Verwerping UDN-vordering IT-raamovereenkomst wegens niet-betaling rolrecht — afstand van geding na twaalf dagen onvoldoende snel voor vermindering rechtsplegingsvergoeding
De Raad van State verwerpt de UDN-vordering van SA Orange Business Digital Belgium tegen de onregelmatigverklaring van haar offerte voor een IT-raamovereenkomst van Paradigm Brussels, omdat de bijdrage en het rolrecht niet waren betaald vóór de sluiting van de debatten, en kent het basisbedrag van 770 EUR rechtsplegingsvergoeding toe — twaalf dagen tussen indiening en afstand van geding is niet bijzonder kort in een UDN-context.
Wat gebeurde er?
Paradigm Brussels, de aankoopcentrale van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, schrijft een raamovereenkomst uit voor IT-assistentiediensten ten behoeve van het Centre d'Informatique pour la Région Bruxelloise. Bij beslissing van 29 januari 2024 verklaart Paradigm de offerte van SA Orange Business Digital Belgium substantieel onregelmatig. Orange stelt op 16 februari 2024 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. Bij ordonnantie van 19 februari 2024 wordt de zitting vastgesteld op 14 maart 2024. Op 28 februari 2024 — twaalf dagen na de indiening — deelt Orange de Raad mee dat zij afstand wenst te doen van haar vordering. De verwerende partij dient op 4 maart 2024 het administratief dossier in vergezeld van een nota met opmerkingen. Op de zitting van 14 maart 2024 wordt vastgesteld dat Orange de bijdrage van 24 EUR en het rolrecht van 200 EUR niet heeft betaald vóór de sluiting van de debatten. Overeenkomstig artikel 71, alinea 3, van het KB van de Regent van 23 augustus 1948 wordt de vordering verworpen. Paradigm vordert een rechtsplegingsvergoeding van 770 EUR. Orange vraagt vermindering tot het wettelijk minimum wegens de snelle afstand. De Raad oordeelt dat twaalf dagen niet als bijzonder kort kan worden beschouwd in de context van een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, en dat Paradigm onbetwist advocaatkosten heeft gemaakt. De rechtsplegingsvergoeding wordt vastgesteld op het basisbedrag van 770 EUR. De laattijdig betaalde bijdrage en het rolrecht (224 EUR) worden terugbetaald aan Orange.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest illustreert twee procedurele valkuilen bij UDN-vorderingen. Ten eerste: de betaling van de bijdrage en het rolrecht is een strikt ontvankelijkheidsvereiste — zonder tijdig betalingsbewijs wordt de vordering automatisch verworpen, ongeacht de inhoudelijke gronden. Ten tweede: afstand van geding beschermt niet automatisch tegen de rechtsplegingsvergoeding. In een UDN-procedure, waar termijnen van dagen tellen, is twaalf dagen niet 'bijzonder kort' en rechtvaardigt dus geen vermindering van het basisbedrag.
De les
Betaal bij het instellen van een UDN-vordering onmiddellijk de bijdrage (24 EUR) en het rolrecht (200 EUR). Het betalingsbewijs moet vóór de sluiting van de debatten worden voorgelegd — laattijdige betaling (zelfs de dag na de zitting) volstaat niet. Overweeg vóór het instellen van de vordering goed of je de zaak wilt doorzetten: afstand doen na twaalf dagen beschermt je niet tegen de rechtsplegingsvergoeding van 770 EUR.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver die een UDN-vordering overweegt: heb ik de bijdrage en het rolrecht onmiddellijk betaald? Heb ik het betalingsbewijs bij de hand voor de zitting? Als ik overweeg afstand te doen: heb ik de financiële gevolgen ingecalculeerd, wetende dat twaalf dagen niet als 'bijzonder kort' wordt beschouwd?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →