Een gunningscriterium dat inschrijvers dwingt tot gissen, schendt het gelijkheidsbeginsel — ook buiten de wet overheidsopdrachten
De Raad van State vernietigt de gunning van een opdracht voor gerechtsdeurwaardersdiensten omdat het enige gunningscriterium — de signeringstermijn — onvoldoende informatie gaf over het aantal gelijktijdig te behandelen dwangbevelen, waardoor inschrijvers hun offerte op vermoedens moesten baseren.
Wat gebeurde er?
De gemeente Fontaine-l'Évêque besliste op 20 oktober 2020 om een oproep tot mededinging te lanceren bij acht gerechtsdeurwaarderskantoren voor de gerechtelijke invordering van gemeentelijke schuldvorderingen (fiscale, niet-fiscale en administratieve boetes). Het contract viel buiten het toepassingsgebied van de wet overheidsopdrachten op grond van artikel 28, § 1, 4°, e) — juridische diensten verbonden aan de uitoefening van openbaar gezag. Het enige gunningscriterium was de signeringstermijn: het aantal werkdagen tussen de ontvangst van een dwangbevel en de betekening ervan aan de schuldenaar. Het bestek vermeldde een geraamd jaarlijks volume van circa 1.000 dwangbevelen. Vijf offertes kwamen binnen. Twee inschrijvers (Intermediance & Partners en André Michel) boden nul werkdagen, drie inschrijvers — waaronder SRL Leroy & Roger — boden één werkdag. Bij de puntenberekening via de voorziene regel van drie was een deler nul onmogelijk, waarop de gemeente fictief rekende met één en twee werkdagen om het verschil van één dag te bewaren. De twee ex aequo-inschrijvers werden vervolgens geloot, en Intermediance & Partners werd aangewezen. Leroy & Roger vorderde de vernietiging. Het eerste middel betrof de onbevoegdheid van het schepencollege: aangezien het contract buiten de wet overheidsopdrachten viel, zou de delegatie door de gemeenteraad op grond van artikel L1222-3 CDLD niet gelden. De Raad verwierp dit middel: het contract is wél een overheidsopdracht in de zin van de definitie (een bezwarend schriftelijk contract voor de prestatie van diensten), ook al is het uitgesloten van het toepassingsgebied van de wet. De delegatie was dus geldig. Het tweede middel betrof het gelijkheidsbeginsel. De Raad stelde vast dat ook bij opdrachten die buiten de wet overheidsopdrachten vallen, de administratieve overheid de algemene beginselen van gelijkheid en non-discriminatie moet respecteren, en dat de effectiviteit van dat beginsel impliceert dat voldoende transparantie wordt gewaarborgd. Het gunningscriterium was ontoereikend: het bestek vermeldde wel een jaarlijks volume van circa 1.000 dwangbevelen, maar preciseerde niet hoeveel dwangbevelen tegelijk aan de opdrachtnemer konden worden overgemaakt. Die informatie was essentieel. De gemeente gaf in haar nota zelf toe dat ze verwachtte dat inschrijvers een termijn zouden bieden waarbinnen ze meerdere dwangbevelen tegelijk konden betekenen — maar het criterium sprak over 'de dwangbevel' in het enkelvoud en het offerteformulier nodigde uit een termijn op te geven voor de betekening van 'een dwangbevel'. Sommige inschrijvers interpreteerden het letterlijk als één dwangbevel per keer en boden nul dagen, terwijl anderen — mogelijk denkend aan grotere volumes — één dag boden. Het resultaat was dat de offertes niet op een vergelijkbare basis tot stand kwamen. Het argument van de gemeente dat alle inschrijvers dezelfde informatie hadden ontvangen, volstond niet: de effectieve naleving van het gelijkheidsbeginsel vereist dat de verstrekte informatie voldoende is om vergelijkbare offertes mogelijk te maken. De gemeente had eenvoudig een maximumaantal dwangbevelen per transmissie kunnen vermelden zonder het criterium zelf te wijzigen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest bevestigt twee belangrijke punten. Ten eerste: ook bij opdrachten die buiten het toepassingsgebied van de wet overheidsopdrachten vallen, moet de aanbestedende overheid de algemene beginselen van gelijkheid en transparantie respecteren. Ten tweede: een gunningscriterium dat onvoldoende informatie biedt over een essentiële parameter — hier het maximale volume per transmissie — maakt vergelijkbare offertes onmogelijk en schendt het gelijkheidsbeginsel, ook al kregen alle inschrijvers formeel dezelfde informatie. Het feit dat iedereen in het ongewisse is, maakt de procedure niet gelijk.
De les
Controleer of het gunningscriterium voldoende informatie bevat om een weloverwogen offerte in te dienen. Als het criterium je dwingt om te gissen over essentiële parameters — zoals het volume dat je tegelijk moet verwerken — dan is dat een aanknopingspunt om de gunning aan te vechten, zelfs bij opdrachten die niet onder de wet overheidsopdrachten vallen. En omgekeerd voor opdrachtgevers: als je een uitvoeringstermijn als criterium gebruikt, preciseer dan de werklast per transmissie.
Stel jezelf de vraag
Bevat het bestek voldoende informatie over alle essentiële parameters van het gunningscriterium — zodat ik mijn offerte op een objectieve basis kan opstellen in plaats van op vermoedens?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →