opheffing_schorsing Nederlandstalig college

Kerk van Oudenaken: de gemeente trok de geschorste gunning in, de architect diende geen annulatieberoep in — de Raad heft de schorsing op en laat de gemeente betalen

Arrest nr. 255135 · 29 november 2022 · XIIe kamer

Nadat de Raad van State op 14 april 2022 de gunning van de projectstudie voor de Sint-Pieter in Bandenkerk in Oudenaken aan Architectuur Depot bij uiterst dringende noodzakelijkheid had geschorst, trok de gemeente Sint-Pieters-Leeuw die beslissing op 4 mei 2022 in; omdat Urbain Architectencollectief daarna geen beroep tot nietigverklaring instelde, moest de Raad de schorsing krachtens artikel 17, § 4, derde lid opheffen — maar door de intrekking bleef de gemeente de verliezende partij en betaalde zij rolrecht, bijdrage en 700 euro rechtsplegingsvergoeding.

Wat gebeurde er?

Het college van burgemeester en schepenen van Sint-Pieters-Leeuw gunde op 28 februari 2022 de overheidsopdracht ‘Sint-Pieters-Leeuw – Sint-Pieter in Bandenkerk Oudenaken – Projectstudie’ aan de cvba Architectuur Depot, die in tijdelijke maatschap met de bvba MAP – Depot had ingeschreven. De bv Urbain Architectencollectief, wier offerte niet werd gekozen, vorderde op 23 maart 2022 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en kreeg gelijk: bij arrest nr. 253.513 van 14 april 2022 schorste de Raad van State de tenuitvoerlegging van het gunningsbesluit. Drie weken later, op 4 mei 2022, trok het college de bestreden beslissing in. Urbain Architectencollectief diende evenwel geen verzoekschrift tot nietigverklaring in. Op 12 september 2022 stelde de voorzitter van de XIIe kamer aan de partijen voor de zaak zonder openbare terechtzitting te behandelen; niemand vroeg er een, en de zaak werd op 22 november 2022 in beraad genomen. De gemeente had intussen, met een brief van 22 september 2022, de intrekking gemeld. De Raad stelde vast dat hij bij gebrek aan een annulatieberoep krachtens artikel 17, § 4, derde lid van de gecoördineerde wetten verplicht is de uitgesproken schorsing op te heffen, en deed dat. Voor de kosten woog de intrekking echter zwaarder dan de opheffing: omdat de gemeente haar beslissing zelf had ingetrokken, werden het rolrecht van 200 euro, de bijdrage van 22 euro en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten laste van de gemeente gelegd. De tussenkomende partijen droegen elk de helft van het rolrecht van 300 euro voor hun tussenkomst. Op dezelfde dag wees kamervoorzitter Paul Lemmens twee zusterarresten met hetzelfde stramien: nr. 255.136 (gemeente Bonheiden, debiteurenbeheer via gerechtsdeurwaarder) en nr. 255.134 (Vlaams Gewest, structureel onderhoud E403).

Waarom doet dit ertoe?

Een UDN-schorsing is een voorlopige maatregel. De wet koppelt haar voortbestaan aan een vervolg: wie de schorsing verkrijgt, moet binnen de termijn ook de nietigverklaring vorderen, anders heft de Raad de schorsing ambtshalve op. Dat is geen sanctie maar een automatisme, en het arrest van Oudenaken toont hoe het in de praktijk loopt wanneer de aanbesteder tussentijds zelf zijn beslissing intrekt. De verzoekende partij had dan geen belang meer bij een annulatieberoep — de bestreden gunning bestond niet meer — en liet het na. De opheffing die daarop volgt, klinkt als een nederlaag maar is er geen: de gunning was al van de baan, en de kostenregeling bevestigt wie in het ongelijk is gesteld. De gemeente betaalde het rolrecht, de bijdrage én de rechtsplegingsvergoeding. Wat het arrest interessant maakt, is precies dat samenspel: het dictum zegt ‘opheffing’, de kostenveroordeling zegt ‘de gemeente verloor’. Voor inschrijvers is het een geruststelling met een voorbehoud. De geruststelling: een intrekking na een gewonnen UDN levert het praktische resultaat én de kosten op, ook zonder annulatieberoep. Het voorbehoud: die uitkomst hangt af van de intrekking. Trekt de aanbesteder niét in en volgt er geen annulatieberoep, dan herleeft de gunning na de opheffing gewoon — en dan is de gewonnen UDN weggegooid werk. De drie arresten van 29 november 2022 illustreren bovendien hoe de Raad zulke dossiers afwerkt: via de kortedebattenprocedure, zonder zitting, maanden na de intrekking, in een arrest van vier bladzijden.

De les

Voor inschrijvers: beschouw een gewonnen UDN nooit als eindpunt. Noteer meteen de termijn voor het beroep tot nietigverklaring en beslis bewust of u het instelt. Trekt de aanbesteder zijn gunning in, dan mag u het annulatieberoep laten — de intrekking geeft u het resultaat en de Raad legt de kosten bij de aanbesteder, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding die u uitdrukkelijk moet vragen (hier 700 euro). Trekt hij níét in, dan is het annulatieberoep de enige manier om te verhinderen dat de schorsing wordt opgeheven en de gunning herleeft. Controleer ook of de intrekking formeel is genomen en meegedeeld; een aankondiging in een brief volstaat niet. Voor aanbesteders: een geschorste gunning intrekken is een correcte, snelle uitweg, maar geen kosteloze — u draagt rolrecht, bijdrage en rechtsplegingsvergoeding. Meld de intrekking spontaan aan de Raad, zodat de zaak zonder zitting kan worden afgewerkt, en start de herplaatsing van de opdracht niet vooraleer de intrekking definitief is.

Te onthouden

  • Wie na een UDN-schorsing geen beroep tot nietigverklaring instelt, ziet de schorsing verplicht opgeheven (art. 17, § 4, derde lid gecoördineerde wetten) — de Raad heeft daarin geen beoordelingsruimte.
  • Heeft de aanbesteder de geschorste beslissing intussen ingetrokken, dan wordt hij ondanks de opheffing als verliezende partij in de kosten verwezen: hier rolrecht 200 euro, bijdrage 22 euro en rechtsplegingsvergoeding 700 euro.
  • De tussenkomende partijen dragen enkel het rolrecht van hun eigen tussenkomst (300 euro, elk voor de helft).
  • De zaak werd afgehandeld via de kortedebattenprocedure zonder terechtzitting (art. 26, § 2 Regentsbesluit), zeven maanden na de intrekking.
  • Op 29 november 2022 wees dezelfde kamervoorzitter drie arresten met dit stramien (nrs. 255.134, 255.135 en 255.136).

Waarop letten

  • De termijn voor het annulatieberoep na een UDN-arrest — en de bewuste keuze om die te laten lopen wanneer de aanbesteder heeft ingetrokken.
  • Het verschil tussen het dictum (opheffing van de schorsing) en de kostenveroordeling (aanbesteder betaalt): wie de zaak enkel op de uitkomst leest, mist de helft.
  • De noodzaak om de rechtsplegingsvergoeding te vorderen; de Raad kent toe wat ‘door de verzoekende partij gevraagd’ is.
  • Het risico wanneer de aanbesteder niet intrekt en er geen annulatieberoep volgt: de gunning herleeft.

Stel jezelf de vraag

Hebt u na een gewonnen UDN-schorsing de termijn voor het beroep tot nietigverklaring genoteerd en een bewuste beslissing genomen om het al dan niet in te stellen? Weet u dat de schorsing zonder dat beroep verplicht wordt opgeheven, en dat de gunning dan herleeft als de aanbesteder niet heeft ingetrokken? Hebt u in uw UDN-verzoekschrift de rechtsplegingsvergoeding uitdrukkelijk gevorderd, zodat ze u na een intrekking kan worden toegekend? Als aanbesteder: beseft u dat u na intrekking van een geschorste gunning de kosten en de rechtsplegingsvergoeding draagt, ook al eindigt de zaak formeel met een opheffing van de schorsing? En hebt u de intrekking formeel beslist en aan alle inschrijvers en aan de Raad gemeld?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →