Na de verloren UDN-ronde bleef het stil: bouwcombinatie CEI-De Meyer-CFE geacht afstand te doen in de zaak-Jan Palfijn
De tijdelijke handelsvennootschap van CEI-De Meyer en CFE, die niet als voorkeursbieder was weerhouden voor het bouwproject van het AZ Jan Palfijn Gent (waar Cordeel Zetel Temse de voorkeur kreeg), vroeg na de verwerping van haar UDN-vordering niet binnen dertig dagen de voortzetting van het annulatieberoep, zodat de Raad van State het wettelijke vermoeden van afstand van geding vaststelde — zonder ooit over de shortlist of de voorkeursbieder ten gronde te oordelen.
Wat gebeurde er?
Het AZ Jan Palfijn Gent organiseerde voor zijn bouwproject een procedure waarbij drie inschrijvers op een shortlist werden uitgenodigd om een BAFO (best and final offer) in te dienen. Bij beslissing van 21 december 2011 kwamen onder meer Besix en Cordeel Zetel Temse NV op die shortlist; bij beslissing van 27 maart 2012 duidde het ziekenhuis Cordeel aan als voorkeursbieder en werd de inschrijving van de THV CEI-De Meyer-CFE (MBG) niet weerhouden. De bouwcombinatie bestreed beide beslissingen: eerst met een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die de Raad van State bij arrest nr. 219.519 van 29 mei 2012 verwierp, daarnaast met een annulatieberoep van 25 mei 2012. Na de kennisgeving van het schorsingsarrest op 30 mei 2012 had de THV dertig dagen om een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in te dienen (artikel 17, § 4ter van de gecoördineerde wetten). Dat verzoek kwam er niet, ook niet na de uitdrukkelijke kennisgeving van de griffie op 20 juli 2012, en niemand vroeg om gehoord te worden. De Raad kon dan enkel het vermoeden van afstand van geding vaststellen. Over de samenstelling van de shortlist of de keuze van de voorkeursbieder is nooit ten gronde geoordeeld.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest illustreert de tweede grote valkuil in het aanbestedingscontentieux na een verloren kort geding (naast de memorie-termijnen): wie zijn UDN-vordering verworpen ziet, moet binnen dertig dagen na de kennisgeving van dat arrest uitdrukkelijk de voortzetting van de annulatieprocedure vragen — anders wordt hij geacht afstand te doen van het hele geding. In de praktijk is dat vaak een bewuste keuze: grote aannemers zoals CEI-De Meyer en CFE wegen na een verloren schorsingsronde de slaagkansen en de relatiekost van doorprocederen af, en laten de zaak dan stilzwijgend uitdoven. Het mechanisme van artikel 17, § 4ter geeft die stilte een formeel einde. Voor wie wél wil doorzetten, is de les scherp: de termijn is kort, loopt automatisch en wordt niet gestuit door onderhandelingen achter de schermen.
De les
Voor inschrijvers: beslis meteen na een verloren UDN-arrest of u de annulatieprocedure wil voortzetten, en dien het verzoek tot voortzetting binnen de dertig dagen in — een informele intentie volstaat niet. Wilt u de zaak laten rusten, dan is niets doen een geldige exit, maar besef dat het geding daarmee definitief eindigt. Voor aanbesteders: na een gewonnen UDN-ronde loont het de termijn van dertig dagen te bewaken; blijft een verzoek tot voortzetting uit, dan is het contentieux stilzwijgend afgesloten en kan het project met zekerheid doorgaan.
Te onthouden
- Na een verworpen UDN-vordering geldt een vermoeden van afstand van geding als niet binnen dertig dagen na de kennisgeving van het arrest een verzoek tot voortzetting wordt ingediend (art. 17, § 4ter gecoördineerde wetten).
- De griffie stuurt een kennisgeving (art. 15ter, § 1 KB 5 december 1991), maar het initiatief ligt volledig bij de verzoekende partij.
- De Raad stelde de afstand vast zonder ooit over de shortlist (met Besix en Cordeel) of de aanduiding van Cordeel als voorkeursbieder te oordelen.
- Ook procedures met BAFO en voorkeursbieder — hier voor een ziekenhuisproject — volgen het gewone contentieuze spoor bij de Raad van State.
Waarop letten
- De termijn van dertig dagen loopt vanaf de kennisgeving van het verwerpingsarrest, niet vanaf de uitspraak.
- Stilzitten na een verloren kort geding is soms strategie, soms slordigheid — maak er een bewuste beslissing van.
- Vergelijk met arrest nr. 220.659 van dezelfde dag: ook het missen van de memorie-termijn doet een lopend beroep sneuvelen.
Stel jezelf de vraag
Weet u dat na de verwerping van een schorsingsvordering de annulatieprocedure enkel voortleeft als u binnen dertig dagen na de kennisgeving uitdrukkelijk de voortzetting vraagt? Is die beslissing — doorzetten of laten uitdoven — bij u een bewuste, gedocumenteerde keuze en geen vergetelheid? En volgt u als aanbesteder die termijn op om te weten wanneer u definitief mag contracteren?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →