UDN-vordering exploitatie 24/7 dispatching radio Bruxelles Mobilité verworpen — derde gunningsbeslissing na eerder geschorste tweede beslissing — erreur matérielle tiret/0 euro in Excel-inventaris — poste B2 phase OUT négligeable — geen avantage concurrentiel prestataire sortant
De Raad van State verwierp de UDN-vordering van Sophia Group tegen de derde gunningsbeslissing van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de exploitatie 24/7 van de dispatching radio van Bruxelles Mobilité (toegewezen aan Lombardi Belgium voor 2.013.950,18 euro), waarbij de Raad oordeelde dat de kwalificatie als erreur matérielle van het tiret in de Excel-inventaris van Lombardi (dat technisch een prijs van 0 euro niet kon weergeven) niet kennelijk onredelijk was, dat poste B2 (phase OUT) terecht als négligeable werd beschouwd, dat de evaluatie van de methodologie adequaat was gemotiveerd, en dat Sophia Group geen concrete laedering aantoonde door het beweerde avantage concurrentiel van de prestataire sortant.
Wat gebeurde er?
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Bruxelles Mobilité) publiceerde op 10 januari 2025 een openbare procedure voor een dienstenovereenkomst betreffende de exploitatie 24/7 van de dispatching radio, voor een duur van één jaar met drie mogelijke verlengingen. Twee inschrijvers dienden een offerte in: Sophia Group en Lombardi Belgium, de huidige prestataire. De inventaris bevatte onder meer poste B1 (Phase IN — overname door nieuwe prestataire) en poste B2 (Phase OUT — overdracht bij einde opdracht). In de Excel-inventaris van Lombardi verscheen voor poste B1 een tiret in plaats van een prijs, omdat het Excel-bestand technisch geen waarde van 0,00 euro kon weergeven. De aanbestedende overheid vroeg Lombardi op 11 maart 2025 om verduidelijking; Lombardi bevestigde op 14 maart 2025 dat haar prijs 0 euro was, aangezien zij als huidige prestataire niet betrokken zou zijn bij de phase IN. Een eerste gunningsbeslissing (15 april 2025) aan Lombardi werd na een UDN-vordering van Sophia Group ingetrokken op 3 juni 2025. Een tweede gunningsbeslissing (18 juli 2025) werd geschorst door arrest nr. 264.175 van 16 september 2025 wegens ontoereikende formele motivering van de aanvaarding van de prijs van 0 euro. Op 14 november 2025 trok de aanbestedende overheid de tweede beslissing in en nam dezelfde dag een derde gunningsbeslissing, met een uitgebreidere motivering. Het marché werd opnieuw gegund aan Lombardi Belgium voor 2.013.950,18 euro. Sophia Group stelde op 2 december 2025 een nieuwe UDN-vordering in met vier middelen. De Raad van State verwierp alle vier middelen. Over het eerste middel (erreur matérielle/tiret in inventaris): de Raad oordeelde dat het niet kennelijk onredelijk was dat de aanbestedende overheid het tiret kwalificeerde als een erreur matérielle te wijten aan de Excel-formule, aangezien vaststond dat het bestand technisch geen prijs van 0,00 euro kon weergeven, dat Lombardi als prestataire sortant niet betrokken zou zijn bij de phase IN, en dat haar verduidelijking conform artikel 34 KB 2017 was gevraagd. De bevestiging door Lombardi dat haar prijs 0 euro was, vormde geen wijziging van de offerte. Over het tweede middel (abnormaal lage prijs poste B2): de Raad onderzocht eerst de tweede tak (négligeable karakter) en oordeelde dat de drie door de aanbestedende overheid aangevoerde motieven — beperkte duur (6 weken op een jaar), geen specifieke prestatie-eisen in het bestek, en marginale geschatte waarde (10.000 euro op 2.000.000 euro, ofwel 0,5%) — niet kennelijk onredelijk waren. Aangezien het poste négligeable was, hoefde de aanbestedende overheid de prijsjustificaties niet te aanvaarden of de offerte te weren wegens abnormaal lage prijs. Over het derde middel (evaluatie methodologie): de Raad oordeelde dat de aanbestedende overheid zich niet had beperkt tot één teamlid maar de volledige teamstructuur had beoordeeld, dat de ervaring en expertise van de radio-expert een voorspelbaar evaluatie-element was, en dat de motivering van het onderscheid tussen de offertes adequaat was. Het beweerde avantage concurrentiel bij de prestatie-indicatoren was niet aangetoond, aangezien Sophia Group zelf ook ervaring had met Bruxelles Mobilité. Over het vierde middel (avantage concurrentiel prestataire sortant via poste B1): de Raad oordeelde dat Sophia Group geen concreet belang aantoonde, aangezien neutralisatie van poste B1 — in geen enkel scenario (weglating, forfaitair bedrag, of aftrek) — het klassement zou wijzigen gezien het prijsverschil van 121.699,82 euro. Sophia Group droeg de kosten (rolrecht 200 euro, bijdrage 26 euro, rechtsplegingsvergoeding 770 euro). Lombardi Belgium droeg het rolrecht van 150 euro voor haar tussenkomst.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest is om meerdere redenen belangwekkend. Ten eerste biedt het een genuanceerde toepassing van artikel 34 KB 2017 in een situatie waar een technische beperking van het Excel-inventaris (dat een prijs van 0,00 euro als tiret weergeeft) aan de basis lag van de onduidelijkheid — de aanbestedende overheid mocht dit als erreur matérielle behandelen en de inschrijver vragen zijn offerte te verduidelijken zonder deze te wijzigen. Ten tweede verduidelijkt het de beoordelingsvrijheid van de aanbestedende overheid bij de kwalificatie van een poste als négligeable in het kader van de prijscontrole (artikel 36 KB 2017): de Raad toetst enkel op kennelijke beoordelingsfout en kan zijn eigen appreciatie niet in de plaats stellen. Ten derde illustreert het de strenge belangvereiste bij middelen gericht tegen het bestek zelf: het volstaat niet om de onwettigheid van een gunningscriterium aan te voeren als de verzoeker niet concreet aantoont dat neutralisatie van het beweerde voordeel het klassement zou wijzigen. Het arrest toont ook de grenzen van het argument van avantage concurrentiel van de prestataire sortant: wanneer het prijsverschil zodanig groot is dat geen enkele neutralisatiemaatregel het klassement wijzigt, ontbreekt de concrete laedering.
De les
Als inschrijver: wanneer een Excel-inventaris technisch een prijs van 0 euro niet kan weergeven, documenteer dit proactief in je offerte of bij de eerste gelegenheid — maar weet dat de aanbestedende overheid dit ook zelf als erreur matérielle mag kwalificeren conform artikel 34 KB 2017. Als je een middel wilt richten tegen de samenstelling van een gunningscriterium (zoals een poste dat de prestataire sortant bevoordeelt), moet je concreet aantonen dat neutralisatie van dat voordeel het klassement effectief zou wijzigen — een abstracte kans op een nieuwe procedure volstaat niet. Als aanbestedende overheid: wanneer je na een schorsingsarrest een nieuwe gunningsbeslissing neemt, zorg voor een uitgebreidere motivering die alle elementen van het dossier weerspiegelt. Bij de kwalificatie van een poste als négligeable in het kader van de prijscontrole, motiveer op basis van meerdere criteria (duur, inhoud, geschatte waarde) en documenteer waarom het poste marginaal is ten opzichte van het geheel.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: bevat je Excel-inventaris technische beperkingen die bepaalde prijzen niet correct weergeven? Signaleer dit. Wil je een gunningscriterium aanvechten? Bereken eerst of neutralisatie het klassement wijzigt. Als aanbestedende overheid: heb je na een eerdere schorsing de motivering voldoende verdiept? Heb je de kwalificatie van postes als négligeable gemotiveerd op meerdere gronden? Heb je bij de evaluatie van de methodologie alle relevante elementen van de offertes vergeleken?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →