Schorsing Franstalig college

Hoogwerkers voor ORES: de Raad van State schorst de niet-selectie van Comet omdat de motivering de twijfels over twee shortlist-kandidaten niet wegneemt

Arrest nr. 266578 · 4 mei 2026 · VIe kamer

ORES Assets selecteerde voor een raamovereenkomst van 75 miljoen euro voor hoogwerkvoertuigen drie van de vijf kandidaten en liet Comet Belgium (vierde ex aequo) buiten de boot, maar de Raad van State schorst die niet-selectie bij uiterst dringende noodzakelijkheid: de motivering verklaart niet waarom de winnende kandidaat Mondia Klubb Group op de draagkracht van de ene Franse Klubb-vennootschap mocht steunen terwijl de attesten van een andere kwamen, noch waarom betwistbare onderhoudsreferenties (‘hors porteur’, achteraf herschreven tot ‘+ porteur’) als ‘all-in’-contracten golden.

Wat gebeurde er?

ORES Assets, de Waalse distributienetbeheerder, wil zijn vloot van een honderdtal hoogwerkers volledig vernieuwen en publiceerde op 19 december 2025 een aankondiging voor de selectiefase van een raamovereenkomst met als voorwerp de levering van bedrijfsvoertuigen uitgerust met een mobiel hoogwerkplatform (PEMP), inclusief het onderhoud van het geheel. Het ging om een ‘all-in’-opdracht in de speciale sectoren, via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging (dossier ACFELVWA35), met een geraamde maximumwaarde van 75 miljoen euro, een looptijd van maximaal acht jaar en ongeveer 120 voertuigen in vijf categorieën. De aankondiging bepaalde uitdrukkelijk dat maximaal drie kandidaten tot het indienen van een offerte zouden worden uitgenodigd. Er golden drie selectiecriteria, waarvan twee hier van belang zijn: criterium 1 (30 punten) eiste referenties van verkoop van voertuigen met een elektrische PEMP (minstens 6 voertuigen per jaar gedurende minstens drie van de jaren 2022-2025); criterium 2 (70 punten) eiste drie ‘all-in’-onderhoudsreferenties (verkoop van voertuigen met PEMP inclusief onderhoud van het geheel) van elk minstens 4 miljoen euro excl. btw, samen minstens 15 miljoen euro. Vijf ondernemingen dienden een kandidatuur in: Comet, France Élévateur Benelux, HDW Belux, Mondia Klubb Group en Renault Trucks Belux. Alle vijf voldeden aan de selectiecriteria, maar omdat slechts drie konden doorstoten, paste ORES de aangekondigde rangschikkingsmethode toe; Comet eindigde vierde ex aequo met Renault Trucks Belux en werd bij beslissing van de raad van bestuur van 18 maart 2026 (betekend op 20 maart) niet geselecteerd. Comet vorderde de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De Raad van State verklaarde het eerste middel — schending van de formele motiveringsplicht — ernstig, op grond van twee moeilijkheden die het administratief dossier prima facie onthulde. Ten eerste, bij de als eerste geklasseerde kandidaat Mondia Klubb Group (in de bestreden beslissing foutief ‘Mondia Klubb Wallonie’ genoemd): in zijn UEA verklaarde hij geen beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten en niet te willen onderaanbesteden, maar hij voegde de UEA’s van twee Franse vennootschappen toe (de SASU Klubb France en de SAS Klubb Group). De referenties voor de eerste twee criteria kwamen niet van ‘Klubb Group pour Mondia’ maar van de SASU Klubb France: van de 475 weerhouden referenties voor criterium 1 kwamen er 471 van de SASU Klubb France en slechts 4 van Mondia zelf; voor criterium 2 kwamen alle 7 referenties van de SASU Klubb France. Die vennootschap leverde echter geen verbintenisverklaring om haar middelen ter beschikking te stellen, noch de attesten die aantonen dat ze niet in een uitsluitingsgeval verkeert — die documenten waren op naam van de SAS Klubb Group ingediend. De motivering liet niet toe te begrijpen waarom ORES aannam dat Mondia op de SAS Klubb Group steunde en niet op de SASU Klubb France. De Raad wees daarbij op het arrest van het Hof van Justitie van 22 januari 2026 (C-812/24): een dochter, ook als ze volledig in handen is van de moeder, blijft ‘een andere entiteit’, zodat de aanbesteder van elke deelnemende entiteit een exacte en volledige kennis moet hebben. Ten tweede, voor criterium 2 hield ORES voor Mondia 7 referenties aan, maar bij 5 van de 7 stond in de kandidatuur ‘Fourniture + Maintenance Élévateur/hors porteur’ en slechts bij 2 ‘+ Porteur’ — wat erop kan wijzen dat slechts twee echte ‘all-in’-contracten van minstens 4 miljoen euro werden geleverd; in de ‘tableau d’analyse administrative’ was ‘hors porteur’ zonder enige uitleg vervangen door ‘+ porteur’. Dezelfde moeilijkheid dook op bij France Élévateur Benelux (tweede voor dat criterium): drie van de vier referenties vermeldden ‘vente et maintenance de PEMP’ en één enkel ‘vente et maintenance’, terwijl de tabel die laatste zonder uitleg tot ‘vente et maintenance de PEMP’ had omgevormd. De motivering verklaarde niet waarom die referenties als ‘all-in’-contracten (Porteur én PEMP plus onderhoud) golden. Het eerste middel was dus ernstig wegens schending van de formele motiveringsplicht. Bij de belangenafweging zag de Raad geen nadelen van een schorsing die zwaarder wegen dan de voordelen. De Raad schorste de beslissing van 18 maart 2026 om Comet niet te selecteren en drie andere kandidaten te selecteren, verwierp de vordering voor het overige, beval de onmiddellijke uitvoering van het arrest, hield de stukken A tot G vertrouwelijk, en gelastte de terugbetaling van 226 euro die Comet voorbarig had betaald voor haar annulatieberoep; de kosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding, werden aangehouden.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest toont dat de formele motiveringsplicht in de selectiefase soepel mag zijn — maar enkel zolang het dossier geen moeilijkheden onthult. Zodra dat wel het geval is, moet de aanbesteder uitdrukkelijk uitleggen waarom de moeilijkheid is opgelost en de kandidaat toch voldoet. Een beknopte motivering die teruggrijpt naar een intern analysetabel, volstaat niet wanneer dat tabel zelf de twijfel voedt, bijvoorbeeld doordat het de bewoordingen van de kandidatuur (‘hors porteur’) ongemotiveerd vervangt door iets gunstigers (‘+ porteur’). Even belangrijk is de les over het beroep op de draagkracht van derden: wie steunt op een andere entiteit — ook een 100 %-dochter — moet die entiteit correct identificeren en van haar de verbintenisverklaring én de uitsluitingsattesten leveren. De Raad verankert dat in de recente rechtspraak van het Hof van Justitie (C-812/24): een dochter is geen verlengstuk van de moeder, maar een aparte entiteit waarvan de betrouwbaarheid afzonderlijk moet blijken. Voor een opdracht van deze omvang — een raamovereenkomst van 75 miljoen euro met een shortlist van drie — bepaalt zo’n selectiefout meteen wie überhaupt nog een offerte mag indienen, wat de inzet van een UDN-schorsing in dit stadium verklaart.

De les

Voor aanbesteders: motiveer uw selectiebeslissing beknopt zolang alles duidelijk is, maar behandel elke moeilijkheid die uit het dossier blijkt uitdrukkelijk — leg uit waarom u de kandidaat toch geschikt acht. Pas op met het ‘opkuisen’ van kandidatuurgegevens in een intern analysetabel: vervangt u ‘hors porteur’ door ‘+ porteur’ of ‘vente et maintenance’ door ‘vente et maintenance de PEMP’, dan moet u dat kunnen verantwoorden, anders ondergraaft u uw eigen beslissing. Identificeer bij een beroep op de draagkracht van een derde de juiste entiteit en eis van net die entiteit de verbintenisverklaring en de uitsluitingsattesten; een 100 %-dochter is een afzonderlijke entiteit (HvJ C-812/24). Voor inschrijvers: u voldoet aan de selectiecriteria maar valt buiten de shortlist? Lees de motivering en het administratief dossier kritisch. Stemmen de weerhouden referenties van uw concurrenten echt overeen met wat het bestek eist (hier: ‘all-in’-contracten Porteur + PEMP + onderhoud)? Zijn de attesten en verbintenisverklaringen van de ingeroepen derden volledig en op de juiste naam? In de selectiefase van een grote raamovereenkomst is een UDN-schorsing een reële hefboom, want de selectie bepaalt wie nog mag meedingen.

Te onthouden

  • In de selectiefase mag de formele motivering algemeen en beknopt zijn, maar zodra het dossier een moeilijkheid onthult, moet de beslissing die uitdrukkelijk behandelen en uitleggen waarom de kandidaat toch voldoet.
  • Het ongemotiveerd herschrijven van kandidatuurgegevens in een intern analysetabel (‘hors porteur’ → ‘+ porteur’; ‘vente et maintenance’ → ‘vente et maintenance de PEMP’) ondergraaft de motivering van de selectie.
  • Wie steunt op de draagkracht van een derde, moet die derde correct identificeren en van hem de verbintenisverklaring én de uitsluitingsattesten leveren; een 100 %-dochter blijft ‘een andere entiteit’ (HvJ EU 22 januari 2026, C-812/24).
  • Een ‘all-in’-onderhoudsreferentie moet werkelijk slaan op de verkoop van Porteur én PEMP inclusief onderhoud, niet op losse PEMP-referenties.
  • Uitkomst: de niet-selectie van Comet (en de selectie van drie andere kandidaten) van 18 maart 2026 werd geschorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid, met onmiddellijke uitvoering; 226 euro werd terugbetaald en de kosten werden aangehouden.

Waarop letten

  • Het kantelpunt in de motiveringsplicht: van beknopt (geen moeilijkheid) naar omstandig (zodra het dossier twijfel zaait).
  • De overeenstemming tussen de bewoordingen van een kandidatuur en wat de aanbesteder in zijn analyse weerhoudt — ongemotiveerde herformuleringen zijn een zwak punt.
  • Bij beroep op derden: juiste identificatie van de entiteit, plus haar verbintenisverklaring en uitsluitingsattesten; moeder en dochter zijn afzonderlijke entiteiten.
  • De inhoud van referenties tegenover de exacte bestekeis (hier ‘all-in’: Porteur + PEMP + onderhoud).
  • Dat een selectiefout in een raamovereenkomst met shortlist meteen de toegang tot de gunningsfase bepaalt — vandaar het belang van een tijdige UDN-vordering.

Stel jezelf de vraag

Hebt u, als aanbesteder, elke moeilijkheid die uit het dossier blijkt in uw selectiebeslissing uitdrukkelijk gemotiveerd, in plaats van te vertrouwen op een beknopte motivering en een intern tabel? Kunt u verantwoorden waarom de weerhouden referenties van een kandidaat voldoen aan wat het bestek eist, ook wanneer de kandidatuur zelf andere bewoordingen gebruikt? Hebt u bij een beroep op de draagkracht van een derde de juiste entiteit geïdentificeerd en van haar de verbintenisverklaring en de uitsluitingsattesten verkregen, wetende dat een 100 %-dochter een afzonderlijke entiteit is? En als afgewezen kandidaat: hebt u nagegaan of de referenties en de stukken van de geselecteerde concurrenten werkelijk aan de bestekeisen beantwoorden voordat u zich bij uw niet-selectie neerlegt?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →