UDN-vordering raamovereenkomst elektrische werken Leuven zonder voorwerp na intrekking gunningsbeslissing — ook impliciete niet-gunning aan verzoekende partij zonder voorwerp — kosten ten laste van verwerende partij
De Raad van State verwierp de UDN-vordering van NV E. tegen de gunning van de raamovereenkomst voor elektrische werken van de stad Leuven als zonder voorwerp, nadat de stad Leuven de gunningsbeslissing had ingetrokken bij beslissing van 5 december 2025, waarbij de Raad van State preciseerde dat de intrekking de vordering in haar geheel zonder voorwerp maakte, ook wat de gevorderde schorsing van de impliciete beslissing om de opdracht niet aan de verzoekende partij te gunnen betreft, met veroordeling van de verwerende partij in de kosten.
Wat gebeurde er?
De stad Leuven gunde op 17 oktober 2025 een raamovereenkomst voor diensten met als voorwerp elektrische werken (referentie 25.001). De offerte van NV E. werd niet weerhouden, waarvan zij op 3 november 2025 in kennis werd gesteld. Op 18 november 2025 stelde NV E. een vordering in tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van zowel de gunningsbeslissing als de impliciete beslissing om de opdracht niet aan haar te gunnen. Bij beschikkingen van 20 november en 8 december 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting van 17 december 2025. Op 5 december 2025 trok de stad Leuven de gunningsbeslissing in. De Raad van State stelde vast dat de vordering ingevolge de intrekking in haar geheel zonder voorwerp was, ook wat de gevorderde schorsing van de impliciete beslissing om de opdracht niet aan de verzoekende partij te gunnen betreft. De vordering werd verworpen. De verwerende partij werd verwezen in de kosten, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro verschuldigd aan de verzoekende partij. De auditeur gaf een eensluidend advies.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt dat de intrekking van een gunningsbeslissing de UDN-vordering in haar geheel zonder voorwerp maakt — niet alleen wat de expliciete gunning aan de gekozen inschrijver betreft, maar ook wat de impliciete beslissing om de opdracht niet aan de verzoekende partij te gunnen betreft. De kostenverdeling — ten laste van de verwerende partij die zelf de intrekking veroorzaakte — bevestigt de lijn van arrest nr. 265.370 van dezelfde datum.
De les
Als aanbestedende overheid: een intrekking van de gunningsbeslissing na een UDN-vordering maakt de vordering in haar geheel zonder voorwerp, inclusief eventuele impliciete weigeringsbeslissingen, maar je draagt de proceskosten. Als inschrijver: als de aanbestedende overheid de bestreden beslissing intrekt, wordt ook je vordering tegen de impliciete weigering om aan jou te gunnen zonder voorwerp. Overweeg of een schadevergoeding tot herstel mogelijk is.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: heeft de intrekking van je gunningsbeslissing tot gevolg dat alle lopende vorderingen zonder voorwerp worden? Houd rekening met de kostenveroordeling. Als inschrijver: is je vordering zonder voorwerp geworden door intrekking? Ga na of je een schadevergoeding kunt vorderen voor de al geleden procedurekosten en eventueel verlies van een kans.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →