zonder_voorwerp Franstalig college

Annulatieberoep renovatie 201 sociale woningen zonder voorwerp na intrekking gunningsbeslissing en verzaking aan opdracht — intrekking als succédané van vernietiging — rechtsplegingsvergoeding 770 euro ten laste verwerende partij

Arrest nr. 265446 · 19 januari 2026 · VIe kamer

De Raad van State stelde vast dat het annulatieberoep van NV Lixon tegen de gunningsbeslissing van 28 maart 2024 van de Immobilière Sociale Entre Sambre et Haine voor lot 1 (gebouw en coördinatie lot 2) van de energetische renovatie van 201 sociale woningen zonder voorwerp was geworden doordat de verwerende partij de beslissing had ingetrokken en aan de opdracht had verzaakt op 29 oktober 2024, waarbij de Raad de intrekking als succédané van een vernietiging beschouwde en de verwerende partij als succomberende partij veroordeelde in de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.

Wat gebeurde er?

De CVBA Immobilière Sociale Entre Sambre et Haine (sociale huisvestingsmaatschappij in de regio Samber en Hene) had op 28 maart 2024 lot 1 (gebouw en coördinatie van lot 2) van een overheidsopdracht voor werken betreffende de energetische renovatie van 201 sociale woningen en 30 bijgebouwen gegund. NV Lixon stelde op 31 mei 2024 een annulatieberoep in. Bij arrest nr. 260.372 van 2 juli 2024 had de Raad van State reeds de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunningsbeslissing bevolen en het tussenkomstverzoek van de tijdelijke vereniging BEMAT-MOURY (NV Bétons et Matériaux en NV Les Entreprises Gilles Moury, de gegunde inschrijver) ingewilligd. Na de schorsing zetten de tussenkomende partijen de procedure voort. Lixon diende een mémoire ampliatif in. De auditeur paste artikel 11/4 van het algemeen procedurereglement toe (vereenvoudigde behandeling). Op 29 oktober 2024 trok de verwerende partij de bestreden gunningsbeslissing in en verzaakte zij aan de opdracht. Deze beslissingen werden per aangetekend schrijven van 6 november 2024 aan Lixon meegedeeld, met vermelding van de rechtsmiddelen. De tussenkomende partijen kregen er kennis van op 22 januari 2025 via het elektronische platform van de Raad van State. Geen van de partijen stelde beroep in tegen de intrekking of de verzaking, zodat deze beslissingen als definitief konden worden beschouwd. De Raad van State oordeelde dat het annulatieberoep zonder voorwerp was geworden. Over de kosten: de Raad beschouwde de intrekking als een succédané van een vernietiging, waardoor de verwerende partij als succomberende partij werd aangemerkt in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten. De door Lixon gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 924 euro werd conform artikel 67, § 2, lid 3 van het algemeen procedurereglement beperkt tot 770 euro. De verwerende partij droeg de volledige kosten: rolrecht 400 euro, bijdragen 48 euro en rechtsplegingsvergoeding 770 euro. De tussenkomende partijen droegen elk 150 euro voor hun tussenkomst.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest illustreert twee praktisch relevante aspecten. Ten eerste bevestigt het de vaste rechtspraak dat de intrekking van een bestreden beslissing wordt beschouwd als een succédané van een vernietiging, met als gevolg dat de verwerende partij die haar eigen beslissing intrekt als succomberende partij de kosten draagt — inclusief de rechtsplegingsvergoeding ten gunste van de verzoekende partij. Ten tweede toont het de toepassing van artikel 67, § 2, lid 3 van het algemeen procedurereglement, op basis waarvan de rechtsplegingsvergoeding wordt beperkt tot 770 euro wanneer de procedure niet leidt tot een arrest ten gronde. Dit arrest is ook procedureel interessant omdat het een annulatieprocedure betreft die was voorafgegaan door een UDN-schorsing (arrest 260.372), waarna de aanbestedende overheid verkoos om niet alleen de beslissing in te trekken maar ook aan de volledige opdracht te verzaken.

De les

Als verzoekende partij: wanneer de aanbestedende overheid de bestreden beslissing intrekt na een schorsingsarrest, vraag uitdrukkelijk de rechtsplegingsvergoeding — de intrekking geldt als succédané van een vernietiging en de verwerende partij draagt de kosten. Weet wel dat de vergoeding in dat geval wordt beperkt tot 770 euro. Als aanbestedende overheid: de intrekking van een bestreden beslissing beëindigt het geschil maar ontslaat je niet van de proceskosten — je wordt als succomberende partij behandeld en je draagt rolrecht, bijdragen en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.

Stel jezelf de vraag

Als verzoekende partij: heeft de aanbestedende overheid de bestreden beslissing ingetrokken? Vraag de rechtsplegingsvergoeding. Als aanbestedende overheid: overweeg je een intrekking na een schorsingsarrest? Begroot de proceskosten die je zult dragen (rolrecht, bijdragen, rechtsplegingsvergoeding 770 euro).

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →