Heropening debatten na gegrond middel inzake afwezigheid prijsverificatie bij gunning melkrobot — offerte verzoekster terecht geweerd wegens verboden varianten, maar belang bij middel prijsverificatie bestaat ondanks wering eigen offerte
De Raad van State verklaarde het middel inzake de afwezigheid van prijsverificatie gegrond in de annulatieprocedure van SRL BASTIEN tegen de gunning door de Provincie Henegouwen van een melkrobot aan de enige regelmatige inschrijver, en heropende de debatten voor het onderzoek van het eerste middel (betwisting wering offerte) — de verzoekster had belang bij het middel inzake prijsverificatie ondanks de wering van haar eigen offerte, omdat de afwezigheid van prijsverificatie ertoe kon leiden dat ook de offerte van de gekozen inschrijver had moeten worden geweerd.
Wat gebeurde er?
De Provincie Henegouwen schreef een openbare procedure uit voor de aankoop van een melkrobot (robot de traite) voor een landbouwschool. Het geschatte bedrag bedroeg € 161.157,03 exclusief btw. Het bestek bevatte gedetailleerde technische vereisten, waaronder een systeem van pesée (weging) onder de robot gekoppeld aan het beheersysteem, desinfectie van de manchetten met stoom, en een pompe à vide sans huile (vacuümpomp zonder olie). Varianten waren uitdrukkelijk verboden. Vier inschrijvers dienden een offerte in. De offertes van drie inschrijvers, waaronder die van BASTIEN (€ 155.848 btw inclusief), werden nietig verklaard. BASTIEN werd geweerd wegens twee substantiële onregelmatigheden: (1) zij bood geen système de pesée onder de robot aan maar stelde als variante een BCS-camera voor, en (2) zij bood een pompe à vide avec huile (vacuümpomp met olie) aan in plaats van de vereiste pompe à vide sans huile. De opdracht werd op 4 maart 2021 gegund aan STR SPRL, de enige inschrijver met een regelmatige offerte, voor € 155.750 exclusief btw (€ 188.457,50 btw inclusief). Bij arrest nr. 250.316 van 9 april 2021 had de Raad van State reeds de schorsing van de bestreden beslissing bevolen. In de annulatieprocedure wierp de verwerende partij een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, stellende dat de verzoekster geen belang had bij haar beroep nu haar offerte was geweerd wegens twee onafhankelijke substantiële onregelmatigheden. De Raad van State verwierp deze exceptie: de verzoekster hoefde niet aan te tonen dat zij het contract had moeten krijgen, maar enkel dat de aangevoerde schendingen haar hadden kunnen benadelen, hetgeen het geval was. Over het tweede middel — de afwezigheid van prijsverificatie — oordeelde de Raad dat de verzoekster belang had bij dit middel ondanks de wering van haar eigen offerte: als de prijsverificatie zou hebben aangetoond dat ook de offerte van de gekozen inschrijver abnormaal was, had het contract aan niemand mogen worden gegund, ten nadele van alle concurrenten. Ten gronde herhaalde de Raad de vaststelling uit het schorsingsarrest dat uit geen enkel element van het administratief dossier, noch uit de bestreden beslissing, bleek dat de verwerende partij een prijsverificatie had uitgevoerd. De vermelding in het verslag van nazicht dat de offerte van de gekozen inschrijver 'régulière' was, gevolgd door de precisering dat eventuele onregelmatigheden niet-substantieel waren en de offerte 'en ordre' was, vormde geen bewijs van een effectieve prijsverificatie. De door de verwerende partij aangevoerde omstandigheden — de conforme uitvoering van het contract, het feit dat slechts één offerte regelmatig was, de nabijheid van de offerteprijs tot de raming (afwijking van 3,4%), en de afwezigheid van eenheidsprijzen — lieten evenmin toe te besluiten dat een prijsverificatie had plaatsgevonden. Het tweede middel was gegrond. Vervolgens oordeelde de Raad dat het niet uitgesloten was dat het onderzoek van het eerste middel — de betwisting van de wering van de offerte van BASTIEN — een impact kon hebben op de beoordeling van het verzoek tot schadeloosstelling (indemnité réparatrice) van € 10.521,60 dat BASTIEN inmiddels had ingediend. De Raad besliste daarom de debatten te heropenen en het auditoraat te belasten met een aanvullend verslag over het eerste middel.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest bevestigt dat de prijsverificatieplicht van artikel 84 van de wet van 17 juni 2016 en artikelen 33 en 35 van het KB van 18 april 2017 een concrete en effectieve verificatie vereist waarvan het bestaan moet blijken uit de gunningsbeslissing of het administratief dossier. Een loutere vermelding dat een offerte 'régulière' of 'en ordre' is, volstaat niet als bewijs van een prijsverificatie. Evenmin volstaat het argument dat de offerteprijs dicht bij de raming lag of dat het contract conform werd uitgevoerd. Het arrest verduidelijkt ook het belang bij een middel in het kader van overheidsopdrachten: een inschrijver wiens offerte is geweerd, kan niettemin belang hebben bij een middel inzake de afwezigheid van prijsverificatie, omdat die afwezigheid ertoe kan leiden dat de offerte van de gekozen inschrijver eveneens had moeten worden geweerd — met als gevolg dat het contract aan niemand kon worden gegund.
De les
Als aanbestedende overheid: documenteer de prijsverificatie uitdrukkelijk in het verslag van nazicht of de gunningsbeslissing. Een generieke vermelding dat een offerte 'regelmatig' is, volstaat niet. Ook wanneer slechts één offerte regelmatig is en de prijs dicht bij de raming ligt, moet uit het dossier blijken dat een concrete prijsverificatie heeft plaatsgevonden. Als inschrijver: zelfs wanneer je eigen offerte is geweerd, kun je belang hebben bij een middel dat ertoe strekt de gehele gunningsprocedure te ondergraven, zoals de afwezigheid van prijsverificatie. Overweeg daarom steeds het volledige spectrum aan middelen, ook die niet direct gericht zijn op de wering van je eigen offerte.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: blijkt uit je verslag van nazicht of gunningsbeslissing dat je daadwerkelijk een prijsverificatie hebt uitgevoerd? Heb je niet louter vermeld dat de offerte 'regelmatig' of 'in orde' is? Heb je het resultaat van de prijsverificatie gedocumenteerd? Als inschrijver: heb je onderzocht of de aanbestedende overheid de prijsverificatie correct heeft uitgevoerd, ook als je eigen offerte is geweerd?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →