Vernietiging Franstalig college

Ruim tachtig controles al uitgevoerd op bevel van de gemeente: Rixensart mocht niet langer teruggrijpen naar artikel 85 om van de opdracht af te zien

Arrest nr. 267435 · 29 juli 2026 · VIe kamer

De gemeente Rixensart gunde de raamovereenkomst voor de periodieke controle van haar uitrustingen en installaties op 14 mei 2025 aan de vzw Procontrol, gaf op 6 juni 2025 een schriftelijk aanvangsbevel, liet ruim tachtig controles uitvoeren en besloot vervolgens op 16 juli 2025 om diezelfde gunning in te trekken, van de opdracht af te zien en een nieuwe procedure te lanceren voor 2026; de Raad van State vernietigde die beslissing omdat artikel 85 van de Overheidsopdrachtenwet enkel geldt tijdens de plaatsingsfase — en de opdracht was, op bevel van de gemeente zelf, al in uitvoering.

Wat gebeurde er?

De gemeente Rixensart plaatste overheidsopdracht nr. 2024/16B, ‘Periodieke controles van uitrustingen en installaties — raamovereenkomst 2025 tot 2029’, bij vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Op 14 mei 2025 besliste zij perceel 1 te gunnen aan de vzw Procontrol en perceel 2 aan een andere vennootschap. Wat daarna gebeurde, is de kern van de zaak. In een brief van 3 juni 2025 schreef de gemeente uitdrukkelijk dat de mededeling van de gunningsbeslissing louter informatief was en niet als een contractuele verbintenis mocht worden beschouwd. Drie dagen later, op 6 juni 2025, stuurde diezelfde gemeente een brief ondertekend door de burgemeester én de algemeen directeur, met als voorwerp ‘Vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking 2024/16 B — Periodieke controles van uitrustingen en installaties — Raamovereenkomst 2025 tot 2029 — Perceel 1 — Aanvangsbevel jaar 2025’. De tekst liet aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Bij deze geven wij u het bevel de dienstprestaties aan te vatten, met verwijzing naar het bestek 2024/16B en meer bepaald naar punt III.1.10 ervan.’ Procontrol deed wat haar gevraagd werd. De gemeente valideerde op 4 juni 2025 haar interventieplanning. Procontrol stelde het digitale platform uit haar offerte ter beschikking; op 23 juni 2025 vroeg de gemeente per e-mail toegang voor haar eigen personeelsleden. Op 2 en 3 juli 2025 werden controles uitgevoerd. In totaal werden er, in overleg met de gemeentediensten, ruim tachtig verricht. Op 16 juli 2025 besliste de gemeente vervolgens om de gunningsbeslissing van 14 mei 2025 in te trekken, om af te zien van de gunning van opdracht nr. 2024/16B, om de procedure te beëindigen en om een opdracht met een gelijkaardig voorwerp opnieuw uit te schrijven, met het oog op een inwerkingtreding in 2026. Bij arrest nr. 264.037 van 29 augustus 2025 schorste de Raad van State de tenuitvoerlegging daarvan; het verzoekschrift tot nietigverklaring dateert van 31 augustus 2025. Het vervolg verliep opmerkelijk stil. Eerste auditeur Muriel Vanderhelst stelde een mededeling op grond van artikel 11/4 van het algemeen procedurereglement op waarin zij de vernietiging voorstelde; die werd op 13 januari 2026 aan de gemeente betekend. De gemeente vroeg de voortzetting van de procedure niet, diende geen laatste memorie in en vroeg evenmin om te worden gehoord. Krachtens artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling bestuursrechtspraak de handeling dan vernietigen; de auditeur vroeg op 2 maart 2026 de toepassing van artikel 14quinquies van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948 en de griffie stelde de gemeente op 3 maart 2026 in kennis dat de kamer over de vernietiging zou oordelen tenzij zij binnen vijftien dagen vroeg te worden gehoord. Zij deed dat niet. Conform het arrest van de algemene vergadering nr. 243.249 van 14 december 2018 moest de Raad niettemin nagaan of het gegrond bevonden onderdeel de vernietiging wel rechtvaardigde. Dat deed het. De Raad nam de redenering van het schorsingsarrest over. Vooraf stelde hij vast dat de bestreden beslissing twee luiken had — de intrekking van de gunning en het afzien van de opdracht met stopzetting van de procedure — die niet autonoom of van elkaar te scheiden waren: één en hetzelfde besluitvormingsproces had tot beide geleid, en het bleek niet dat de gemeente de intrekking had overwogen zonder het vooruitzicht van een nieuwe procedure. De handeling steunde op artikel 85 van de wet van 17 juni 2016: het voltooien van een procedure houdt geen verplichting in om de opdracht te gunnen of te sluiten, en de aanbesteder mag afzien of opnieuw beginnen, desnoods op een andere wijze. De wetgever heeft die mogelijkheid uitdrukkelijk opengelaten niet alleen vóór de gunning, maar ook tússen de gunning en het sluiten van de overeenkomst — en in dat laatste geval impliceert het recht om niet te sluiten noodzakelijk het recht om de gunningsbeslissing in te trekken. Die bevoegdheid is discretionair en wordt in opportuniteit uitgeoefend; de wetgever heeft ze niet afhankelijk gemaakt van enige voorwaarde over de wettigheid of de regelmatigheid van de eerdere fasen. Wel moet elke beslissing afdoende worden gemotiveerd en op juiste en pertinente motieven kunnen steunen. De gemeente betwistte de feiten niet, maar hield vol dat de overeenkomst niet was gesloten omdat de kennisgeving van artikel 88 van het KB van 18 april 2017 nooit had plaatsgevonden — dat artikel bepaalt dat de opdracht wordt gesloten door de kennisgeving aan de opdrachtnemer van de goedkeuring van zijn offerte, zonder enig voorbehoud, langs de elektronische platformen, per e-mail of per fax én dezelfde dag bij aangetekende zending. Een standstillverplichting in de zin van artikel 11 van de wet van 17 juni 2013 was niet aangetoond, en de gemeente beweerde dat ook niet. De Raad ging bewust niet in op de vraag of er een contract bestond en of het geldig was gesloten — dat valt buiten zijn bevoegdheid. Wat hij wél vaststelde, was beslissend: op de dag van de bestreden beslissing was de dienstenopdracht in een uitvoeringsfase getreden, op bevel van de aanbestedende overheid en met instemming van Procontrol. En de wetgever voorziet de procedure van artikel 85 enkel voor de plaatsingsfase, ongeacht of die regelmatig is verlopen of niet. De uitlegging van de gemeente zou bovendien rechtsonzekerheid creëren: het zou volstaan de gunningsbeslissing nooit geldig te betekenen om gedurende de hele uitvoering op artikel 85 te kunnen terugvallen. Hoe gegrond de vrees van de gemeente over de regelmatigheid van haar gunning van 14 mei 2025 ook mocht zijn, haar beslissing steunde op een verkeerde rechtsgrond — een onwettigheid die de bevoegdheid van de steller van de handeling raakt en Procontrol kon benadelen. De Raad van State vernietigde de beslissing van 16 juli 2025 en legde de kosten ten laste van de gemeente: 400 euro rolrechten, 52 euro bijdragen en de aan Procontrol toegekende rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.

Waarom doet dit ertoe?

Artikel 85 is voor aanbesteders een comfortabele uitweg: een procedure hoeft niet in een contract te eindigen, en tot aan de sluiting mag het bestuur op zijn stappen terugkeren, ook wanneer de reden niets met een vastgestelde onwettigheid te maken heeft. Dit arrest trekt de grens van die uitweg scherp — niet op de datum van een formaliteit, maar op de werkelijkheid op het terrein. De gemeente redeneerde formeel volledig correct: zonder kennisgeving in de zin van artikel 88 van het KB van 18 april 2017 is de opdracht niet gesloten, dus zit men nog in de plaatsingsfase, dus staat artikel 85 open. De Raad kapt die redenering af met een argument dat verder reikt dan deze zaak: wie haar zou volgen, geeft elke aanbesteder de sleutel om zich permanent uit een opdracht terug te trekken door eenvoudigweg nooit formeel te betekenen. Het aanvangsbevel van 6 juni 2025, ondertekend door de burgemeester en de algemeen directeur, en de tachtig uitgevoerde controles wegen zwaarder dan het ontbreken van één brief. Er zit nog een tweede les in, en die is genant voor het bestuur. De Raad moest hier niets nieuws bedenken: het schorsingsarrest van 29 augustus 2025 had het middel al ernstig bevonden, en de gemeente bracht daarna niets meer in. Zij vroeg de voortzetting van de procedure niet, diende geen laatste memorie in en vroeg niet om te worden gehoord. De vernietiging kwam er dus via de versnelde weg van artikel 30, § 3. Een verwerende partij die na een schorsing haar dossier laat liggen, kiest daarmee in de praktijk voor de vernietiging — inclusief rolrechten en rechtsplegingsvergoeding. Ten slotte de nuance die het arrest uitdrukkelijk maakt: het spreekt zich níét uit over het bestaan of de geldigheid van het contract. Dat is voer voor de burgerlijke rechter. Wat de Raad beslist, is enger én krachtiger: de gekozen bestuursrechtelijke grondslag klopte niet.

De les

Bent u opdrachtnemer en krijgt u na de gunning een aanvangsbevel, een planning die wordt goedgekeurd of een vraag om uw platform open te zetten, documenteer dat dan zorgvuldig: datum, ondertekenaar, verwijzing naar het bestek, en het spoor van wat u daarna effectief hebt uitgevoerd. Precies die stukken — een brief ‘aanvangsbevel’ getekend door de burgemeester en de algemeen directeur, een gevalideerde planning, een toegangsvraag per e-mail, ruim tachtig uitgevoerde controles — maakten hier het verschil. Laat u niet afschrikken door een eerdere brief waarin het bestuur schrijft dat de mededeling ‘louter informatief’ is en geen verbintenis inhoudt: wat daarna gebeurt, telt. En laat u evenmin afschrikken door het argument dat er formeel geen kennisgeving in de zin van artikel 88 is gebeurd; de Raad toetst of de opdracht feitelijk in uitvoering was, niet of het contract formeel bestaat. Bent u aanbesteder, hou de twee fasen dan strikt gescheiden. Zolang u twijfelt over de regelmatigheid van uw gunning, geef geen aanvangsbevel, valideer geen planning en laat geen prestaties beginnen — want vanaf dat ogenblik is artikel 85 geen uitweg meer en blijft enkel het contractuele instrumentarium over. Wilt u toch terugkeren op uw stappen, doe dat dan vóór u de uitvoering in gang zet, motiveer die beslissing afdoende en steun ze op juiste en pertinente motieven; de bevoegdheid zelf is discretionair, maar de motivering wordt getoetst. En reageert de auditeur met een mededeling waarin hij de vernietiging voorstelt, laat die termijn dan niet verlopen: stilzitten na een schorsingsarrest levert een vernietiging op via artikel 30, § 3, plus de kosten.

Te onthouden

  • Artikel 85 van de wet van 17 juni 2016 laat toe af te zien van de gunning of het sluiten van de opdracht, ook nog ná de gunningsbeslissing — maar uitsluitend tijdens de plaatsingsfase.
  • Het recht om niet te sluiten impliceert noodzakelijk het recht om de gunningsbeslissing in te trekken; de wetgever knoopt daaraan geen voorwaarde over de regelmatigheid van de eerdere fasen.
  • Die bevoegdheid is discretionair en wordt in opportuniteit uitgeoefend, maar elke beslissing moet afdoende gemotiveerd zijn en op juiste en pertinente motieven steunen.
  • Zodra de opdracht op bevel van de aanbesteder en met instemming van de opdrachtnemer in uitvoering is getreden, is artikel 85 niet meer beschikbaar — ook al is de kennisgeving van artikel 88 van het KB van 18 april 2017 nooit gebeurd.
  • De tegengestelde uitlegging zou rechtsonzekerheid scheppen: het zou volstaan nooit geldig te betekenen om tijdens de hele uitvoering op artikel 85 te kunnen terugvallen.
  • De intrekking van de gunning en het afzien van de opdracht waren hier één ondeelbaar besluit: één besluitvormingsproces leidde tot beide luiken.
  • De Raad van State sprak zich uitdrukkelijk niet uit over het bestaan of de geldigheid van het contract — dat valt buiten zijn bevoegdheid; hij toetste enkel de rechtsgrond van de bestuurshandeling.
  • De vernietiging kwam er via de versnelde procedure van artikel 30, § 3: de gemeente vroeg geen voortzetting, diende geen laatste memorie in en vroeg niet om te worden gehoord.
  • De gemeente droeg de kosten: 400 euro rolrechten, 52 euro bijdragen en 770 euro rechtsplegingsvergoeding.

Waarop letten

  • De feitelijke overgang van plaatsing naar uitvoering: een aanvangsbevel, een gevalideerde planning, het openstellen van een platform en effectief geleverde prestaties.
  • De tegenstrijdigheid tussen de brief van 3 juni 2025 (‘louter informatief, geen contractuele verbintenis’) en het aanvangsbevel van 6 juni 2025, ondertekend door de burgemeester en de algemeen directeur.
  • Dat het ontbreken van de kennisgeving van artikel 88 van het KB van 18 april 2017 de aanbesteder hier niet redde.
  • Dat een onwettigheid die de bevoegdheid van de steller van de handeling raakt, volstaat om te vernietigen, ongeacht of de vrees van het bestuur over zijn eerdere gunning terecht was.
  • Het risico van stilzitten na een schorsingsarrest: geen voortzetting vragen leidt rechtstreeks naar vernietiging via artikel 30, § 3.
  • Dat de vraag naar het bestaan en de geldigheid van het contract buiten de Raad van State om moet worden beslecht.

Stel jezelf de vraag

Weet u precies op welk moment uw opdracht van de plaatsingsfase naar de uitvoeringsfase is overgegaan, en kunt u dat met stukken aantonen? Hebt u als opdrachtnemer elk aanvangsbevel, elke goedgekeurde planning en elke uitgevoerde prestatie gedocumenteerd, met datum en ondertekenaar? Beseft u dat een brief waarin het bestuur schrijft dat zijn mededeling ‘louter informatief’ is, niet belet dat een later aanvangsbevel de uitvoering doet starten? Als aanbestedende overheid: geeft u geen aanvangsbevel zolang u nog twijfelt over de regelmatigheid van uw gunningsbeslissing, en weet u dat artikel 85 daarna gesloten is? En reageert u tijdig op een mededeling van de auditeur die de vernietiging voorstelt, of laat u de zaak bij verstek beslechten?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →