Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN-vordering: geen belang bij middel tegen wering offerte wanneer offerte sowieso tweede in rangschikking — bevoegdheid gunningsbeslissing via delegatie raad van bestuur

Arrest nr. 264947 · 24 november 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van BV R. tegen de wering van haar offerte en de gunning door De Lijn van een raamovereenkomst voor spoorwegwerken aan BV V., omdat BV R. geen belang had bij het middel tegen de wering van haar offerte — zelfs als regelmatig bevonden zou zij slechts als tweede zijn gerangschikt — en omdat het tweede middel inzake de onbevoegdheid van de ondertekenaar van de kennisgevingsbrief niet ernstig was, nu de eigenlijke gunningsbeslissing was genomen door de directeur Techniek krachtens een delegatiebesluit van de raad van bestuur.

Wat gebeurde er?

De Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn schreef een openbare procedure uit voor een raamovereenkomst voor kleine en middelmatige onderhouds- en vernieuwingswerken in de spoorzone Antwerpen, geraamd op € 7.300.000 voor de volledige looptijd (initieel 1 jaar, verlengbaar tot maximaal 4 jaar). De prijs was het enig gunningscriterium. Drie inschrijvers dienden een offerte in: BV R., BV V. en NV S. BV R. had als enige inschrijver geen prijs ingevuld voor post 1 ('Globale prijs voor het afsluiten van een verzekeringspolis Alle bouwplaatsrisico's'). Een eerste gunningsverslag van 12 mei 2025 verklaarde haar offerte onregelmatig op basis van artikel 84, §2, van het KB Plaatsing speciale sectoren van 18 juni 2017, en stelde voor de opdracht te gunnen aan BV V. BV R. stelde een eerste UDN-vordering in, maar die gunningsbeslissing werd op 11 juli 2025 ingetrokken, waarna de vordering bij arrest nr. 264.360 werd verworpen. Na de intrekking onderzocht De Lijn de offerte van BV V. nader: een prijsbevraging werd verstuurd op 29 juli 2025 voor een aantal posten met vermoedelijk abnormale eenheidsprijzen, waarop BV V. op 8 augustus 2025 een prijsverantwoording verstrekte. Op 29 september 2025 werd een nieuw gunningsverslag opgesteld. Daarin werden alle offertes, inclusief de eerder onregelmatig verklaarde offerte van BV R., gerangschikt op prijs: BV V. op de eerste plaats (€ 1.669.931,50), NV S. op de tweede plaats (€ 2.959.433,90), en BV R. eveneens in de rangschikking opgenomen. Op 7 oktober 2025 nam G.L., directeur Techniek, de gunningsbeslissing: de offerte van BV R. werd opnieuw onregelmatig verklaard op basis van artikel 84 §2 KB 18 juni 2017, en de opdracht werd gegund aan BV V. K.D. ondertekende de kennisgevingsbrieven van 7 oktober 2025 aan de inschrijvers. In het eerste middel betoogde BV R. dat haar offerte ten onrechte onregelmatig was verklaard wegens het ontbreken van een prijs voor één post, en dat de aanbestedende entiteit de leemte had kunnen aanvullen via de formule van artikel 84 §2 KB. De Raad van State stelde echter ambtshalve vast dat uit het gunningsverslag bleek dat alle offertes waren gerangschikt op prijs, en dat de offerte van BV R. slechts als tweede was gerangschikt na de offerte van BV V. Zelfs indien het middel ernstig zou worden bevonden en haar offerte niet als onregelmatig zou worden beschouwd, zou BV R. nog steeds slechts als tweede inschrijver zijn gerangschikt. Zij zette niet uiteen hoe een herbeoordeling van de regelmatigheid ertoe zou leiden dat haar offerte alsnog voor gunning in aanmerking zou komen. Op het eerste gezicht had zij geen belang bij het middel. In een tweede middel, ontwikkeld in een pleitnota van 11 november 2025 na inzage van stukken uit het administratief dossier, voerde BV R. aan dat K.D., ondertekenaar van de kennisgevingsbrieven, niet bevoegd was om de gunningsbeslissing te nemen. De Raad oordeelde dat BV R. uitging van het verkeerd uitgangspunt dat K.D. de eigenlijke gunningsbeslissing had genomen. De bestreden gunningsbeslissing was genomen door G.L., directeur Techniek, die daartoe bevoegd was bij delegatie verleend door de raad van bestuur op 19 februari 2025. In de eigenlijke gunningsbeslissing werd wel verwezen naar het gunningsverslag, dat ook als bijlage was gevoegd. Het tweede middel was niet ernstig. De vordering werd verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest illustreert twee belangrijke processuele aspecten. Ten eerste: de Raad van State kan ambtshalve vaststellen dat een verzoekende partij geen belang heeft bij een middel tegen de wering van haar offerte, wanneer uit het dossier blijkt dat haar offerte zelfs als regelmatig bevonden nog steeds niet voor gunning in aanmerking zou komen omdat zij lager gerangschikt is dan de gekozen inschrijver. Ten tweede: een middel inzake de onbevoegdheid van de steller van een beslissing moet de eigenlijke beslissingsnemer betreffen, niet louter de ondertekenaar van de kennisgevingsbrief. De kennisgeving aan de inschrijvers en de eigenlijke gunningsbeslissing zijn te onderscheiden rechtshandelingen.

De les

Als inschrijver: voordat je een schorsingsvordering instelt tegen de wering van je offerte, ga na of je offerte — zelfs als regelmatig bevonden — effectief kans maakt op gunning in de eindrangschikking. Als je sowieso lager gerangschikt bent dan de gekozen inschrijver, heb je mogelijk geen belang bij het middel. Als je een middel inzake bevoegdheid wilt opwerpen, maak dan het onderscheid tussen de ondertekenaar van de kennisgevingsbrief en de eigenlijke beslissingsnemer. Als aanbestedende overheid: zorg ervoor dat de delegatiebeslissing voor de gunningsbevoegdheid duidelijk is gedocumenteerd in het administratief dossier.

Stel jezelf de vraag

Als inschrijver: als je offerte onregelmatig is verklaard, heb je dan nagekeken of je in de rangschikking op de gunningscriteria effectief kans zou maken op gunning? Betwist je de bevoegdheid van de juiste persoon — de eigenlijke beslissingsnemer of enkel de ondertekenaar van de kennisgeving? Als aanbestedende overheid: zit het delegatiebesluit in het administratief dossier? Is duidelijk wie de eigenlijke gunningsbeslissing heeft genomen?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →