Verwerping Nederlandstalig college

Stopzetting wegens onduidelijkheid in het bestek is gerechtvaardigd als die onduidelijkheid tot een daadwerkelijk verschillende prijszetting heeft geleid — en de vermelding van totaalprijzen in de stopzettingsbeslissing schendt niet automatisch de mededinging

Arrest nr. 263281 · 13 mei 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering tegen de stopzetting van een openbare procedure voor spoorvernieuwingswerken op de lijn L60 Jette-Dendermonde, omdat een onduidelijkheid in het bestek over de eenheid van post 7.9.1 — per uur per man of per uur per ploeg van negen arbeiders — daadwerkelijk tot een verschillende prijszetting bij de drie inschrijvers had geleid waardoor een correcte vergelijking niet meer mogelijk was, en de vermelding van de totale offerteprijzen in de stopzettingsbeslissing de mededinging bij de heraanbesteding niet schendt nu die bedragen door het verschil in prijszetting hoe dan ook een vertekend beeld geven.

Wat gebeurde er?

Infrabel schreef via openbare procedure een overheidsopdracht voor werken uit in de speciale sectoren, met als voorwerp 'Spoorvernieuwing L60 Jette-Dendermonde — Aanvullende werken bij het vernieuwen van dwarsliggers met INFRABEL-vernieuwingstrein P93 — Vernieuwen van ballast, dwarsliggers en spoorstaven met kranen — Vernieuwen van overwegen' (bijzonder bestek referte 57/52/3/23/049). De opdracht was opgesplitst in zes percelen; enkel perceel 5 'E313 Oost' was in het geding. De opdracht werd nationaal en Europees bekendgemaakt met de prijs als enig gunningscriterium. Het bijzonder bestek verwees onder meer naar Bundel 32 versie 3 — het typebestek voor spoorwerken — die voor post 7.9.1 'ter beschikking stellen van arbeiders bij de inzet van de vernieuwingstrein P93' uitdrukkelijk bepaalde dat in de meetstaat onder de eenheid 'per uur' moest worden verstaan 'per uur van een ploeg arbeiders', waarbij de opdrachtnemer negen arbeiders ter beschikking moest stellen. Het bijzonder bestek zelf sprak in deel 6 van het ter beschikking stellen van acht personen (vier op de speciale wagens, vier rond de trein, plus één veiligheidspersoon) en vermeldde als eenheid enkel 'uur'. In de samenvattende opmetingsstaat was de vermoedelijke hoeveelheid 2.450 uren opgegeven — een getal dat overeenstemt met ongeveer 272 werkuren voor een ploeg van negen arbeiders, maar even goed kon worden gelezen als 2.450 manuren. Drie inschrijvers dienden een offerte in. Uit onderzoek van de vertrouwelijke offertes bleek dat één inschrijver had geprijsd 'per uur per ploeg', terwijl de twee andere inschrijvers — waaronder de NV M. — hadden geprijsd 'per uur per man'. De eenheidsprijzen voor post 7.9.1 dekten bijgevolg niet dezelfde prestaties. Op 2 april 2025 besliste Infrabel de plaatsingsprocedure stop te zetten en de opdracht niet te gunnen op grond van de artikelen 85 en 153 van de wet van 17 juni 2016: de onduidelijkheid in het bestek betreffende de eenheid van post 7.9.1 had aanleiding gegeven tot een verschillende prijszetting waardoor een vergelijking van de offertes op dezelfde basis niet meer mogelijk was. De bestreden beslissing vermeldde ook de drie inschrijvers en hun totale offertebedragen. De kennisgeving gebeurde op 7 april 2025. Op 8 april 2025 besliste Infrabel tot heraanbesteding met een verbeterd bestek (referte 71/52/3/23/049), waarin het aantal arbeiders werd gecorrigeerd naar negen, de meetcode expliciet werd verduidelijkt ('1 ploeguur = 1 uur met een ploeg van 9 arbeiders'), de vermoedelijke hoeveelheid werd verminderd van 2.450 naar 270 en de eenheid werd gewijzigd van 'uur' naar 'ploeguur'. De uiterste indieningsdatum voor de nieuwe opdracht was 14 mei 2025. De NV M. stelde op 22 april 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen beide beslissingen. Bij beschikking van 23 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De terechtzitting vond plaats op 7 mei 2025 om 9u30. Staatsraad Inge Vos bracht als waarnemend voorzitter verslag uit en eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch gaf een met het arrest eensluidend advies. De verzoekende partij voerde twee middelen aan. In haar eerste middel betoogde zij dat het bestek niet onduidelijk was: de voorrangsregels bepaalden dat het bijzonder bestek voorrang had op Bundel 32, en de vermoedelijke hoeveelheid van 2.450 uren wees op manuren. Het verschil in totaalprijzen was bovendien klein, zodat het risico louter hypothetisch was. De Raad volgde dit niet. Nergens in het bijzonder bestek werd uitdrukkelijk afgeweken van de bepaling in Bundel 32 dat 'per uur' moest worden verstaan als 'per uur van een ploeg arbeiders'. De gebruikelijke formulering bij afwijkingen — 'in tegenstelling met de teksten van bundel 32' — ontbrak voor post 7.9.1. De vertrouwelijke stukken bevestigden dat er wel degelijk een verschillende prijszetting was. Dat de totaalprijzen dicht bij elkaar lagen, was geen bewijs van eenzelfde prijszetting per post. Het argument dat de stopzetting disproportioneel was omdat Infrabel de afwijkende offertes als substantieel onregelmatig had kunnen weren of had kunnen verbeteren, werd evenmin aanvaard: een substantieel-onregelmatigverklaring op basis van een gebrekkige bestekvereiste is problematisch, en van een rekenfout of zuiver materiële fout was geen sprake. In haar tweede middel betoogde de verzoekende partij dat de vermelding van de totale offerteprijzen in de stopzettingsbeslissing de mededinging bij de heraanbesteding vertekende. De Raad oordeelde dat de totaalprijzen door het verschil in prijszetting hoe dan ook een vertekend beeld gaven en geen definitieve inzichten boden in de rangschikking. Noch de eenheidsprijzen voor post 7.9.1, noch de identiteit van de inschrijvers per wijze van prijszetting waren kenbaar gemaakt. Bovendien konden bij de heraanbesteding ook nieuwe inschrijvers deelnemen en gold een aangepast bestek. Dit onderscheidde de zaak van arrest nr. 261.988 van 14 januari 2025, dat betrekking had op de bekendmaking van totaalprijzen lopende de plaatsingsprocedure. Beide middelen werden niet ernstig bevonden en de vordering werd verworpen. De kosten kwamen ten laste van de verzoekende partij: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest bevestigt drie punten. Ten eerste: een onduidelijkheid in het bestek die tot een daadwerkelijk verschillende prijszetting leidt, vormt een gegronde reden om de plaatsingsprocedure stop te zetten en opnieuw aan te besteden — de aanbestedende overheid hoeft niet te kiezen voor minder ingrijpende alternatieven wanneer het probleem in het bestek zelf zit. Ten tweede: een substantieel-onregelmatigverklaring op basis van een gebrekkige bestekvereiste is problematisch — het is niet redelijk om een inschrijver de gevolgen van een bestekfout aan te rekenen. Ten derde: de vermelding van totaalprijzen in een stopzettingsbeslissing schendt niet automatisch de mededinging, zeker niet wanneer die prijzen door de bestekonduidelijkheid zelf onvergelijkbaar zijn en bij de heraanbesteding ook nieuwe inschrijvers kunnen deelnemen.

De les

Zorg ervoor dat je bijzonder bestek en het typebestek waarnaar je verwijst met elkaar overeenstemmen, in het bijzonder wat meetcodes en eenheden betreft. Als je afwijkt van het typebestek, formuleer die afwijking dan ondubbelzinnig. Een onduidelijkheid die pas na opening van de offertes aan het licht komt en tot een verschillende prijszetting leidt, rechtvaardigt de stopzetting van de procedure — ook als de totaalprijzen op het eerste gezicht dicht bij elkaar liggen.

Stel jezelf de vraag

Zijn de eenheden en meetcodes in mijn bijzonder bestek consistent met het typebestek waarnaar ik verwijs — en als ik afwijk, heb ik die afwijking dan ondubbelzinnig geformuleerd met de gebruikelijke formulering?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →