zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Fluvius gunt de datacenteropdracht aan een derde, trekt dan in: het UDN-beroep wordt zonder voorwerp — maar Fluvius betaalt de kosten

Arrest nr. 266637 · 11 mei 2026 · XIVe kamer

Nadat Fluvius System Operator de overheidsopdracht ‘Housing Datacenter’ bij beslissing van 25 februari 2026 aan een derde had gegund en de NV D. daartegen de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid had gevorderd, trok Fluvius de gunningsbeslissing zelf in; daardoor verloor het beroep zijn voorwerp en werd het niet-ontvankelijk, maar de Raad van State legde de kosten — rolrecht, bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro — ten laste van Fluvius.

Wat gebeurde er?

Fluvius System Operator, de Vlaamse distributienetbeheerder, plaatste een overheidsopdracht met als voorwerp ‘Housing Datacenter’ (referte bestek FLU24IT010_2). Bij beslissing van 25 februari 2026 gunde Fluvius die opdracht aan een derde. De NV D., een afgewezen inschrijver, stelde op 13 maart 2026 een beroep in en vorderde de schorsing van die gunningsbeslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Bij beschikkingen van 17 en 23 maart 2026 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld; de terechtzitting vond plaats op 22 april 2026. Kamervoorzitter Geert Debersaques bracht verslag uit en eerste auditeur Ines Martens gaf een met het arrest eensluidend advies. Tot een inhoudelijke beoordeling kwam het niet. Nadat de terechtzitting over de UDN-vordering bij beschikking van 17 maart 2026 eerst was vastgesteld op 1 april 2026, trok Fluvius de bestreden beslissing in bij beslissing van 19 maart 2026. Door die intrekking was er geen gunningsbeslissing meer om te schorsen: de Raad van State stelde vast dat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zonder voorwerp en dus niet-ontvankelijk was geworden, en verwierp ze. Over de kosten besliste de Raad in het nadeel van Fluvius: de verwerende partij werd verwezen in de kosten van de UDN-vordering, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die aan de NV D. verschuldigd is.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest bevestigt een patroon dat voor afgewezen inschrijvers van groot praktisch belang is: de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is vaak het beslissende drukmiddel in het aanbestedingscontentieux, ook wanneer de zaak nooit ten gronde wordt behandeld. Door snel een UDN-vordering in te stellen, dwong de NV D. Fluvius tot een keuze nog vóór de eerst geplande zitting. Fluvius koos ervoor de eigen gunningsbeslissing in te trekken, waardoor het beroep zijn voorwerp verloor. Voor de aanbesteder lijkt dat een nette uitweg — geen inhoudelijke veroordeling, de procedure kan worden overgedaan — maar de kostenrekening volgt toch de logica van een verlies: de Raad legt het rolrecht, de bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten laste van Fluvius. Voor de verzoeker betekent het beroep dat de betwiste gunning aan de concurrent is weggevallen én dat zijn proceskosten worden vergoed. Het arrest is bovendien een herinnering dat netbeheerders zoals Fluvius als aanbestedende entiteiten onder hetzelfde aanbestedingstoezicht van de Raad van State vallen.

De les

Bent u een afgewezen inschrijver, dan blijft de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het krachtigste en snelste instrument om een gunning aan een concurrent te blokkeren. Trekt de aanbesteder daarna zijn gunningsbeslissing in, laat het beroep dan niet vallen in de veronderstelling dat er niets te halen valt: vorder uitdrukkelijk uw rechtsplegingsvergoeding en kosten. De Raad verwierp hier de vordering wegens verlies van voorwerp, maar verwees Fluvius in de volledige kosten — rolrecht (200 euro), bijdrage (26 euro) en rechtsplegingsvergoeding (770 euro). Bent u aanbesteder, dan is de les dat intrekken een geldige manier is om een betwiste gunning te herzien en de procedure over te doen, maar dat die uitweg u, ook zonder inhoudelijk oordeel, in de regel de kosten en de rechtsplegingsvergoeding kost. Reken er dus op dat een intrekking onder druk van een UDN-vordering een prijskaartje heeft.

Te onthouden

  • Wanneer de aanbesteder de bestreden gunningsbeslissing intrekt terwijl een UDN-vordering loopt, verliest die vordering haar voorwerp en wordt ze niet-ontvankelijk.
  • Fluvius gunde de opdracht ‘Housing Datacenter’ (bestek FLU24IT010_2) op 25 februari 2026 aan een derde en trok die gunning in bij beslissing van 19 maart 2026, vóór de eerst geplande UDN-zitting van 1 april 2026.
  • Ondanks het verlies van voorwerp werd Fluvius als verwerende partij in de kosten verwezen: rolrecht 200 euro, bijdrage 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten gunste van de verzoeker.
  • Netbeheerders zoals Fluvius treden op als aanbestedende entiteiten en staan voor hun opdrachten onder het toezicht van de Raad van State.
  • De schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid was de hefboom die de intrekking uitlokte.

Waarop letten

  • Het moment van intrekking: gebeurt ze vóór de UDN-zitting, dan vervalt het inhoudelijke debat, maar de kostenvraag blijft openstaan.
  • De noodzaak om uw rechtsplegingsvergoeding en kosten uitdrukkelijk te vorderen wanneer het beroep zonder voorwerp dreigt te eindigen.
  • Het contrast met het verwante arrest 266636 van dezelfde dag, waarin de Raad de vordering verwierp zónder kostenveroordeling.
  • Of de intrekking definitief is en correct werd betekend; een gebrekkige intrekking blijft aanvechtbaar.

Stel jezelf de vraag

Hebt u, als afgewezen inschrijver voor een ICT- of infrastructuuropdracht, de UDN-procedure ingezet om de gunning aan een concurrent tijdig te blokkeren? Weet u dat een intrekking door de aanbesteder uw beroep zonder voorwerp maakt, maar dat u uw rechtsplegingsvergoeding en kosten kunt recupereren mits u die uitdrukkelijk vordert? En als aanbestedende entiteit — ook als netbeheerder: beseft u dat het intrekken van een betwiste gunning u in de regel als de in het ongelijk gestelde partij de kosten en de rechtsplegingsvergoeding oplevert, los van enig inhoudelijk oordeel?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →