Wegenonderhoud Baelen: prijsverantwoording op basis van onderaannemersofferte voor andere hoeveelheden is kennelijk onredelijk
De Raad van State vernietigt de gunning van een raamovereenkomst voor wegenonderhoud omdat de aanbestedende overheid de prijsverantwoording van de gekozen inschrijver voor drie posten bitumineuze verharding niet mocht aanvaarden — een loutere verwijzing naar een onderaannemersofferte zonder gedetailleerde onderbouwing volstaat niet, en de onderaannemer had zijn prijs berekend op 1.000 m² terwijl de meetstaat 100 m² vermeldde, zodat de eenheidsprijzen voor de meetstaathoeveelheden niet zijn gerechtvaardigd.
Wat gebeurde er?
De gemeente Baelen schrijft een raamovereenkomst uit voor wegenonderhoud (2024-2028). Het betreft onder meer werken aan bitumineuze oppervlaktebehandelingen. Na opening van de offertes stelt de gemeente vast dat de eenheidsprijzen van de SRL Pierre Frère et Fils voor de posten 83, 84 en 85 (oppervlaktebehandelingen met bitumenemulsie) respectievelijk 73,52%, 74,03% en 74,13% onder het gemiddelde van de offertes liggen. Ook het totaalbedrag van de offerte is 20,50% lager dan het gemiddelde. De gemeente verzoekt zowel de verzoekende partij (SA Entreprise Marcel Baguette) als Pierre Frère om een prijsverantwoording voor deze posten. Pierre Frère dient een verantwoording in die louter bestaat uit de offerte van een onderaannemer, verhoogd met een winstmarge van circa X%. De onderaannemer heeft zijn prijzen echter berekend op basis van een hoeveelheid van 1.000 m², terwijl de meetstaat voor deze posten slechts 100 m² als vermoede hoeveelheid vermeldt. De gemeente aanvaardt de verantwoording met de motivering dat de berekening op basis van 1.000 m² 'normaal' is, omdat dit type bestratingswerk in de praktijk niet wordt uitgevoerd op oppervlakten zo klein als in de meetstaat. Het rapport benadrukt dat de vermoede hoeveelheden in de meetstaat louter fictief zijn en enkel dienen voor de vergelijking van offertes, zoals het bijzonder bestek ook vermeldt. Wanneer de posten 83, 84 en 85 uit de berekening worden gehaald, wijkt de offerte van Pierre Frère nog slechts 10% af van het gemiddelde, wat volgens de gemeente bevestigt dat de eenheidsprijzen voor deze posten niet abnormaal zijn. De opdracht wordt op 17 oktober 2024 gegund aan Pierre Frère voor een gecontroleerd offertebedrag van 442.600,20 euro inclusief btw. Marcel Baguette vordert eerst de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die wordt toegewezen bij arrest nr. 261.635 van 3 december 2024. Vervolgens verzoekt zij de nietigverklaring. De gemeente vraagt aanvankelijk de voortzetting van de procedure maar trekt dat verzoek in. De Raad beslist niettemin om ten gronde te oordelen, gezien het verslag van de auditeur op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement concludeert tot nietigverklaring. De gemeente dient geen memorie van antwoord in en formuleert geen enkele opmerking over het eerste middel. De Raad van State oordeelt dat de aanvaarding van de prijsverantwoording getuigt van een kennelijke beoordelingsfout, om twee redenen. Ten eerste volstaat het niet dat een inschrijver ter verantwoording van zijn prijs louter verwijst naar de prijs van een onderaannemer, verhoogd met een winstmarge — het Verslag aan de Koning bij het KB 18 april 2017 bevestigt dit. De onderaannemersofferte bevat geen enkele verklaring behalve de eenheidsprijzen en de hoeveelheid waarop die zijn berekend. Ten tweede heeft de onderaannemer zijn prijzen berekend op basis van hoeveelheden (1.000 m²) die afwijken van de meetstaathoeveelheden (100 m²), wat niet toelaat de eenheidsprijzen voor de meetstaathoeveelheden te rechtvaardigen — ook niet wanneer die hoeveelheden fictief zijn. De hoeveelheid heeft immers, zoals ook uit de verantwoording van Pierre Frère zelf blijkt, een rechtstreekse impact op de eenheidsprijs. Bovendien is de stelling dat dit type werk niet op dergelijke kleine oppervlakten wordt uitgevoerd niet gestaafd en wordt tegengesproken door het feit dat de gemeente zelf de verantwoording van de verzoekende partij voor post 85 — gebaseerd op een onderaannemersofferte voor 100 m² — wél heeft aanvaard. Het eerste middel is gegrond in beide onderdelen. De gunningsbeslissing wordt vernietigd.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt twee fundamentele aspecten van het bijzonder prijsonderzoek bij overheidsopdrachten. Ten eerste bevestigt het dat een prijsverantwoording die louter bestaat uit de offerte van een onderaannemer plus een winstmarge, zonder enige gedetailleerde onderbouwing van de prijsopbouw, ontoereikend is — het Verslag aan de Koning bij het KB plaatsing 2017 stelt dit expliciet. Ten tweede verduidelijkt het de rol van vermoede hoeveelheden in de meetstaat: ook al zijn deze fictief en dienen ze enkel voor de vergelijking van offertes, het is wel degelijk op basis van die hoeveelheden dat de eenheidsprijzen moeten worden vastgesteld en gerechtvaardigd. Een inschrijver kan zijn eenheidsprijs niet rechtvaardigen op basis van een berekening voor een tienvoud van de meetstaathoeveelheid, zelfs niet met het argument dat de meetstaathoeveelheid onrealistisch klein is. Het arrest illustreert ook het belang van consistentie: een aanbestedende overheid die het argument aanvaardt dat een bepaalde hoeveelheid te klein is voor de ene inschrijver, maar de verantwoording van een andere inschrijver wél aanvaardt op basis van diezelfde hoeveelheid, handelt tegenstrijdig.
De les
Als inschrijver: wanneer u een prijsverantwoording indient, volstaat het niet om louter te verwijzen naar een onderaannemersofferte plus marge. U moet de prijsopbouw zelf gedetailleerd onderbouwen. Zorg er bovendien voor dat uw onderaannemer zijn offerte baseert op dezelfde hoeveelheden als de meetstaat, ook als die hoeveelheden fictief zijn — de eenheidsprijzen worden immers beoordeeld op basis van die vermoede hoeveelheden. Als aanbesteder: aanvaard geen prijsverantwoording die enkel een doorgeefluik is naar een onderaannemersofferte zonder eigen analyse van de inschrijver. Wanneer de hoeveelheden in de onderaannemersofferte afwijken van de meetstaat, is dat een rode vlag die een nader onderzoek vereist. Wees consistent: als u een argument (te kleine hoeveelheid) aanvaardt om een verantwoording te steunen, mag u dat argument niet tegenspreken door de verantwoording van een andere inschrijver op basis van diezelfde hoeveelheid eveneens te aanvaarden.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: is uw prijsverantwoording zelfstandig onderbouwd of verwijst zij enkel naar een onderaannemersofferte? Zijn de hoeveelheden in de onderaannemersofferte identiek aan de meetstaathoeveelheden? Als aanbesteder: hebt u geverifieerd dat de hoeveelheden in de prijsverantwoording overeenstemmen met de meetstaat? Is uw motivering consistent voor alle inschrijvers?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →