opheffing_schorsing Nederlandstalig college

Schorsing gewonnen, maar geen annulatieberoep ingediend: de Raad van State heft zijn eigen schorsing op — al betaalt CIPAL wel de rekening

Arrest nr. 266594 · 6 mei 2026 · XIVe kamer

Twee inschrijvers verkregen bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de beslissing van de dienstverlenende vereniging CIPAL om een raamovereenkomst voor ANPR-camera’s via een mededingingsprocedure met onderhandeling te plaatsen, maar dienden daarna geen verzoekschrift tot nietigverklaring in; de Raad van State moest die schorsing dan opheffen (artikel 17, § 8, vierde lid), terwijl CIPAL — als de in het ongelijk gestelde partij in de schorsingsfase — toch de kosten en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro droeg.

Wat gebeurde er?

De dienstverlenende vereniging CIPAL besliste een overheidsopdracht voor leveringen in de markt te plaatsen via een mededingingsprocedure met onderhandeling en keurde daartoe de selectieleidraad goed voor de ‘Raamovereenkomst betreffende een geïntegreerde end-to-end oplossing voor de volledige handhavingsketen door middel van ANPR camera’s (CSMRTHAN25)’. Twee inschrijvers, de NV T. en de NV P., vorderden de schorsing van die beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Bij arrest nr. 265.209 van 16 december 2025 willigde de Raad van State die vordering in en beval hij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Daarna verliep de zaak schriftelijk: bij beschikking van 11 maart 2026 stelde de voorzitter van de XIVe kamer, overeenkomstig artikel 26, § 2, van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948, voor om de zaak niet op een openbare terechtzitting te behandelen, tenzij een partij daarom zou verzoeken. Geen van de partijen vroeg een terechtzitting, het debat werd gesloten en de zaak op 22 april 2026 in beraad genomen. De verzoekende partijen hadden na hun schorsingsvordering echter geen verzoekschrift tot nietigverklaring van de bestreden beslissing ingediend. In dat geval is de Raad van State krachtens artikel 17, § 8, vierde lid, van zijn gecoördineerde wetten ertoe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. De Raad hief dan ook de bij arrest nr. 265.209 bevolen schorsing op. Toch werd de verwerende partij, CIPAL, verwezen in de kosten van de schorsingsvordering: een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, verschuldigd aan de verzoekende partijen. Het arrest werd uitgesproken door de XIVe kamer op 6 mei 2026.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest legt een valstrik bloot die zelfs een winnende inschrijver kan treffen. De schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is in overheidsopdrachten een krachtig, maar voorlopig wapen: ze bevriest de plaatsing, maar ze leeft niet op zichzelf. Wie de schorsing verkrijgt, moet binnen de wettelijke termijn ook een verzoekschrift tot nietigverklaring indienen om de zaak ten gronde te laten beslechten. Gebeurt dat niet, dan is de Raad van State niet vrij om de schorsing te laten voortduren: artikel 17, § 8, vierde lid, verplicht hem ze op te heffen. Het praktische gevolg is dat de bevroren beslissing weer uitvoerbaar wordt en de aanbesteder de procedure kan voortzetten. Tegelijk toont het arrest een geruststellende keerzijde: de opheffing wegens een ontbrekend annulatieberoep wist de uitkomst van de schorsingsfase niet uit. Omdat de schorsing wél was bevolen, gold CIPAL als de in het ongelijk gestelde partij en droeg zij de kosten en de rechtsplegingsvergoeding. De winst in de schorsingsfase blijft dus verworven, ook al laat de inschrijver de zaak nadien vallen.

De les

Verkrijgt u als inschrijver de schorsing van een plaatsings- of gunningsbeslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, beschouw dat dan niet als het eindpunt. Wilt u die schorsing behouden en de zaak ten gronde uitvechten, dien dan tijdig een verzoekschrift tot nietigverklaring in; doet u dat niet, dan moet de Raad de schorsing opheffen (artikel 17, § 8, vierde lid) en wordt de bestreden beslissing weer uitvoerbaar. Beslist u bewust om niet voort te procederen — bijvoorbeeld omdat de aanbesteder ondertussen heeft ingebonden — weet dan dat u uw rechtsplegingsvergoeding uit de schorsingsfase niet verliest: die volgt de uitkomst van de schorsing, niet de latere opheffing. Bent u aanbesteder, dan leert het arrest het spiegelbeeld: een tegen u uitgesproken schorsing vervalt automatisch als de verzoeker geen annulatieberoep instelt, maar u draagt wel de kosten van die schorsingsfase als de in het ongelijk gestelde partij.

Te onthouden

  • Een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is voorlopig; zonder een tijdig verzoekschrift tot nietigverklaring moet de Raad ze opheffen (art. 17, § 8, vierde lid).
  • Na de opheffing wordt de bestreden plaatsings- of gunningsbeslissing weer uitvoerbaar en kan de aanbesteder de procedure voortzetten.
  • De opheffing wegens een ontbrekend annulatieberoep wist de uitkomst van de schorsingsfase niet uit: wie de schorsing won, behoudt zijn rechtsplegingsvergoeding.
  • Hier droeg CIPAL als de in het ongelijk gestelde partij in de schorsingsfase de kosten: rolrecht 400 euro, bijdrage 26 euro en rechtsplegingsvergoeding 770 euro.
  • De zaak kan na de schorsing schriftelijk worden afgehandeld, zonder openbare terechtzitting, tenzij een partij daarom verzoekt (art. 26, § 2 Regentsbesluit).

Waarop letten

  • De termijn voor het verzoekschrift tot nietigverklaring na een verkregen schorsing — laat die niet verstrijken als u de schorsing wilt behouden.
  • Het onderscheid tussen het voorlopige karakter van de schorsing en de definitieve beslechting ten gronde via het annulatieberoep.
  • Het feit dat de kostenregeling de uitkomst van de schorsingsfase volgt, niet de latere procedurele opheffing.
  • De mogelijkheid van een schriftelijke afhandeling zonder terechtzitting, waarbij u tijdig om een zitting moet verzoeken als u die wenst.

Stel jezelf de vraag

Weet u dat een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid maar voorlopig is en vervalt als u geen verzoekschrift tot nietigverklaring indient (art. 17, § 8, vierde lid)? Hebt u, na het verkrijgen van de schorsing, de termijn voor het annulatieberoep bewaakt — of riskeert u dat de bestreden beslissing weer uitvoerbaar wordt? Beseft u dat de opheffing van de schorsing wegens een ontbrekend annulatieberoep uw recht op de rechtsplegingsvergoeding uit de schorsingsfase niet aantast? Beseft u als aanbesteder dat een tegen u bevolen schorsing automatisch vervalt zonder annulatieberoep, maar dat u de kosten van die fase als verliezende partij draagt (hier rolrecht 400 euro, bijdrage 26 euro, rechtsplegingsvergoeding 770 euro)?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →