zonder_voorwerp Franstalig college

Wachthuisjes voor de MIVB: JCDecaux verliest de UDN-schorsing, zet de annulatie door — en wint alsnog de kosten wanneer de MIVB de gunning zestien maanden later stilletjes intrekt

Arrest nr. 255091 · 23 november 2022 · VIe kamer (voorzitter)

JCDecaux vocht in juli 2019 de gunning door de MIVB van een raamovereenkomst voor wachthuisjes aan een concurrent aan; de UDN-schorsing werd op 18 juli 2019 verworpen, maar JCDecaux zette de annulatieprocedure voort, en toen bleek dat de MIVB de gunning al op 27 oktober 2020 had ingetrokken — wat zij de Raad pas op 17 februari 2022 meedeelde — stelde de Raad van State vast dat het beroep zonder voorwerp was, beschouwde hij de intrekking als definitief ondanks het ontbreken van betekeningsbrieven, en legde hij de kosten en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro bij de MIVB.

Wat gebeurde er?

De MIVB gunde een raamovereenkomst voor de levering van wachthuisjes aan een andere inschrijver dan de NV JCDecaux Street Fourniture Belgium. JCDecaux, die de datum van de gunningsbeslissing niet kende, stelde op 16 juli 2019 een annulatieberoep in en vroeg tegelijk de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Die schorsingsvordering werd bij arrest nr. 245.204 van 18 juli 2019 verworpen. JCDecaux gaf niet op en diende op 5 augustus 2019 een verzoek tot voortzetting van de procedure in; de memories van antwoord en wederantwoord werden uitgewisseld. Pas bij brief van 17 februari 2022 bezorgde de MIVB de Raad een beslissing van 27 oktober 2020 waarbij zij de bestreden gunning had ingetrokken — bijna zestien maanden na de intrekking zelf. De betekeningsbrieven van die intrekking legde de MIVB niet voor. De Raad oordeelde dat, gelet op de bijzondere omstandigheden, de tijd die sinds de intrekking was verstreken en het ontbreken van enig beroep ertegen, de intrekking als definitief kon worden beschouwd, zodat het beroep zijn voorwerp had verloren. De zaak werd zonder zitting afgehandeld op basis van het verslag van auditeur Muriel Vanderhelst; geen partij vroeg een terechtzitting. Over de kosten paste de Raad zijn vaste regel toe: het verdwijnen van de bestreden akte door intrekking is een verkapte vernietiging, zodat de MIVB als de in het ongelijk gestelde partij geldt in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten. JCDecaux kreeg de gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro; de rolrechten van 400 euro en de bijdragen van 40 euro kwamen ten laste van de MIVB. Het dictum vermeldt daarnaast dat ‘de door arrest nr. 245.204 bevolen schorsing wordt opgeheven’, hoewel dat arrest de schorsing volgens het procedureverloop juist had verworpen — een onnauwkeurigheid zonder praktisch gevolg.

Waarom doet dit ertoe?

Twee dingen maken dit arrest het lezen waard. Ten eerste de volgorde van de gebeurtenissen: de UDN-schorsing mislukte, maar JCDecaux zette de annulatieprocedure voort — en dat bleek de juiste keuze. Een verworpen schorsing zegt enkel dat er prima facie geen ernstig middel of geen spoed was; de annulatie loopt door, en hier heeft de MIVB de gunning uiteindelijk zelf ingetrokken. Wie na een verloren UDN afhaakt, had in dit dossier de kosten en de vergoeding gemist. Ten tweede de manier waarop de Raad omgaat met een intrekking waarvan de betekening niet is bewezen. Normaal wordt de intrekking pas definitief wanneer ze aan de inschrijvers is betekend en niemand ze binnen de termijn aanvecht; de aanbesteder toont dat aan met zijn betekeningsbrieven. De MIVB legde die niet voor, maar de Raad achtte het tijdsverloop — meer dan twee jaar tussen de intrekking en het arrest — en het ontbreken van beroepen voldoende. Dat is pragmatisch, maar het is een oplossing voor de ‘bijzondere omstandigheden van de zaak’, geen vrijgeleide: een aanbesteder die zijn intrekking niet betekent en niet documenteert, neemt een risico. Opvallend is ten slotte dat de MIVB de intrekking van oktober 2020 pas in februari 2022 aan de Raad meedeelde, terwijl de memories intussen werden uitgewisseld. Dat verandert niets aan de uitkomst, maar het toont hoe lang een procedure kan doorlopen over een beslissing die al niet meer bestaat.

De les

Voor inschrijvers: beschouw een verworpen UDN-schorsing niet als het einde. Dien tijdig uw verzoek tot voortzetting in en volg de annulatie op; als de aanbesteder de gunning intussen intrekt, bent u de in het gelijk gestelde partij en recupereert u uw kosten en rechtsplegingsvergoeding. Vraag de aanbesteder ook uitdrukkelijk of de bestreden beslissing nog bestaat — hier wist de Raad zestien maanden lang niet dat de gunning was ingetrokken. Voor aanbesteders: trekt u een gunning in terwijl er een beroep hangt, meld dat dan onmiddellijk aan de Raad en aan alle inschrijvers, met bewijs van betekening. De Raad heeft de MIVB hier het voordeel van de twijfel gegeven, maar zonder betekeningsbrieven blijft het definitieve karakter van uw intrekking een discussiepunt, en de kosten van de procedure draagt u hoe dan ook.

Te onthouden

  • Een verworpen UDN-schorsing (arrest nr. 245.204 van 18 juli 2019) belet niet dat de annulatieprocedure wordt voortgezet en dat de inschrijver later als in het gelijk gestelde partij geldt.
  • De intrekking van de gunning (27 oktober 2020) is een verkapte vernietiging; de MIVB draagt de rolrechten (400 euro), de bijdragen (40 euro) en de rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
  • Zonder voorgelegde betekeningsbrieven achtte de Raad de intrekking toch definitief, gelet op de bijzondere omstandigheden, het tijdsverloop en het ontbreken van beroepen.
  • De MIVB deelde de intrekking pas op 17 februari 2022 aan de Raad mee, bijna zestien maanden na de beslissing.
  • Het dictum heft een ‘bevolen schorsing’ op die volgens het procedureverloop nooit was bevolen — een onnauwkeurigheid zonder gevolg.

Waarop letten

  • Het bewijs van betekening van de intrekking blijft in de regel nodig om ze definitief te maken; het arrest is op dat punt een pragmatische uitzondering.
  • De begunstigde inschrijver wordt niet genoemd en kwam niet tussen.
  • Zelfde dag, zelfde voorzitter: arresten nrs. 255.092 en 255.093 passen dezelfde kostenregel toe.

Stel jezelf de vraag

Zet u na een verloren UDN-schorsing de annulatieprocedure voort, of laat u de zaak vallen? Weet u dat een intrekking tijdens de annulatieprocedure u — ook na een verworpen schorsing — recht geeft op de rechtsplegingsvergoeding? Als aanbesteder: kunt u voor elke intrekking de betekening aan alle inschrijvers documenteren, en meldt u een intrekking meteen aan de Raad wanneer er een beroep hangt?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →