Verwerping Franstalig college

De intrekking van de gunningsbeslissing maakt de vordering tot schorsing onontvankelijk — ook al zou de intrekkingsbeslissing later zelf kunnen worden ingetrokken of vernietigd

Arrest nr. 263700 · 23 juni 2025 · VIe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunning van een opdracht voor de 24/7-exploitatie van de radiodispatching van Brussel Mobiliteit, omdat de verwerende partij de gunningsbeslissing had ingetrokken met terugwerkende kracht — zodat de verzoeker op het ogenblik van de uitspraak niet meer was of dreigde te worden geschaad, en het louter hypothetische scenario dat de intrekkingsbeslissing later zou worden herroepen niet in aanmerking kon worden genomen.

Wat gebeurde er?

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gunde een overheidsopdracht voor diensten: de exploitatie 24/7 van de radiodispatching van Brussel Mobiliteit. De opdracht werd gegund aan NV Lombardi Belgium voor 2.013.950,18 euro inclusief btw. SRL Sophia Group vorderde op 9 mei 2025 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Bij beschikking van 14 mei 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en de zaak initieel bepaald op 27 mei 2025. Op verzoek van de partijen werd de zaak uitgesteld naar 10 juni 2025. Kamervoorzitter David De Roy bracht verslag uit en auditeur Marie Lambert de Rouvroit gaf een eensluidend advies. Op 3 juni 2025 — tussen de twee terechtzittingen — trok de verwerende partij de bestreden gunningsbeslissing in. De verzoekende partij betoogde dat de vordering toch ontvankelijk moest blijven. Zij argumenteerde dat de intrekkingsbeslissing zelf nog kon worden ingetrokken, geschorst of vernietigd zolang de beroepstermijnen ertegen niet waren verstreken, zodat er een actueel risico bestond dat de oorspronkelijke gunningsbeslissing weer in de rechtsorde zou verschijnen. Zij wees er ook op dat haar eigen beroepstermijn tegen de oorspronkelijke gunningsbeslissing op 24 juni 2025 zou verstrijken, waardoor zij bij een latere herroeping van de intrekking geen nieuw beroep meer zou kunnen instellen. Zij vroeg om de zaak uit te stellen totdat de intrekkingsbeslissing definitief zou zijn geworden. De verwerende partij liet het aan de wijsheid van de Raad. De Raad van State volgde de verzoekende partij niet. De intrekking werkte met terugwerkende kracht tot de datum van de oorspronkelijke gunningsbeslissing, zodat de verzoekende partij — gesteld dat de aangevoerde schendingen bewezen zouden zijn — op het ogenblik van de uitspraak niet was of dreigde te worden geschaad. Het hypothetische scenario dat de intrekkingsbeslissing later zou worden herroepen, kon niet in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van de ontvankelijkheid op de dag van de uitspraak. Het kwam aan de verzoekende partij toe om al dan niet een vernietigingsberoep in te stellen tegen de oorspronkelijke gunningsbeslissing binnen de daartoe openstaande termijn. De Raad kon op dit stadium niet vooruitlopen op het lot van een eventueel later beroep. De vordering werd verworpen wegens het niet voldoen aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 14 juncto 15 van de Wet Rechtsbescherming. De kosten — een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro — werden ten laste gelegd van de verwerende partij, aangezien de onontvankelijkheid het gevolg was van haar eigen intrekking.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt wat er gebeurt met een hangende vordering tot schorsing wanneer de aanbestedende overheid de bestreden beslissing intrekt. De Raad beoordeelt de ontvankelijkheid op het ogenblik van de uitspraak: als de beslissing op dat moment is ingetrokken met terugwerkende kracht, is er geen actuele schade meer en is de vordering onontvankelijk. Het louter hypothetische scenario dat de intrekkingsbeslissing zelf later zou worden herroepen, volstaat niet om de ontvankelijkheid in stand te houden — ook niet als de beroepstermijn tegen de oorspronkelijke beslissing inmiddels dreigt te verstrijken. De kosten worden wel ten laste van de verwerende partij gelegd.

De les

De intrekking van de gunningsbeslissing maakt een hangende vordering tot schorsing onontvankelijk, maar de kosten worden ten laste van de overheid gelegd. Als verzoeker verlies je je UDN-vordering — maar overweeg zekerheidshalve een vernietigingsberoep tegen de oorspronkelijke beslissing als je beroepstermijn nog loopt.

Stel jezelf de vraag

Als de aanbestedende overheid de bestreden beslissing heeft ingetrokken: heb ik als verzoeker nagegaan of ik zekerheidshalve nog een vernietigingsberoep kan instellen tegen de oorspronkelijke beslissing — en is mijn beroepstermijn nog niet verstreken?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →