Verwerping Franstalig college

Een tijdelijke handelsvennootschap struikelt over haar eigen statuten: zonder geldige beslissing van elk lid is de UDN-schorsing onontvankelijk

Arrest nr. 226860 · 21 maart 2014 · XVe kamer

De tijdelijke handelsvennootschap BPC-CFE-CIT Blaton vocht bij uiterst dringende noodzakelijkheid de gunning aan van perceel 3 (buitenschrijnwerk) van de renovatie van het Val Benoît te Luik, maar de Raad van State verklaarde de vordering onontvankelijk omdat de beslissing van CFE om in rechte te treden was genomen door de gedelegeerd bestuurder en een personeelslid zonder bestuurdershoedanigheid — terwijl de statuten twee gezamenlijk optredende bestuurders vereisen en een rechtsvordering geen daad van dagelijks bestuur is.

Wat gebeurde er?

De CVBA SPI (Services Promotion Initiatives en province de Liège) schreef een overheidsopdracht voor werken uit voor de renovatie van het gebouw ‘génie civil’ op de site Val Benoît te Luik, verdeeld in zes percelen. Perceel 3 betrof het buitenschrijnwerk en werd via een open offerteaanvraag geplaatst. Een eerste procedure (bestek nr. 2013-328) leverde geen regelmatige offerte op: op 18 oktober 2013 besliste het uitvoerend bureau van SPI om perceel 3 niet te gunnen en de procedure over te doen. Datzelfde jaar keurde de directrice-generaal het nieuwe bestek nr. 2013-447 goed, met een geraamd bedrag van 6.766.726 euro excl. btw, en koos zij opnieuw voor de open offerteaanvraag met Europese bekendmaking. Op 29 november 2013 werden drie offertes geopend, van de verzoekende tijdelijke handelsvennootschap, van de THV Francovera-Arcers en van de THV Groven+Portal-Gaspard-Vorsselmans-Groven+. Het rapport van onderzoek, opgesteld door de tijdelijke vereniging Baumans Deffet / Architecture Alain Dirix / Bureau d’études Lemaire, kende 88 punten toe aan Groven+Portal-Gaspard-Vorsselmans-Groven+ en 80 punten aan de verzoekster. Op 31 januari 2014 weerde het uitvoerend bureau van SPI, conform dat rapport, de offerte van Francovera-Arcers als onregelmatig — wegens niet-naleving van het KB van 25 januari 2001 over de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen — en gunde het de opdracht aan Groven+Portal-Gaspard-Vorsselmans-Groven+ voor 5.493.805,19 euro excl. btw. Tegen die gunningsbeslissing stelde de THV BPC-CFE-CIT Blaton een schorsingsvordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. SPI betwistte de ontvankelijkheid: de beslissing om namens de NV CFE beroep in te stellen was genomen door Renaud Bentegeat, gedelegeerd bestuurder, en Jacques Ninanne, financieel en administratief directeur, terwijl artikel 19 van de statuten van CFE bepaalt dat de vennootschap in rechte wordt vertegenwoordigd door twee bestuurders die samen optreden. De Raad van State bevestigde eerst dat sinds 3 februari 2014 het nieuwe artikel 19, zesde lid, van de gecoördineerde wetten geldt: behoudens tegenbewijs wordt de advocaat vermoed te zijn gemandateerd door de bekwame persoon die hij beweert te vertegenwoordigen. De wetgever wilde de verzoekers zo vrijstellen van het bewijs van de beslissingen om beroep in te stellen, zonder evenwel de mogelijkheid van betwisting en tegenbewijs uit te sluiten. In dit dossier waren de beslissingen om te handelen nu net bij het verzoekschrift gevoegd, zoals artikel 3, 4°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 toen nog vereiste (de wijziging op dat punt trad pas op 1 maart 2014 in werking), zodat SPI die stukken mocht aanwenden als tegenbewijs. De Raad herinnerde er vervolgens aan dat enkel de tijdelijke handelsvennootschap belang had bij de vernietiging, en dat het beroep van zo’n vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid maar ontvankelijk is als elk van de leden regelmatig en gelijktijdig heeft beslist om in rechte te treden. De statuten van CFE wijzen geen orgaan aan dat bevoegd is om te beslissen in rechte op te treden, maar bepalen dat de vennootschap wordt vertegenwoordigd door twee samen optredende bestuurders, of binnen de grenzen van het dagelijks bestuur door de daartoe aangestelde persoon, of nog door bijzondere lasthebbers binnen de grenzen van hun mandaat. Hier was de beslissing genomen door de gedelegeerd bestuurder en een personeelslid dat geen bestuurder was; het instellen van een rechtsvordering, zeker voor de Raad van State, valt niet binnen de wettelijke grenzen van het dagelijks bestuur, en er was geen bijzonder mandaat voorgelegd. De beslissing om beroep in te stellen was dus niet geldig genomen door een van de leden van de uit de opdracht geweerde tijdelijke handelsvennootschap, zodat de schorsingsvordering onontvankelijk was. De Raad verwierp de vordering en legde de kosten van 525 euro ten laste van de verzoekende partijen, ten belope van 175 euro elk.

Waarom doet dit ertoe?

Aannemers bundelen hun krachten graag in een tijdelijke handelsvennootschap om grote werken binnen te halen, maar zo’n constructie heeft geen rechtspersoonlijkheid, en dat heeft gevolgen tot in de rechtszaal. Dit arrest toont waarom een gezamenlijke inschrijving een gezamenlijke — en vennootschapsrechtelijk correcte — beslissing om te procederen vergt van elk afzonderlijk lid. Eén zwakke schakel volstaat: als bij één van de partners de beslissing om beroep in te stellen niet is genomen door het bevoegde orgaan zoals de statuten dat voorschrijven, is de hele schorsingsvordering onontvankelijk, hoe sterk de grond ten gronde ook mag zijn. Het arrest verduidelijkt bovendien twee zaken die vaak door elkaar lopen. Ten eerste: het vermoeden dat de advocaat behoorlijk gemandateerd is, ontslaat verzoekers van het spontane bewijs, maar het is weerlegbaar — en wie zelf zijn beslissingen om te handelen bij het verzoekschrift voegt, levert de tegenpartij het materiaal om net dat vermoeden onderuit te halen. Ten tweede: het instellen van een rechtsvordering is geen daad van dagelijks bestuur, zodat een gedelegeerd bestuurder of een directeur die niet over een bijzonder mandaat beschikt, de vennootschap daarvoor niet geldig verbindt.

De les

Dient u een offerte in als tijdelijke handelsvennootschap, zorg dan dat elk lid afzonderlijk, via zijn statutair bevoegde orgaan, geldig en tijdig beslist om in rechte te treden vooraleer u een schorsings- of annulatieberoep instelt. Controleer per partner de statuten: volstaat de handtekening van de gedelegeerd bestuurder, of zijn twee samen optredende bestuurders vereist? Reken er niet op dat het vermoeden dat de advocaat gemandateerd is, alles opvangt — dat vermoeden is weerlegbaar, en als u uw beslissingen om te handelen vrijwillig bijvoegt, kan de aanbesteder ze tegen u gebruiken. Onthoud dat het voeren van een geding geen daad van dagelijks bestuur is; is er twijfel, verleen dan een uitdrukkelijk bijzonder mandaat. Bent u aanbesteder en wordt u aangevochten door een tijdelijke handelsvennootschap, ga dan na of de beslissing om in rechte te treden bij elk lid regelmatig tot stand kwam: het is een reële en soms beslissende ontvankelijkheidshefboom.

Te onthouden

  • Een tijdelijke handelsvennootschap heeft geen rechtspersoonlijkheid; haar beroep is maar ontvankelijk als elk lid regelmatig en gelijktijdig heeft beslist om in rechte te treden.
  • Het instellen van een rechtsvordering, zeker voor de Raad van State, valt niet binnen het dagelijks bestuur; daarvoor is de statutair vereiste vertegenwoordiging of een bijzonder mandaat nodig.
  • Het vermoeden van artikel 19, zesde lid, van de gecoördineerde wetten (advocaat vermoed gemandateerd) is weerlegbaar; wie zijn beslissingen om te handelen bijvoegt, levert mogelijk zelf het tegenbewijs.
  • Bij CFE was de beslissing genomen door de gedelegeerd bestuurder en een niet-bestuurder, terwijl de statuten twee gezamenlijk optredende bestuurders vereisen — vandaar de onontvankelijkheid.
  • De opdracht (perceel 3, buitenschrijnwerk, Val Benoît) werd gegund aan Groven+Portal-Gaspard-Vorsselmans-Groven+ voor 5.493.805,19 euro excl. btw; de kosten van 525 euro werden onder de drie verzoeksters verdeeld (175 euro elk).

Waarop letten

  • De statutaire vertegenwoordigingsregels van elk afzonderlijk lid van de tijdelijke handelsvennootschap.
  • Het onderscheid tussen dagelijks bestuur en het instellen van een geding, dat daar niet onder valt.
  • Het weerlegbare karakter van het vermoeden dat de advocaat gemandateerd is, en het risico dat vrijwillig bijgevoegde stukken als tegenbewijs dienen.
  • Het tijdstip waarop elk lid zijn beslissing om te handelen neemt: regelmatig én gelijktijdig, vóór het instellen van het beroep.

Stel jezelf de vraag

Heeft elk lid van uw tijdelijke handelsvennootschap, via zijn statutair bevoegde orgaan, geldig en gelijktijdig beslist om het beroep in te stellen? Weet u dat het beroep van een tijdelijke handelsvennootschap zonder rechtspersoonlijkheid maar ontvankelijk is als aan die voorwaarde voor elk lid is voldaan? Beseft u dat het instellen van een rechtsvordering geen daad van dagelijks bestuur is, zodat een gedelegeerd bestuurder of directeur zonder bijzonder mandaat de vennootschap daarvoor niet verbindt? En weet u dat het vermoeden dat de advocaat behoorlijk gemandateerd is weerlegbaar is, en dat de stukken die u zelf bijvoegt tegen u kunnen worden aangewend?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →