Verwerping UDN-vordering: offerte terecht als wezenlijk onregelmatig geweerd wegens abnormale prijzen voor therapie- en coachingsessies — prijsverantwoording onvoldoende becijferd en concreet — compensatie via portefeuille onderaannemer geen geldige verantwoording
De Raad van State verwierp de UDN-vordering van SRL Evoluno tegen de wering van haar offerte en de gunning door de Federale Pensioendienst van een opdracht voor een digitaal instrument voor mentaal welzijn voor federale ambtenaren, omdat de aanbestedende overheid op het eerste gezicht geen kennelijke beoordelingsfout had begaan door de prijzen voor therapie- en coachingsessies (€ 20 per sessie, 80 procent onder het gemiddelde) als abnormaal te beoordelen, nu de prijsverantwoordingen onvoldoende becijferd en concreet waren en de rendabiliteit enkel op het niveau van de volledige portefeuille van de onderaannemer werd beschouwd.
Wat gebeurde er?
De Federale Pensioendienst schreef een openbare procedure uit voor een overheidsopdracht met als voorwerp een digitaal instrument voor het mentaal welzijn van federale ambtenaren (SFPD/S2000/2025/10). Op 16 juni 2025 richtte de aanbestedende overheid een eerste verzoek tot prijsverantwoording aan SRL Evoluno op grond van artikel 35 van het KB van 18 april 2017, met betrekking tot de eenheidsprijs van € 20 per sessie voor de vereiste opties inzake therapie- en coachingsessies. Dit bedrag week ongeveer 80 procent af van de gemiddelde prijs van de andere inschrijvers. Evoluno antwoordde op 24 juni 2025 met een toelichting over haar bedrijfsmodel. De verantwoording verwees naar de eenheidsprijs die Evoluno aan haar onderaannemer Workplace Options betaalde: € 12 per persoon voor de levering van licenties en het aanbod van therapie- en coachingsessies. Informatie werd gegeven over de marge die Evoluno toepaste ten opzichte van de prijzen van de onderaannemer. Op 25 juni 2025 volgde een tweede verzoek op grond van artikel 36 van het KB, nu de loutere verwijzing naar de prijzen van de onderaannemer en een marge niet als afdoende verantwoording werd beschouwd. Evoluno antwoordde op 3 juli 2025 met bijkomende informatie, waaronder gevraagde cv's en een conformiteitsattest van de onderaannemer. De aanvullende verantwoording bevatte evenwel geen diepgaande becijferde uitleg. Er werd bevestigd dat psychologen en coaches tussen € 60 en € 90 per uur werden vergoed, maar het verband tussen deze tarieven en het bedrag van € 12 per persoon werd niet becijferd onderbouwd. De verklaring dat de onderaannemer over meer dan 40 jaar internationale ervaring en een groot klantenbestand beschikte, rechtvaardigde evenmin hoe die tot de prijs van € 12 per persoon kwam. Bovendien werd verwezen naar een schatting van het gebruikspercentage op basis van een historisch gemiddelde uit de portefeuille om de prijs te bepalen op basis van de veronderstelde hoeveelheden, terwijl de inschrijver de in de meetstaat vermelde veronderstelde hoeveelheden moest respecteren. De rendabiliteit werd nergens concreet en becijferd aangetoond en werd beschouwd op het niveau van de volledige portefeuille van de onderaannemer. De aanbestedende overheid oordeelde dat de prijs in de context van deze specifieke opdracht moest worden verantwoord, en dat de compensatie van potentieel deficitaire prijzen door winsten uit andere klanten van de portefeuille geen afdoende verantwoording vormde voor een abnormaal lage prijs. Bij beslissing van 25 augustus 2025 werd de offerte als wezenlijk onregelmatig geweerd op grond van artikel 36, §3, van het KB. Na de instelling van een eerste beroep trok de aanbestedende overheid deze beslissing op 22 september 2025 in. Op 20 oktober 2025 nam zij een nieuwe, inhoudelijk identieke gunningsbeslissing, met als enig verschil een bijkomende passage over het niet-verwaarloosbare karakter van de betreffende posten: hun proportioneel gewicht in het totaalbedrag van de offerte, het feit dat het vereiste opties betrof die functioneel en inhoudelijk verbonden waren met de kern van de opdracht, en de noodzaak om adequaat te kunnen opvolgen via therapie- en coachingsessies. De opdracht werd gegund aan een andere vennootschap. Evoluno stelde een UDN-vordering in met twee middelen. Het eerste middel betrof een kennelijke beoordelingsfout bij de prijsverificatie: de prijzen zouden niet abnormaal zijn en de posten niet als niet-verwaarloosbaar mogen worden gekwalificeerd. Het tweede middel betrof een motiveringsgebrek. De Raad van State onderzocht beide middelen samen. Over de kwalificatie als niet-verwaarloosbare posten oordeelde de Raad dat Evoluno ten onrechte suggereerde dat de motivering enkel bestond uit de vermelding 'voor niet-verwaarloosbare posten'. De bestreden beslissing verwees uitdrukkelijk naar het proportionele gewicht van de posten, het feit dat het vereiste opties betrof, en de noodzaak om via therapie en coaching adequaat te kunnen opvolgen. Bovendien bevatte punt 6.1 van het bestek preciseringen waarover Evoluno geen betwisting formuleerde. De kwalificatie als niet-verwaarloosbare posten kon op het eerste gezicht niet worden betwist, net zomin als de formele motivering. Over het abnormale karakter van de prijzen stelde de Raad vast dat de aanbestedende overheid zich had gebaseerd op de afwijking van 80 procent ten opzichte van het gemiddelde, die niet ernstig werd betwist, en op de ontoereikendheid van de verantwoordingen: niet voldoende becijferd en concreet, bestaande uit verwijzingen naar de prijs van de onderaannemer, de winstmarge, de ervaring van de onderaannemer en de voordelen van diens gediversifieerde portefeuille, zonder dat de rendabiliteit concreet werd aangetoond in de context van deze opdracht. De compensatie van potentieel deficitaire prijzen door andere klanten van de portefeuille kon niet als afdoende verantwoording worden aanvaard. Geen van beide middelen was ernstig. De vordering werd verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt de vereisten waaraan een prijsverantwoording moet voldoen wanneer een prijs zeer sterk afwijkt van het gemiddelde. Een loutere verwijzing naar de prijs van een onderaannemer, een marge en de ervaring of het klantenbestand van die onderaannemer volstaat niet. De verantwoording moet becijferd en concreet aantonen hoe de inschrijver tot de aangeboden prijs komt in de context van de specifieke opdracht. De compensatie van deficitaire prijzen door winsten uit andere klanten of contracten van de portefeuille wordt niet aanvaard als geldige verantwoording. Het arrest verduidelijkt ook dat de kwalificatie van posten als niet-verwaarloosbaar kan worden onderbouwd door te wijzen op het proportionele gewicht, het karakter van vereiste opties en het functionele verband met de kern van de opdracht.
De les
Als inschrijver: wanneer je een prijs aanbiedt die sterk afwijkt van het gemiddelde, bereid dan een prijsverantwoording voor die becijferd en concreet aantoont hoe je tot die prijs komt in de context van de specifieke opdracht. Verwijs niet enkel naar de globale prijs van een onderaannemer of naar diens portefeuille en ervaring — toon aan hoe de kostenstructuur werkt (personeelskosten, overheadkosten, winstmarge) en hoe de rendabiliteit wordt gegarandeerd voor deze opdracht, niet op portefeuilleniveau. Compensatie van verlieslatende prijzen door winsten uit andere contracten is geen geldige verantwoording. Als aanbestedende overheid: bij de kwalificatie van niet-verwaarloosbare posten, motiveer waarom de betreffende posten niet-verwaarloosbaar zijn door te verwijzen naar hun proportioneel gewicht, hun karakter als vereiste opties en hun functioneel verband met de kern van de opdracht.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: bevat je prijsverantwoording een becijferde en concrete uiteenzetting van de kostenstructuur die specifiek is voor deze opdracht? Of verwijs je hoofdzakelijk naar de prijs van je onderaannemer, diens ervaring en de voordelen van diens portefeuille? Toon je de rendabiliteit aan op opdrachtniveau, of enkel op portefeuilleniveau? Als aanbestedende overheid: heb je bij de vaststelling van abnormale prijzen gemotiveerd waarom de betreffende posten als niet-verwaarloosbaar moeten worden beschouwd? Heb je de inschrijver voldoende gelegenheid gegeven om een becijferde verantwoording te verstrekken?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →