Verwerping Franstalig college

Vordering UDN onontvankelijk na intrekking gunningsbeslissing OSIRIS-platform – retroactief effect van intrekking heft lésion op, ontvankelijkheidsvoorwaarde artikel 14 wet 2013 niet langer vervuld

Arrest nr. 265616 · 30 januari 2026 · VIe kamer

De Raad van State verwierp als onontvankelijk de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van SRL GATE-16 tegen de gunning van een dienstenovereenkomst voor het OSIRIS-platform door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan SRL AMA European Consulting, omdat het Gewest de gunningsbeslissing op 15 december 2025 had ingetrokken met retroactief effect, waardoor de verzoekende partij niet langer geléseerd was of dreigde te worden in de zin van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 en bijgevolg een van de twee ontvankelijkheidsvoorwaarden niet meer vervuld was.

Wat gebeurde er?

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gunde bij beslissing ondertekend door Minister Elke Van Den Brandt op 28 oktober 2025 een overheidsopdracht voor diensten betreffende de assistance métier voor het projectbeheer en de exploitatie van het OSIRIS-platform (CSC n° BMB/DCCDCB/C24.004) aan SRL AMA European Consulting voor een bedrag van 1.312.583,80 EUR btw inclusief. SRL GATE-16 diende op 18 november 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in, samen met een annulatieberoep. Bij beschikking van 20 november 2025 werd de zaak vastgesteld op de zitting van 3 december 2025. Op 26 november 2025 informeerde de verwerende partij de Raad van State over de waarschijnlijke intrekking van de bestreden beslissing, waarop de zaak sine die werd uitgesteld. Op 19 december 2025 deelde de verwerende partij een beslissing van 15 december 2025 mee waarbij de bestreden gunningsbeslissing werd ingetrokken. Bij beschikking van 8 januari 2026 werd de zaak vastgesteld op de zitting van 27 januari 2026. Ter zitting werden beide partijen uitgenodigd hun opmerkingen te formuleren over de vraag of de vordering tot schorsing nog voldeed aan de voorwaarden van artikel 15, dat verwijst naar artikel 14, van de wet van 17 juni 2013. Beide partijen verwezen naar de wijsheid van de Raad. De Raad stelde vast dat de intrekking met retroactief effect werkte tot op de datum van de aanneming van de bestreden beslissing. Hieruit volgde dat — zelfs indien de door de verzoekende partij aangevoerde schendingen bewezen zouden zijn — deze haar niet hadden geléseerd en evenmin dreigden haar te léseren. Aangezien een van de twee ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 14 niet langer vervuld was, werd de vordering tot schorsing onontvankelijk verklaard. De vertrouwelijkheid van stuk 6 (de offerte van de verzoekende partij) werd in dit stadium van de rechtspleging gehandhaafd. De kosten werden gereserveerd.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt het verschil tussen de klassieke benadering via artikel 30, §5 van de gecoördineerde wetten (verlies van voorwerp bij intrekking) en de specifieke ontvankelijkheidstoets van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 in het kader van overheidsopdrachten. De Raad verkiest hier de tweede benadering: de intrekking met retroactief effect heft de lésion op, waardoor een van de twee ontvankelijkheidsvoorwaarden (belang hebben bij de opdracht én geléseerd zijn of dreigen te worden) niet langer vervuld is. Het gevolg is identiek — de vordering wordt afgewezen — maar de juridische grondslag verschilt: onontvankelijkheid wegens het ontbreken van lésion, niet verlies van voorwerp. Dit onderscheid is relevant omdat het bepaalt welke kostenregeling van toepassing is: bij onontvankelijkheid worden de kosten gereserveerd (in afwachting van de uitkomst van het annulatieberoep), terwijl bij verlies van voorwerp de kosten doorgaans ten laste worden gelegd van de verwerende partij.

De les

Als aanbestedende overheid: een intrekking van de gunningsbeslissing hangende een UDN-procedure maakt de vordering onontvankelijk wegens het retroactieve effect dat de lésion opheft, maar voorkomt niet dat het annulatieberoep doorloopt — de kosten worden gereserveerd, niet definitief toegewezen. Als verzoekende partij: houd er rekening mee dat een intrekking van de bestreden beslissing je vordering tot schorsing onontvankelijk kan maken, ook al heb je een geldige grief — de retroactieve werking van de intrekking heft het belang op in de zin van artikel 14 wet 2013.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: heb je na de intrekking van de gunningsbeslissing ook stilgestaan bij het nog hangende annulatieberoep? Is de intrekking werkelijk gemotiveerd door een onwettigheid of is ze louter defensief? Als verzoekende partij: is je vordering tot schorsing nog ontvankelijk na de intrekking? Moet je je strategie aanpassen en je concentreren op het annulatieberoep?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →