Een vernietiging op vordering van een andere inschrijver doet het beroep tot nietigverklaring zijn voorwerp verliezen, maar niet de vordering tot schadevergoeding tot herstel — waarvoor de middelen alsnog moeten worden onderzocht
De Raad van State stelt vast dat het beroep tot nietigverklaring van de gunning van een opdracht voor gerechtsdeurwaarderdiensten voor de stad Fontaine-l'Évêque zijn voorwerp heeft verloren doordat dezelfde beslissing reeds is vernietigd in een parallel beroep van een andere inschrijver (arrest nr. 262.783), maar heropent de debatten en verwijst de zaak naar de gewone procedure om de middelen alsnog te onderzoeken in het licht van de vordering tot schadevergoeding tot herstel die de verzoekers nadien hebben ingesteld.
Wat gebeurde er?
De stad Fontaine-l'Évêque gunde op 8 december 2020 een overheidsopdracht voor diensten — de aanstelling van een gerechtsdeurwaarder voor de stad — aan het kantoor Intermediance & Partners. Twee niet-gekozen inschrijvers, de bvba Justice For All en de bvba Alterius, vorderden op 8 februari 2021 de nietigverklaring van die gunningsbeslissing. Ondertussen had een andere inschrijver, de bvba Leroy & Roger, op 2 februari 2021 een afzonderlijk beroep tot nietigverklaring ingesteld tegen dezelfde beslissing. Bij arrest nr. 262.783 van 28 maart 2025 vernietigde de Raad van State die gunningsbeslissing op vordering van Leroy & Roger, op grond van een onregelmatigheid die de gunningscriteria aantastte. Het beroep van Justice For All en Alterius verloor daardoor zijn voorwerp: de bestreden beslissing was reeds uit de rechtsorde verdwenen. Na het vernietigingsarrest dienden Justice For All en Alterius op 27 mei 2025 een vordering tot schadevergoeding tot herstel in. Zij wilden dat de Raad alsnog hun eigen middelen zou onderzoeken om de onwettigheden vast te stellen die hun vordering tot schadevergoeding moesten schragen. Zij voerden aan dat, als hun middelen — in het bijzonder de eerste tak van hun eerste middel — zouden worden aanvaard, hun kans op het verkrijgen van de opdracht verdubbeld zou worden, omdat dan twee andere offertes als substantieel onregelmatig zouden moeten worden geweerd. Subsidiair vroegen zij om zich te mogen beroepen op de onregelmatigheid vastgesteld in arrest nr. 262.783. De stad antwoordde dat het volstond dat de Raad de onregelmatigheid uit arrest nr. 262.783 in aanmerking nam, zodat een verder onderzoek van de overige middelen niet nodig was. In zijn advies ter zitting oordeelde de auditeur dat de debatten moesten worden heropend: na de vordering tot schadevergoeding moesten de middelen alsnog worden onderzocht, zowel om eventuele bijkomende onwettigheden vast te stellen als om te bepalen of de verzoekers zich konden beroepen op de onregelmatigheid uit het eerdere vernietigingsarrest — dan wel of zij zich tot die onregelmatigheid moesten beperken. De Raad volgde dat advies. De debatten werden heropend en de zaak werd naar de gewone procedure verwezen, zodat de auditeur een rapport kon opstellen. De kosten werden voorbehouden. De Raad stelde ook vast dat de verzoekers de rolrechten en de bijdrage dubbel hadden betaald (op 11 februari en 16 maart 2021) en gelastte de terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag van 420 euro. De vertrouwelijkheid van de offertes en hun bijlagen werd in dit stadium gehandhaafd. Florence Piret zetelde als waarnemend voorzitter, bijgestaan door griffier Vincent Durieux. Auditeur Julien Gaul gaf een advies (niet als eensluidend gekwalificeerd).
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt de verhouding tussen een beroep tot nietigverklaring dat zijn voorwerp verliest en een vordering tot schadevergoeding tot herstel. Wanneer een gunningsbeslissing wordt vernietigd op vordering van een andere inschrijver, verdwijnt die beslissing uit de rechtsorde en verliest een parallel beroep tot nietigverklaring zijn voorwerp. Maar dat belet niet dat de verzoekers een vordering tot schadevergoeding tot herstel instellen — en in dat geval moeten hun middelen alsnog worden onderzocht. Dat onderzoek dient een dubbel doel: nagaan of de verzoekers zich op bijkomende onwettigheden kunnen beroepen (bovenop die uit het eerdere vernietigingsarrest), en bepalen welk kansverlies zij precies hebben geleden. Het arrest laat ook een praktische vraag open: kunnen de verzoekers zich beroepen op de onregelmatigheid vastgesteld in een vernietigingsarrest op vordering van een andere inschrijver, of moeten zij hun eigen middelen bewijzen?
De les
Als je als niet-gekozen inschrijver een beroep tot nietigverklaring hebt ingesteld en een andere inschrijver in een parallel beroep de vernietiging heeft verkregen, verlies dan niet je waakzaamheid. Overweeg tijdig een vordering tot schadevergoeding tot herstel in te dienen, zodat de Raad alsnog je eigen middelen onderzoekt. Je eigen middelen kunnen tot een ruimere vaststelling van onwettigheid leiden dan het eerdere vernietigingsarrest — en dat kan je kansverlies vergroten.
Stel jezelf de vraag
Als mijn beroep tot nietigverklaring zijn voorwerp dreigt te verliezen door een vernietiging in een parallel beroep, heb ik dan overwogen om tijdig een vordering tot schadevergoeding tot herstel in te stellen, zodat mijn eigen middelen alsnog worden onderzocht en mijn kansverlies preciezer kan worden bepaald?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →