren vooraf te melden, ontneemt hen niet het recht om de onwettigheid bij de Raad van State in te roepen tegen de gunningsbeslissing.

De les

Gebruik referenties van eerder uitgevoerde opdrachten uitsluitend als selectiecriterium, niet als gunningscriterium. Wilt u ervaring meenemen in de gunning, formuleer het criterium dan expliciet als de bekwaamheid en ervaring van het concrete team dat met de uitvoering wordt belast, en vraag cv's of kwalificaties van sleutelpersoneel — niet een lijst van bedrijfsreferenties. Een bestekbepaling die inschrijvers verplicht onwettigheden vooraf te melden, doet geen afbreuk aan hun recht om die onwettigheid in te roepen tegen de gunningsbeslissing.

Stel jezelf de vraag

Maakt uw bestek een helder onderscheid tussen selectiecriteria (geschiktheid van de onderneming) en gunningscriteria (intrinsieke waarde van de offerte)? Wanneer u ervaring als gunningscriterium gebruikt, peilt u dan naar het concrete team dat de opdracht zal uitvoeren, of naar de onderneming als geheel? Vraagt u bij het criterium referenties of cv's van het uitvoerend personeel, of een lijst van eerder door het bedrijf uitgevoerde opdrachten? Bevat uw bestek een clausule die inschrijvers verplicht bezwaren vooraf te melden — en bent u zich ervan bewust dat dit hun recht op beroep niet beperkt?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →