Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN-vordering tegen onregelmatigverklaring offerte minicompetitie laadinfrastructuur e-bussen De Lijn — maximale geluidsnorm van 65dB(A) terecht als minimale eis beschouwd ondanks ontbreken uitdrukkelijke kwalificatie — imperatieve bewoording ('mag niet hoger zijn dan'), verplichting tot meetrapport en drievoudige herhaling in typebestek volstaan

Arrest nr. 262213 · 3 februari 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van BV A. tegen de beslissing van De Lijn om haar offerte voor de minicompetitie laadinfrastructuur e-bussen substantieel onregelmatig te verklaren wegens overschrijding van de maximale geluidsnorm (75dB(A) i.p.v. 65dB(A)), omdat de verwerende partij terecht kon oordelen dat deze grenswaarde een minimale eis was — de imperatieve bewoording ('mag niet hoger zijn dan'), de verplichting om via een meetrapport aan te tonen dat aan de eis is voldaan, en de drievoudige herhaling in het typebestek volstonden, ook al werd de eis niet uitdrukkelijk als 'minimale eis' gelabeld.

Wat gebeurde er?

De Lijn schreef via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging (speciale sectoren) een raamovereenkomst uit voor de levering, indienststelling en onderhoud van laadinfrastructuur voor elektrische bussen. De raamovereenkomst werd gesloten met twee deelnemers, waaronder BV A. Vervolgens lanceerde De Lijn een eerste minicompetitie ('Minicompetitie 01') met gunningscriteria: financieel (40 punten) en technisch (60 punten). Het typebestek 'Laadinfrastructuur E-bus stelplaatsen v2.5' bepaalde onder de algemene eisen aan DC-laadsystemen dat het geluidsniveau 'niet hoger mag zijn dan 65dB(A)', gemeten op 1 meter afstand, met verplichting tot aanlevering van een meetrapport. Deze grenswaarde werd driemaal herhaald in het typebestek. BV A. bood centrale laders van 240kW en 360kW aan met een geluidsniveau van 75dB(A) — 10dB(A) boven de bestekseis. De verwerende partij verklaarde de offerte substantieel onregelmatig wegens niet-naleving van een minimale eis. BV A. voerde twee middelen aan. In het eerste middel betoogde zij dat de geluidsnorm niet uitdrukkelijk als 'minimale eis' was gekwalificeerd, in tegenstelling tot de OCPP 1.6J-eis die wél expliciet als minimale eis was gelabeld. Zij verwees ook naar arrest nr. 252.352 waarin het bestek systematisch onderscheid maakte tussen minimale eisen (code 'ME') en gewone vereisten. De Raad verwierp dit middel. De vraag of een eis een minimale eis is, moet worden beantwoord aan de hand van de tekst van de opdrachtdocumenten in hun context. De aanbestedende overheid beschikt over een beoordelingsruimte om technische specificaties vast te stellen en te interpreteren. De imperatieve bewoording ('mag niet hoger zijn dan'), de verplichting tot aanlevering van een meetrapport ('om aan te tonen dat aan deze eis voldaan wordt'), de drievoudige herhaling in het typebestek, en het feit dat stillere systemen beter worden gewaardeerd bij de gunningscriteria, volstonden om de geluidsnorm als minimale eis te beschouwen. De omstandigheid dat elders in het bestek een andere eis uitdrukkelijk als 'minimale eis' werd aangeduid, weerlegt dit niet. Arrest nr. 252.352 was niet vergelijkbaar omdat dat bestek wél een systematisch onderscheid maakte. Het tweede middel betrof een tekort aan motivering bij de puntentoekenning voor het technisch criterium (30/60 vs. 35/60). De Raad verklaarde dit middel niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang: nu de offerte terecht als substantieel onregelmatig was geweerd, kon een eventueel gegronde motiveringsklacht daar niet aan voorbijgaan. Kosten ten laste van BV A. (rolrecht 200 EUR, bijdrage 24 EUR, RPV 770 EUR).

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt hoe moet worden beoordeeld of een technische eis in een bestek als 'minimale eis' geldt in de zin van artikel 74, §1, 3° KB speciale sectoren (of het equivalent in de klassieke sectoren). Het is niet vereist dat het bestek uitdrukkelijk het label 'minimale eis' gebruikt. De aanbestedende overheid beschikt over een beoordelingsruimte, en de kwalificatie als minimale eis kan worden afgeleid uit de context: imperatieve bewoording ('mag niet', 'moet', 'verplicht'), de verplichting tot bewijs via rapportage, herhaling op meerdere plaatsen in het bestek, en het verband met de doelstelling van de opdracht. Dat elders in het bestek een andere eis wél uitdrukkelijk als minimaal wordt gelabeld, sluit niet uit dat ook niet-gelabelde eisen minimaal kunnen zijn. Het arrest bevestigt ook dat een inschrijver wiens offerte terecht als substantieel onregelmatig is geweerd, geen belang heeft bij een middel over de motivering van de puntentoekenning.

De les

Als inschrijver: ga er niet zomaar van uit dat een technische eis die niet uitdrukkelijk als 'minimale eis' is gelabeld, geen minimale eis kan zijn. Let op imperatieve bewoordingen ('mag niet hoger zijn dan', 'moet', 'dient'), verplichtingen tot bewijs (meetrapporten, certificaten), en herhalingen in het bestek. Bij twijfel: stel een vraag vóór indiening of bied aan wat het bestek voorschrijft. Als aanbestedende overheid: label uw minimale eisen bij voorkeur uitdrukkelijk om discussie te vermijden, maar weet dat een duidelijke imperatieve formulering gecombineerd met bewijsverplichtingen ook volstaat. Zorg ervoor dat de besteksbepalingen consistent zijn — een drievoudige herhaling versterkt het karakter van minimale eis.

Stel jezelf de vraag

Als inschrijver: voldoet uw aangeboden materiaal aan alle technische eisen die in imperatieve termen zijn geformuleerd, ook als deze niet uitdrukkelijk als 'minimale eis' zijn gelabeld? Kunt u via meetrapporten of certificaten aantonen dat u aan de bestekseisen voldoet? Als aanbestedende overheid: hebt u uw minimale eisen consequent en duidelijk geformuleerd? Zijn de eisen herhaald op de relevante plaatsen in het bestek en het typebestek?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →