UDN-vordering levering diepvriesproducten 2026 OCMW Torhout zonder voorwerp na intrekking gunningsbeslissing — kosten ten laste verwerende partij
De Raad van State verwierp de UDN-vordering van NV S. tegen de gunning door het OCMW van Torhout van de overheidsopdracht voor het leveren van diepvriesproducten 2026 als zonder voorwerp, nadat het OCMW de gunningsbeslissing van 20 november 2025 had ingetrokken op 18 december 2025 — dertien dagen na de vordering — met veroordeling van de verwerende partij in de kosten.
Wat gebeurde er?
Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Torhout gunde op 20 november 2025 de overheidsopdracht voor leveringen met als voorwerp het leveren van diepvriesproducten 2026 aan een derde partij. NV S. stelde op 5 december 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen de gunningsbeslissing en de impliciete beslissing om de opdracht niet aan haar te gunnen. Bij beschikkingen van 8 en 22 december 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting van 7 januari 2026. Nadat bij de eerste beschikking de terechtzitting aanvankelijk was vastgesteld op 23 december 2025, trok het OCMW van Torhout op 18 december 2025 — dertien dagen na de indiening van de vordering en vóór de oorspronkelijk geplande terechtzitting — de bestreden gunningsbeslissing in. De Raad van State stelde vast dat de UDN-vordering door de intrekking zonder voorwerp en bijgevolg niet-ontvankelijk was geworden. De vordering werd verworpen. De verwerende partij werd verwezen in de kosten, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro verschuldigd aan de verzoekende partij. Eerste auditeur Thomas Maes gaf een eensluidend advies.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest bevestigt het vaste patroon bij intrekking hangende een UDN-procedure: de vordering wordt zonder voorwerp en niet-ontvankelijk, maar de kosten worden ten laste van de verwerende partij gelegd. Het OCMW wordt als in het ongelijk gestelde partij beschouwd — niet omdat de Raad van State inhoudelijk over de vordering oordeelde, maar omdat de intrekking impliceert dat de aanbestedende overheid zelf erkent dat de bestreden beslissing niet kon worden gehandhaafd.
De les
Als aanbestedende overheid: een intrekking van de gunningsbeslissing hangende een UDN-procedure beëindigt de procedure, maar je draagt de volledige proceskosten van de verzoekende partij (rolrecht, bijdrage én rechtsplegingsvergoeding). Als inschrijver: een intrekking maakt je vordering zonder voorwerp maar je recupereert je kosten. Overweeg of verdere stappen (nieuwe gunningsprocedure, schadevergoeding tot herstel) opportuun zijn.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: overweeg je de gunningsbeslissing in te trekken na een UDN-vordering? Je draagt de proceskosten. Als inschrijver: is je vordering zonder voorwerp geworden door intrekking? Je recupereert de kosten, maar overweeg of een schadevergoedingsvordering zinvol is.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →