Verwerping Nederlandstalig college

Vordering tot schorsing bij UDN van Waterways Assistance tegen gunning ADN-expertise-raamovereenkomst aan G.V. verworpen — beoordelingselementen binnen gunningscriterium kwaliteit van de expert zijn geen subgunningscriteria — intern beoordelingsdocument met weging heeft geen betrekking op bestreden beslissing — nadruk op certificaatvernieuwing bij extra ervaring niet onredelijk — ervaring na opening offertes niet meegenomen — gebruik case study als intern werkdocument bewijst niet dat uitwerking beter was

Arrest nr. 258671 · 31 januari 2024 · XIIe kamer

De Raad van State verwierp de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de BV Waterways Assistance tegen de gunningsbeslissing van De Vlaamse Waterweg voor perceel 2 (ADN-expertise) van een raamovereenkomst in cascadevorm, oordelend dat de beoordelingselementen vereiste ervaring, extra ervaring en uitwerken van een case geen subgunningscriteria met eigen weging waren maar onderdeel van een globale beoordeling, dat een intern beoordelingsdocument met afzonderlijke wegingen geen betrekking had op de bestreden beslissing, dat de nadruk op certificaatvernieuwing bij de beoordeling van extra ervaring niet onredelijk was in het licht van de snel veranderende ADN-wetgeving, en dat het loutere gebruik van de case study als intern werkdocument niet aantoonde dat de uitwerking beter was dan die van de eerst gerangschikte.

Wat gebeurde er?

De NV De Vlaamse Waterweg schreef via openbare procedure een overheidsopdracht voor diensten uit voor het sluiten van een raamovereenkomst voor het inhuren van experten ter ondersteuning van de uitvoering van bevoegdheden inzake ADN (het Europees verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren). De opdracht was opgesplitst in vier percelen; te dezen ging het om perceel 2 'expertise inzake ADN'. De raamovereenkomst werd gesloten met maximum vier opdrachtnemers per perceel, die in cascadevorm zouden worden uitgenodigd om bestellingen uit te voeren. De gunningscriteria waren het offertebedrag (maximum 50 punten) en de kwaliteit van de expert (maximum 50 punten). Dit tweede criterium werd beoordeeld aan de hand van het opleidingsniveau, de relevante kennis en ervaring, de mate van vertegenwoordiging van de kennisdomeinen, en voor perceel 2 ook het uitwerken van een case (maximaal 5 A4-bladzijden). Vier inschrijvers dienden een offerte in bij de opening op 12 december 2022. Een eerste gunningsbeslissing van 12 juli 2023 werd geschorst door de Raad van State bij arrest nr. 257.188 op vordering van de derde gerangschikte en vervolgens ingetrokken op 17 november 2023. Na een nieuw onderzoek van de offertes (gunningsverslag 6 december 2023) gunde de gedelegeerd bestuurder op 8 december 2023 de opdracht opnieuw in dezelfde rangorde: G.V. als eerste (86,74/100, waarvan 50/50 voor kwaliteit), Waterways Assistance als tweede (83,41/100, waarvan 45/50 voor kwaliteit) en bv P. als derde (75/100). Het verschil van vijf punten bij het kwaliteitscriterium werd in het gunningsverslag verklaard door de vaststelling dat G.V. de extra ervaring in ruime mate aantoonde (onder meer door zijn ADN-certificaat elke vijf jaar te vernieuwen en recente werkzaamheden bij een classificatiemaatschappij) terwijl Waterways Assistance de extra ervaring slechts gedeeltelijk aantoonde (opleiding ADN-veiligheidsadviseur gevolgd maar geen examen afgelegd en geen certificaat behaald), en dat het uitwerken van de case door G.V. beter was (beknopt, correct, volledig, helder) dan door Waterways Assistance (te gedetailleerd, soms verdwalend in details, onoverzichtelijke lay-out, te veel overbodige informatie). In een eerste middel betoogde de verzoekster dat de aanbestedende overheid het gunningscriterium kwaliteit van de expert had beoordeeld aan de hand van subgunningscriteria en subsubgunningscriteria met eigen weging (vereiste ervaring 15 punten, extra ervaring 5 punten, case 30 punten waarvan juist/fout 15 en stijl 15), terwijl deze niet in het bestek waren voorzien. Zij verwees naar een intern beoordelingsdocument waarvan zij als zittend opdrachtnemer kennis had. De Raad oordeelde dat uit het gunningsverslag bleek dat de verwerende partij een globale beoordeling had gemaakt zonder rekenkundige optelling; de beoordelingselementen waren niet gehanteerd als subgunningscriteria met eigen gewicht. Het interne beoordelingsdocument had geen betrekking op de bestreden beslissing: het strookte niet met de bevindingen in het gunningsverslag van 6 december 2023, en een wijziging ervan op 10 oktober 2023 dateerde van vóór de intrekking van de eerste gunningsbeslissing. De vaststelling dat de lay-out van de case onoverzichtelijk was, ging niet buiten de grenzen van de beoordelingsbevoegdheid, te meer daar de opdracht bestond uit het opmaken van adviezen. Het eerste middel was niet ernstig. In een tweede middel betoogde de verzoekster in een eerste onderdeel dat onvoldoende rekening was gehouden met al haar ervaring (carrière op zee, technisch inspecteur petrochemie, QHSE-verantwoordelijke) en dat zij ongelijk was behandeld doordat elementen bij haar niet maar bij de concurrent wel in overweging waren genomen. De Raad oordeelde dat het gunningsverslag wel degelijk rekening hield met de vereiste en extra ervaring van de verzoekster; dat het ontbreken van het ADN-examen en -certificaat het verschil met de eerste gerangschikte kon verklaren; dat de ervaring als QHSE-verantwoordelijke dateerde van na de opening van de offertes en dus niet in aanmerking kon worden genomen; en dat de nadruk op actualisering van kennis door certificaatvernieuwing, gelet op de snel veranderende ADN-wetgeving, de grenzen van een zorgvuldige beoordeling niet te buiten ging. In een tweede onderdeel betoogde de verzoekster dat haar case study ten onrechte lager was beoordeeld en dat het feit dat de verwerende partij deze als intern werkdocument gebruikte aantoonde dat het een sterk document was. De Raad oordeelde dat de verwerende partij de case studies op basis van verschillende elementen had vergeleken en onderbouwd had waarom die van G.V. positiever was; dat het loutere gebruik als intern werkdocument — zelfs aangenomen dat dit het geval was, wat werd betwist — niet aantoonde dat de uitwerking voor evaluatiedoeleinden beter was. De vordering werd verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt het onderscheid tussen beoordelingselementen en subgunningscriteria. Wanneer een aanbestedende overheid een gunningscriterium beoordeelt aan de hand van elementen zoals vereiste ervaring, extra ervaring en een case study, maakt dit die elementen niet automatisch tot subgunningscriteria met eigen weging — zolang de overheid een globale beoordeling maakt zonder rekenkundige optelling. Een intern beoordelingsdocument dat niet strookt met het uiteindelijke gunningsverslag heeft geen betrekking op de bestreden beslissing. Het arrest bevestigt ook dat bij de beoordeling van de kwaliteit van een expert de nadruk mag liggen op de actualisering van kennis door certificaatvernieuwing, met name in domeinen met snel veranderende wetgeving. Ervaring opgedaan na de opening van de offertes kan niet in aanmerking worden genomen. Ten slotte is het feit dat een aanbestedende overheid de case study van een inschrijver als intern werkdocument gebruikt geen bewijs dat de uitwerking beter was dan die van een concurrent.

De les

Als inschrijver: besef dat beoordelingselementen binnen een gunningscriterium niet noodzakelijk subgunningscriteria zijn met eigen weging — als de overheid een globale beoordeling maakt zonder rekenkundige optelling, is er geen sprake van verborgen subgunningscriteria. Een intern beoordelingsdocument dat niet strookt met het uiteindelijke gunningsverslag kan de bestreden beslissing niet onwettig maken. Zorg ervoor dat uw expert over actuele certificaten beschikt, vooral in domeinen met snel veranderende wetgeving — het ontbreken van een examen of certificaat kan het verschil maken, ook al hebt u de opleiding gevolgd. Verwijs niet naar ervaring opgedaan na de opening van de offertes. Als aanbestedende overheid: gebruik beoordelingselementen voor een globale beoordeling en vermijd dat uw beoordeling de indruk wekt van een rekenkundige optelling met wegingen per element. Bewaar interne beoordelingsdocumenten zorgvuldig en zorg dat het gunningsverslag de definitieve beoordeling weergeeft.

Stel jezelf de vraag

Als inschrijver: beschikt uw expert over actuele certificaten in het relevante domein, of hebt u enkel opleidingen gevolgd zonder examen af te leggen? Bevat uw offerte enkel ervaring van vóór de opening van de offertes? Als aanbestedende overheid: blijkt uit uw gunningsverslag dat u een globale beoordeling hebt gemaakt van het gunningscriterium, zonder rekenkundige optelling van scores per beoordelingselement?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →