Schorsing gevraagd maar geen vernietiging ingediend? Dan herbekijkt de Raad je ontvankelijkheid
De Raad van State heropent de debatten in een schorsingszaak over een afvalverwerkingsopdracht omdat de verzoeker blijkbaar geen vernietigingsberoep heeft ingediend, wat de ontvankelijkheid van de schorsingsvordering in het gedrang brengt.
Wat gebeurde er?
Het Brusselse Gewestelijk Agentschap voor Netheid (Bruxelles-Propreté) schreef via een Europese openbare procedure een opdracht uit voor de ontvangst en verwerking van grofvuil — voornamelijk afkomstig van huishoudens en sluikstort in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De opdracht was verdeeld over vier percelen. Percelen 1 en 3 werden gegund aan Veolia, percelen 2 en 4 aan Renewi. SA GGR, een verliezende inschrijver, vorderde op 26 december 2024 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunningsbeslissing van 9 december 2024. Een eerste procedurekwestie betrof de vraag wie de verwerende partij was. Het bestek noemde het Agentschap als aanbestedende overheid, maar het was het Brussels Hoofdstedelijk Gewest — via de ministerraad — dat het bestek had goedgekeurd, de procedure had gekozen en de bevoegde minister had belast met gunning en uitvoering. Het Agentschap is immers een instelling van type A onder hiërarchisch toezicht van het Gewest, niet onder voogdijtoezicht. De Raad hield beide partijen in de zaak: het Gewest omdat het de opdracht had gelanceerd en gegund, het Agentschap omdat het formeel als aanbestedende overheid was aangeduid. Bij het onderzoek ten gronde stelde de Raad echter ambtshalve vast — via zijn eigen website — dat er geen vernietigingsberoep tegen dezelfde beslissing leek te zijn ingediend, althans niet binnen de voorziene termijn. Omdat een schorsingsvordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid gekoppeld is aan een vernietigingsberoep, en dit punt niet ter sprake was gekomen, besliste de Raad om de debatten te heropenen zodat de partijen zich hierover konden uitspreken.
Waarom doet dit ertoe?
Dit tussenarrest herinnert aan twee belangrijke punten. Ten eerste: een schorsingsvordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid is geen op zichzelf staande procedure — ze is accessoir aan een vernietigingsberoep. Dien je dat niet tijdig in, dan komt de ontvankelijkheid van je schorsingsvordering op de helling. De Raad controleert dit ambtshalve. Ten tweede illustreert het arrest de complexiteit van de partij-identificatie bij Brusselse instellingen: als het Gewest feitelijk beslist maar een ondergeschikt agentschap formeel als aanbestedende overheid fungeert, moet je mogelijk beide dagvaarden.
De les
Als je een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vordert, vergeet dan niet ook tijdig een vernietigingsberoep in te dienen. De Raad controleert dit ambtshalve — hij gaat zelf op zijn website kijken of dat beroep is ingeschreven. Vergeet je het, dan sneuvelt ook je schorsingsvordering op ontvankelijkheid.
Stel jezelf de vraag
Heb ik naast mijn schorsingsvordering ook een vernietigingsberoep ingediend — en was dat binnen de voorgeschreven termijn?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →