De intrekking van de bestreden gunningsbeslissing na een schorsingsvordering maakt die vordering onontvankelijk — maar de kosten vallen ten laste van de aanbestedende overheid
De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de gunning van werken aan de maison rurale de Godinne als onontvankelijk, omdat de gemeente Yvoir de bestreden gunningsbeslissing heeft ingetrokken met terugwerkende kracht — waardoor de verzoeker niet langer benadeeld is — en legt de proceskosten ten laste van de gemeente.
Wat gebeurde er?
De gemeente Yvoir gunde op 14 mei 2025 een overheidsopdracht voor werken — de inrichting van de maison rurale de Godinne, perceel 1 (bouw en renovatie) — aan het consortium SETIP-GUBE, waarbij de offerte van de nv Kaiser Construct als onregelmatig was geweerd. Kaiser Construct vorderde op 5 juni 2025 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Op 18 juni 2025, vóór de terechtzitting van 24 juni, trok het college van burgemeester en schepenen de gunningsbeslissing in. Die intrekking werkt met terugwerkende kracht tot op de datum van de oorspronkelijke beslissing. Ter terechtzitting bevestigde Kaiser Construct dat haar vordering daardoor haar voorwerp had verloren. De Raad verklaarde de vordering onontvankelijk: de voorwaarden van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 — namelijk dat de verzoeker benadeeld is of dreigt te worden — zijn door de intrekking niet langer vervuld. Artikel 31 van dezelfde wet maakt die bepaling ook toepasselijk op opdrachten onder de Europese drempels. De vertrouwelijkheid van de stukken van beide partijen werd in dit stadium gehandhaafd. Over de kosten: ondanks de verwerping van de vordering wordt de gemeente als de in het ongelijk gestelde partij beschouwd wegens de intrekking, overeenkomstig artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Kaiser Construct ontvangt een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro en de overige kosten (rolrecht 200 euro, bijdrage 26 euro) worden ten laste van de gemeente gelegd. Florence Piret zetelde als waarnemend voorzitter, bijgestaan door griffier Vincent Durieux. Eerste auditeur-afdelingshoofd Christian Amelynck gaf een eensluidend advies.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest bevestigt het vaste procedurele patroon: wanneer de aanbestedende overheid de gunningsbeslissing intrekt na een schorsingsvordering, verliest de vordering haar voorwerp en wordt ze onontvankelijk verklaard wegens gebrek aan benadeling. De overheid draagt niettemin de proceskosten — de intrekking geldt als een materieel in het ongelijk gesteld worden. Het arrest bevestigt ook de toepasselijkheid van dit regime voor opdrachten onder de Europese drempels, via artikel 31 van de wet van 17 juni 2013.
De les
Als je als aanbestedende overheid na een schorsingsvordering beslist om je gunningsbeslissing in te trekken, weet dan dat je de volledige proceskosten zult dragen — rolrecht, bijdrage en rechtsplegingsvergoeding. En als inschrijver: de intrekking is een goed resultaat, de bestreden beslissing verdwijnt met terugwerkende kracht, maar je krijgt geen inhoudelijke uitspraak over de beweerde onwettigheid.
Stel jezelf de vraag
Als ik als aanbestedende overheid overweeg om de gunningsbeslissing in te trekken na een schorsingsvordering, heb ik dan de proceskosten begroot en overwogen of de intrekking de beste strategie is — of dat een inhoudelijke verdediging meer opportuun is?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →