Zinnik trekt de aanstelling van zijn gerechtsdeurwaarder in zes dagen voor de zitting: de vordering van Unilex is onontvankelijk, maar de stad betaalt
Unilex vorderde bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de gunning door de stad Zinnik van een opdracht voor de invordering van gemeentelijke schuldvorderingen aan de Étude AKERO’IA; omdat de stad die gunning op 10 september 2026 met terugwerkende kracht introk, kon Unilex niet meer benadeeld zijn en verklaart de Raad van State de vordering onontvankelijk — maar de stad draagt alle kosten, inclusief 770 euro rechtsplegingsvergoeding.
Wat gebeurde er?
Het college van burgemeester en schepenen van de stad Zinnik (Soignies) gunde op 30 juli 2026 een overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp de ‘aanstelling van een gerechtsdeurwaarder voor de invordering van de aan de stad Zinnik verschuldigde bedragen’ (bestek nr. 2025/3P/1742) aan de Étude AKERO’IA. De bv Unilex, die ook een offerte had ingediend, vorderde op 1 september 2026 de schorsing van die beslissing volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Bij beschikking van 2 september 2026 werd de zaak vastgesteld op de zitting van 16 september 2026. Zover kwam het inhoudelijk niet: op 10 september 2026 trok de stad de bestreden gunningsbeslissing in. De eerste auditeur vroeg Unilex daarop of haar vordering nog voldeed aan de voorwaarden van artikel 15 van de wet van 17 juni 2013, dat verwijst naar artikel 14: een beroep staat open voor wie belang heeft of had bij het verkrijgen van de opdracht én door de aangevoerde schending benadeeld werd of dreigde te worden. Ter zitting gedroeg Unilex zich naar de wijsheid van de Raad. De voorzitster van de VIe kamer, zetelend in kort geding, oordeelde dat de intrekking terugwerkt tot de datum waarop de gunningsbeslissing werd genomen. Daardoor hebben de aangevoerde schendingen — als ze al bestonden — Unilex niet benadeeld en dreigden ze dat ook niet te doen. Eén van de twee ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 14 is dus niet vervuld, en de vordering werd onontvankelijk verklaard en verworpen. De Raad hield de offerte die Unilex vertrouwelijk had neergelegd (stuk A), bij gebrek aan betwisting, in dit stadium vertrouwelijk. Over de kosten was het arrest kort: ‘wegens de intrekking van de bestreden akte’ kreeg Unilex de gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, en om dezelfde reden droeg de stad ook het rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 26 euro. De onmiddellijke uitvoering van het arrest werd bevolen.
Waarom doet dit ertoe?
Wanneer een aanbesteder een betwiste gunning intrekt, eindigt een procedure doorgaans met de vaststelling dat het beroep ‘zonder voorwerp’ is geworden. Dit arrest volgt een andere juridische weg naar hetzelfde praktische resultaat. De Raad kijkt naar de ontvankelijkheidsvoorwaarde van de wet van 17 juni 2013: de verzoeker moet benadeeld zijn of dreigen te worden. Omdat de intrekking terugwerkt, is er nooit een gunning geweest die Unilex kon benadelen, en is de schorsingsvordering dus onontvankelijk. Formeel staat er ‘verworpen’ in het dictum, maar dat is geen nederlaag voor de inschrijver: de Raad koppelt de kosten uitdrukkelijk aan de intrekking en legt ze volledig bij de stad. Voor inschrijvers is dat de kern: een onontvankelijkheid die door het eigen optreden van de aanbesteder wordt veroorzaakt, kost u uw rechtsplegingsvergoeding niet. Voor aanbesteders is het een duidelijk signaal dat een snelle intrekking vlak voor de zitting de procedure beëindigt, maar de rekening niet doet verdwijnen. Opvallend is ook de timing: de vordering werd op 1 september ingediend en de intrekking volgde nog vóór de zitting van 16 september — de UDN-procedure dwingt aanbesteders tot een snelle zelfevaluatie van hun gunning.
De les
Voor inschrijvers: vraagt de auditeur na een intrekking naar uw standpunt, dan kunt u zich naar de wijsheid van de Raad gedragen zonder iets te verliezen — maar vorder uitdrukkelijk uw rechtsplegingsvergoeding, zoals Unilex deed. Leg uw offerte vertrouwelijk neer als u ze in het dossier voegt; de Raad respecteert dat zolang het niet wordt betwist. En volg op wat de aanbesteder na de intrekking doet: een nieuwe gunningsbeslissing is een nieuwe akte, met een nieuwe beroepstermijn. Voor aanbesteders: een betwiste gunning intrekken is een legitieme manier om een fout recht te zetten en een inhoudelijk arrest te vermijden. Maar wie dat doet nadat een inschrijver al naar de Raad van State is gestapt, draagt het rolrecht, de bijdrage en de rechtsplegingsvergoeding. Wie twijfelt aan de wettigheid van een gunning, doet er dus goed aan dat vóór het verstrijken van de wachttermijn te onderzoeken, niet pas na de dagvaarding.
Te onthouden
- De intrekking van een gunningsbeslissing werkt terug tot de datum waarop die beslissing werd genomen.
- Daardoor kan de verzoeker door de aangevoerde schendingen niet benadeeld zijn of dreigen te worden: de voorwaarde van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 is niet vervuld en de UDN-vordering is onontvankelijk (art. 15).
- Het dictum luidt ‘verworpen’, maar de kosten volgen de intrekking: de stad Zinnik betaalt het rolrecht van 200 euro, de bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.
- De verzoeker gedroeg zich ter zitting naar de wijsheid van de Raad; dat stond de toekenning van de rechtsplegingsvergoeding niet in de weg.
- De vertrouwelijk neergelegde offerte bleef, bij gebrek aan betwisting, vertrouwelijk.
Waarop letten
- Het onderscheid tussen ‘zonder voorwerp’ en ‘onontvankelijk wegens gebrek aan benadeling’ — beide routes leiden na een intrekking tot het einde van de procedure.
- De expliciete vordering van de rechtsplegingsvergoeding in uw procedurestukken of ter zitting.
- Een eventuele nieuwe gunningsbeslissing na de intrekking.
- De kostenlast voor de aanbesteder die pas na het inleiden van de procedure intrekt.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: heb ik na een intrekking uitdrukkelijk mijn rechtsplegingsvergoeding en de kosten gevorderd? Weet ik dat een onontvankelijkheid die volgt uit de intrekking door de aanbesteder mijn aanspraak op de kosten niet aantast? Volg ik op of de aanbesteder na de intrekking een nieuwe gunningsbeslissing neemt, waartegen ik opnieuw kan opkomen? Heb ik mijn offerte als vertrouwelijk stuk neergelegd? Als aanbesteder: heb ik de wettigheid van mijn gunning getoetst vóór er een UDN-procedure werd ingeleid, en weet ik dat een latere intrekking mij de kosten oplevert?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →